TK 2018/19, 35 194 Werk in de visserijsector

Wetsvoorstel (17-04-2019) houdende implementatie van het Verdrag betreffende werk in de visserijsector (Trb. 2011, 152) en van Richtlijn (EU) 2017/159 van de Raad van 19 december 2016 tot uitvoering van de op 21 mei 2012 door het Algemeen Comité van de landbouwcoöperaties van de Europese Unie (COGECA), de Europese Federatie van vervoerswerknemers (EFT) en de Vereniging van de nationale organisaties van visserijondernemingen in de Europese Unie (Europêche) gesloten Overeenkomst betreffende de uitvoering van het Verdrag betreffende werk in de visserijsector van de Internationale Arbeidsorganisatie uit 2007 (PbEU 2016, L 25)

—Dit wetsvoorstel beoogt de implementatie van het door de Internationale Arbeidsconferentie te Genève op 14 juni 2007 aangenomen Verdrag betreffende werk in de visserijsector (IAO-Verdrag nr. 188) en van Richtlijn (EU) 2017/159. Het verdrag heeft als doel om wereldwijd fatsoenlijke leef- en werkomstandigheden voor vissers te waarborgen en een level playing field te scheppen in de visserij op het gebied van leef- en werkomstandigheden voor vissers, met andere woorden: in de sector wereldwijd eerlijker mededingingsvoorwaarden te stimuleren. Het verdrag verleent een minimumbescherming; het beoogt de vaststelling van internationale minimumnormen voor de commerciële visserij. Dit verdrag omvat onder meer de herziening van vier relatief oude verdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) voor vissers met betrekking tot minimumleeftijd, geneeskundig onderzoek, de arbeidsovereenkomst en accommodatie aan boord van een vissersvaartuig.

Het verdrag heeft betrekking op onderwerpen zoals bemanningssterkte en rusttijden, overeenkomst tot het verrichten van werk door vissers, repatriëring, werving en arbeidsbemiddeling, medische zorg, arbeidsomstandigheden en ongevallenpreventie, sociale zekerheid en naleving en handhaving.

Het verdrag bevat ook uitgebreide eisen waaraan de accommodatie aan boord van vissersvaartuigen moet voldoen. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen vissersvaartuigen korter en langer dan 24 meter. Voor schepen met een lengte van meer dan 24 meter gelden strengere eisen.

Het verdrag is van toepassing op alle vissersvaartuigen die zijn betrokken bij de commerciële visserij. Daarnaast is het verdrag van toepassing op elke visser die actief is in de commerciële visserij. Dit betekent elke persoon, die op basis van een arbeidsovereenkomst is aangenomen of op een andere wijze is gecontracteerd of die op welke wijze dan ook een beroep uitoefent aan boord van een vissersvaartuig, daaronder begrepen de personen die aan boord werken en op basis van een aandeel in de (opbrengst van de) vangst betaald worden, met uitzondering van loodsen, marinepersoneel, andere personen in vaste dienst van een overheid, aan de wal gestationeerde personen die aan boord van een vissersvaartuig werk verrichten en visserijwaarnemers.

De binnenvisserij die in principe ook onder het verdrag valt, is in Nederland van het toepassingsgebied van het verdrag uitgesloten.

Het verdrag legt voor het eerst minimumnormen op het gebied van sociale zekerheid voor alle vissers vast. Deze normen gelden voor alle vissers, zowel vissers met een arbeidsovereenkomst als vissers die werken als zelfstandige.

Voor de implementatie van het verdrag wordt de regelgeving op een aantal onderwerpen beperkt aangepast. Het gaat veelal om technische aanpassingen, omdat door de bekrachtiging en implementatie van het Maritiem Arbeidsverdrag de vereisten uit het verdrag al grotendeels zijn geïmplementeerd in onze nationale regelgeving. Met de aanpassing van de regelgeving die in verband met de goedkeuring van het verdrag noodzakelijk is, zal ook de noodzakelijke implementatie van de richtlijn (EU) 2017/159 (die uiterlijk 15 november 2019 geïmplementeerd moet zijn) gerealiseerd worden.

In tegenstelling tot het verdrag ziet de richtlijn niet op de binnenvisserij maar alleen op zeevisserij. Verder ziet het verdrag op vissers die werken als werknemer of zelfstandige, terwijl de richtlijn alleen betrekking heeft op vissers die werken als werknemer of in een arbeidsverhouding én op zelfstandige vissers als die samen met de hiervoor genoemde categorieën van vissers aan boord van eenzelfde vissersvaartuig werken. Het verdrag stelt regels met betrekking tot toegang tot de sociale zekerheid voor vissers terwijl de richtlijn zich beperkt tot voorschriften met betrekking tot de bescherming van de gezondheid en medische zorg en bescherming bij arbeidsgerelateerde ziekte, letsel of overlijden voor vissers aan boord van een vissersvaartuig dat de vlag van een lidstaat voert of onder diens volledige rechtsmacht is geregistreerd. Een ander verschil met het verdrag is dat dat tijdelijke uitzondering mogelijk maakt en daaraan geen termijn verbindt, terwijl de richtlijn de mogelijkheid van tijdelijke uitzondering beperkt tot een termijn van vijf jaar.

Het wetsvoorstel bevat o.a. aanpassingen van de Wet Zeevarenden. Die strekken o.a. ter implementatie van eisen ten aanzien van accommodatie, medische en recreatievoorzieningen en voeding en drinkwatervoorziening en enkele handhavings- en toezichtsbepalingen (waaronder certificeringseisen). Voor zover die verdragsbepalingen over handhaving en toezicht betrekking hebben op buitenlandse schepen vindt de implementatie plaats in het kader van de Wet havenstaatcontrole.

Titel 10 (Arbeidsovereenkomst) van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek hoeft slechts op een aantal onderdelen te worden gewijzigd. Deze wijzigingen betreffen met name afdeling 12A. Met name wordt geregeld dat al bestaande verplichtingen ook gaan gelden voor vissers die anders dan op grond van een arbeidsovereenkomst werkzaam zijn in de zeevisserij en voor de maatschapsovereenkomst in de zeevisserij. Voorts wordt een nieuwe afdeling 12B ‘De maatschapsovereenkomst in de zeevisserij’ opgenomen.


Kamerstukken

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.