TK 2013/14, 33 852 Termijnen Nederlanderschap

Wijziging van de Rijkswet op het Nederlanderschap ter verlenging van de termijnen voor verlening van het Nederlanderschap en enige andere wijzigingen

—Dit voorstel van Rijkswet strekt tot een aantal maatregelen. Allereerst wordt de algemene naturalisatietermijn verlengd van vijf naar zeven jaar. Termijnen van toelating en hoofdverblijf voorafgaand aan de naturalisatie strekken tot waarborg dat het Nederlanderschap kan worden verkregen wanneer redelijkerwijs kan worden aangenomen dat er voldoende tijd is geweest om in de Nederlandse samenleving of een samenleving van één van de andere landen van het Koninkrijk te integreren. Elke naturalisatietermijn, ook de huidige termijn van vijf jaar, heeft noodzakelijkerwijs een enigszins arbitrair karakter. Thans is het gevoelen dat een termijn van zeven jaar meer recht doet aan de gedachte dat een meer substantiële periode van verblijf en toelating vooraf dient te gaan aan de verlening van het Nederlanderschap. Hiermee blijft het voorstel binnen de grens van tien jaar hoofdverblijf, die gegeven is in artikel 6, derde lid van het Europees Verdrag inzake Nationaliteit (EVN).

Ten tweede worden enkele uitzonderingen op de algemene naturalisatietermijn geschrapt. Samenvattend wordt voorgesteld de volgende uitzonderingen in artikel 8 te laten vervallen:

  1. De oud-Nederlanders die woonachtig zijn buiten het Koninkrijk, maar in een land waarvan ze de nationaliteit niet bezitten.
  2. Degene die tijdens zijn meerderjarigheid in Nederland, Aruba, Curaçao of Sint Maarten is geadopteerd door ouders van wie in elk geval één het Nederlanderschap bezit.
  3. De meerderjarige vreemdeling die is erkend door een Nederlander, of is gewettigd door een Nederlander zonder erkenning.

Ten derde wordt voorgesteld voor vreemdelingen die ten minste drie jaar gehuwd zijn met een Nederlandse partner een termijn te stellen van drie jaar toelating en hoofdverblijf. Het is wenselijk om een termijn van toelating en hoofdverblijf te stellen met het oog op de borging van een reële band met de Nederlandse samenleving of een van de andere samenlevingen van het Koninkrijk. Voor een termijn van drie jaar is gekozen omdat artikel 6, vierde lid, onderdeel a van het EVN, verplicht tot het vergemakkelijken van de naturalisatie van echtgenoten van Nederlanders. Aan dit vergemakkelijken kan vorm worden gegeven door een kortere termijn te stellen dan de algemene termijn van zeven jaar toelating en hoofdverblijf. De termijn van drie jaar toelating en hoofdverblijf sluit aan bij de bestaande termijn van drie jaar toelating en hoofdverblijf voor degene die binnen het Koninkrijk ongehuwd met een ongehuwde Nederlander in een duurzame relatie anders dan het huwelijk samenleeft.

Ten vierde wordt voorgesteld de openbare ordetoetsing ook toe te passen bij medenaturalisandi en optanten van twaalf tot zestien jaar. Deze maatregel was reeds onderdeel van het ingetrokken voorstel van Rijkswet ter aanscherping van de voorwaarden voor verkrijging en verlening van het Nederlanderschap (Kamerstukken II, 33 201 (R1977)). Naturalisatie en bevestiging van optie worden geweigerd als op grond van het gedrag van de vreemdeling ernstige vermoedens bestaan dat hij een gevaar oplevert voor de openbare orde, de goede zeden of de veiligheid van het Koninkrijk. Dit geldt voor meerderjarigen en voor minderjarigen vanaf zestien jaar. In de praktijk blijkt echter dat ook minderjarige vreemdelingen van twaalf tot en met vijftien jaar soms ernstige misdrijven plegen. Het gaat hier bijvoorbeeld om misdrijven als ernstige mishandeling en diefstal met geweld. Deze vreemdelingen kunnen onder de huidige Rijkswet zonder problemen naturaliseren, omdat er geen openbare ordetoetsing plaatsvindt. Dit wordt onwenselijk geacht. Hierom wordt voorgesteld de openbare ordetoetsing toe te passen vanaf twaalf jaar. Na ommekomst van de rehabilitatietermijn van vier jaar kunnen zij, indien ze inmiddels meerderjarig zijn, zelfstandig een naturalisatieverzoek indienen, of een nieuwe optieverklaring afleggen. Dit geldt uiteraard niet indien de betreffende personen in de tussenliggende periode opnieuw openbare ordefeiten plegen.

Tot slot worden enkele technische en ondergeschikte wijzigingen opgenomen, die ten dele reeds in het ingetrokken voorstel van Rijkswet ter aanscherping van de eisen voor verkrijging en verlening van het Nederlanderschap waren opgenomen, en ten dele voortvloeien uit de inwerkingtreding van Boek 10 van het Burgerlijk Wetboek op 1 januari 2012 in Europees Nederland.
 

Kamerstukken

R2023

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.