Wetsvoorstel (06-03-2020) tot wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het verbeteren van de huurbescherming voor huurders van ligplaatsen

—Dit wetsvoorstel regelt dat aan huurders van ligplaatsen voor woonboten een gelijkwaardige huurbescherming wordt toegekend als aan huurders van woningen op de wal. Daartoe wordt voorgesteld om de overeenkomst tot huur van een ligplaats als huur van woonruimte te zien, te regelen dat koop geen huur ‘breekt’, het huren van een ligplaats te beschermen tegen opzegging, te regelen dat bij overlijden van de huurder van een ligplaats de huur van de ligplaats overgaat op de erfgenamen en dat bij verkoop van de woonboot de nieuwe eigenaar van de woonboot ook de huur van de ligplaats over kan nemen.

Aanleiding voor het wetsvoorstel zijn twee aangenomen moties (Kamerstukken II 2011/12, 32 730, nr. 12 en Kamerstukken II 2016/17, 34 434, nr. 7) en een onderzoek wat daarop volgde (S. Zeelenberg, J. Scheele-Goedhart en Y. Grooten, RIGO Research en Advies BV/Grooten Advies & Management, Vaste grond onder de voeten (in opdracht van het Ministerie van BZK), 2013). De belangrijkste conclusie van het rapport is dat de rechtspositie van bewoners van woonboten verbetering behoeft. Daartoe is een aantal aanbevelingen gedaan. Dit zijn achtereenvolgens het erkennen van het locatiegebonden en permanente karakter van wonen op water, het verplicht opnemen van ligplaatsen in het bestemmingsplan, huur(prijs)bescherming in het geval van verhuur door een private eigenaar en tot slot een primaat voor het gebruik van publiekrecht, zoals het gebruik van het instrument precariobelasting, door overheden ten aanzien van ligplaatsen voor woonboten. De eerste aanbeveling is overgenomen, de tweede niet. De derde wel, behalve voor zover deze ziet op de huurprijsbescherming. De vierde aanbeveling betreffende het primaat van het gebruik van publiekrecht door overheden, is in zoverre niet overgenomen dat de mogelijkheid voor overheden om gebruik te blijven maken van de mogelijkheid ligplaatsen te verhuren, is gehandhaafd.


Kamerstukken