Wetsvoorstel (10-09-2020) tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering en enige andere wetten in verband met versterking van de strafrechtelijke aanpak van ondermijnende criminaliteit (versterking strafrechtelijke aanpak ondermijnende criminaliteit)

—In dit wetsvoorstel zijn uiteenlopende voorstellen opgenomen die gemeen hebben dat de strafrechtelijke aanpak van ondermijnende criminaliteit hierdoor wordt versterkt. Het verstoren van het criminele proces is als uitgangspunt genomen. Allereerst wordt voorgesteld mogelijk te maken dat verschillende vormen van faciliterende criminaliteit strenger worden bestraft. Dit betreft het bedreigen van burgemeesters en andere bestuurders, en van rechterlijke ambtenaren en advocaten (hierna ook aan te duiden als: togadragers), het importeren, exporteren en voorhanden hebben van stoffen die worden gebruikt voor de illegale vervaardiging van drugs (precursoren) en het voorkomen dat misbruik wordt gemaakt van kwetsbare infrastructurele objecten (logistieke knooppunten). Daarnaast zijn voorstellen opgenomen die ertoe dienen dat degene die strafbare feiten pleegt ook de verantwoordelijkheid draagt voor de kosten van het ongedaan maken van de gevolgen van deze strafbare gedragingen voor de leefomgeving en de volksgezondheid. Daartoe wordt een maatregel voorgesteld die het mogelijk maakt dat de kosten in verband met het vernietigen van inbeslaggenomen drugs en illegaal vuurwerk op de dader kunnen worden verhaald. Ten slotte wordt een uitbreiding voorgesteld van de reikwijdte van het onderzoek naar het vermogen van de veroordeelde ten behoeve van de tenuitvoerlegging van de onherroepelijke rechterlijke veroordeling tot geldboete, schadevergoedingsmaatregel of verbeurdverklaring, zodat ook deze sancties effectiever ten uitvoer kunnen worden gelegd.

Kamerstukken