TK 2017/18, 34 972 Wet digitale overheid

Wetsvoorstel (19-06-2018) houdende algemene regels inzake het elektronisch verkeer in het publieke domein en inzake de generieke digitale infrastructuur (Wet digitale overheid)

—Het kabinet ontwikkelt een brede agenda voor de verdere digitalisering van het openbaar bestuur op verschillende niveaus. Het onderhavige wetsvoorstel komt voort uit die ambitie en legt de basis voor die verdere digitalisering, waaronder regulering van de digitale overheid en meer in het bijzonder de generieke digitale voorzieningen in een gemeenschappelijke infrastructuur van de overheid. Dit wetsvoorstel vormt een eerste tranche van regelgeving ten behoeve van de verdere digitalisering van de overheid op de verschillende niveaus. Het wetsvoorstel bevat de volgens het kabinet meest urgente onderwerpen van regelgeving. In de eerste plaats betreft dit de bevoegdheid om bepaalde standaarden te verplichten in het elektronisch verkeer van de overheid. Het kabinet stimuleert het overheidsbrede gebruik van open ICT-standaarden door middel van de plaatsing van bepaalde open standaarden op de zogeheten ‘pas toe of leg uit’-lijst. Ter aanvulling op dit beleid voorziet dit wetsvoorstel in de bevoegdheid om bij algemene maatregel van bestuur een open standaard aan te wijzen die verplicht moet worden toegepast. Bij een dergelijke aanwijzing wordt per standaard bepaald welke bestuursorganen, rechtspersonen met een wettelijke taak en organen, personen en colleges als bedoeld in artikel 1:1, tweede lid, van de Awb de standaard dienen toe te passen.

In de tweede plaats bevat het wetsvoorstel regels over informatieveiligheid. Informatiebeveiliging staat bij de op grond van dit wetsvoorstel vast te stellen uitvoeringsregelgeving en bij het (functioneel) ontwerp van de toegang tot elektronische dienstverlening centraal. De publieke voorzieningen en identificatiemiddelen dienen dan ook te voldoen aan strenge eisen ten aanzien van werking, veiligheid en betrouwbaarheid. Dit betekent dat de minister terzake een beheersbaar risico moet realiseren en moet kunnen aantonen dat hij redelijkerwijs passende maatregelen heeft genomen om de risico’s te beperken. Ook bestuursorganen en aangewezen organisaties moeten voldoen aan eisen voor de beveiliging van de eigen onderliggende systemen, teneinde veilige toegang tot elektronische diensten mogelijk te maken. Maatregelen worden daartoe door de dienstverleners getroffen op basis van een daartoe door hen vast te stellen informatiebeveiligingsbeleid en daaruit voortvloeiende informatiebeveiligingsplannen.

Het wetsvoorstel verankert voorts de verantwoordelijkheid van de Minister van BZK voor het beheer van het geheel van voorzieningen inzake de generieke digitale infrastructuur (GDI). Het gaat hierbij om (ICT-)voorzieningen die overheden, (semi)publieke organisaties en bepaalde organisaties die het burgerservicenummer verwerken in staat stellen hun primaire (digitale) processen doelmatig in te richten. De GDI is naar zijn aard niet organisatie-, sector- of domeinspecifiek. De GDI is een dynamisch geheel dat continu wordt doorontwikkeld, aangepast en uitgebreid. Het wetsvoorstel geeft een niet-limitatieve opsomming van voorzieningen die functioneren binnen de context van de overige bepalingen van dit wetsvoorstel, inzake veiliger en betrouwbaarder elektronische publieke dienstverlening en de elektronische toegang daartoe. In het wetsvoorstel is de GDI (functioneel) omschreven en is omschreven welke taken de Minister in dit verband in ieder geval heeft. In het kader van dit wetsvoorstel heeft de Minister van BZK een zorgplicht terzake van thans voorziene en in de toekomst te ontwikkelen generieke publieke voorzieningen.

In de vierde plaats bevat het wetsvoorstel regels betreffende de digitale toegang tot publieke dienstverlening voor burgers (natuurlijke personen) en bedrijven (rechtspersonen en ondernemingen). Het wetsvoorstel codificeert de huidige verantwoordelijkheden van de Minister van BZK ten behoeve van de werking van de infrastructuur voor authenticatie in het publieke domein door burgers en bedrijven. De Minister van BZK draagt onder meer zorg voor de ontwikkeling van inlogmiddelen voor burgers, op een hoger betrouwbaarheidsniveau dan het huidige DigiD basis, zodat diensten die een hoge of zeer hoge mate van betrouwbaarheid vereisen ook digitaal kunnen worden verleend. De regering heeft de ambitie om te bevorderen dat in 2020 in beginsel alle actieve DigiD gebruikers – thans ruim 13,5 miljoen burgers – kunnen beschikken over een elektronisch identificatiemiddel op het betrouwbaarheidsniveau substantieel of hoog. Het wetsvoorstel verplicht bestuursorganen en aangewezen organisaties voor hun elektronische diensten waarvoor, gelet op de aard ervan veilige toegang in de rede ligt, het betrouwbaarheidsniveau ‘substantieel’ of ‘hoog’ gebruiken. De verplichtingen gelden ook voor daartoe aangewezen private organisaties, die elektronische diensten verlenen aan burgers of bedrijven waarvoor een veilige en betrouwbare authenticatie essentieel is, zoals bij zorgverzekeraars en pensioenuitvoerders. Dit wetsvoorstel strekt er tevens toe dat burgers en bedrijven met één of meer generieke identificatiemiddelen overheidsbreed en op een passend betrouwbaarheidsniveau toegang kunnen krijgen tot elektronische diensten. 

De regering is voorts in het kader van toegankelijkheid voornemens om krachtens dit wetsvoorstel bij algemene maatregel van bestuur de Europese toegankelijkheidsnorm EN 301 549 aan te wijzen als een verplicht toe te passen standaard. Het wetsvoorstel voorziet daartoe het Tijdelijk besluit digitale toegankelijkheid overheid (Stb. 2018, 141) van een duurzame formeel-wettelijke basis in artikel 28, onderdeel b. Het verplichten van de toepassing van deze Europese standaard is noodzakelijk ter implementatie van Richtlijn 2016/2102/EU betreffende de toegankelijkheid van de websites en mobiele applicaties van overheidsinstanties. Deze richtlijn heeft tot doel te bereiken dat websites en mobiele applicaties van overheidsinstanties toegankelijker worden voor gebruikers, in het bijzonder voor personen met een beperking.


Kamerstukken

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.