SG 2017/18, 34 922 Inschrijving tekeningen en modellen: Akte van Genève

Brief van de Minister van BuZa (12-03-2018) waarbij de minister ter stilzwijgende goedkeuring voorlegt de op 2 juli 1999 te Genève tot stand gekomen Akte van Genève bij de Overeenkomst van ‘s-Gravenhage betreffende de internationale inschrijving van tekeningen of modellen van nijverheid (Trb. 2000, nr. 102, Trb. 2008, nr. 55, Trb. 2015, nr. 39 en Trb. 2016, nr. 192)

—Het systeem voor de internationale inschrijving van tekeningen of modellen is gebaseerd op de Overeenkomst van ’s-Gravenhage betreffende de internationale registratie van tekeningen of modellen van nijverheid van 6 november 1925 (Stb. 1928, 64; Stb. 1928, 196). De Overeenkomst van ’s-Gravenhage, zoals meerdere malen herzien, is samengesteld uit drie verdragen: de Akte van Londen van 2 juni 1934, de Akte van ’s-Gravenhage van 28 november 1960 (Trb. 1963, 188) en de onderhavige Akte van Genève van 2 juli 1999. De toepassing van de Akte van Londen is sinds 1 januari 2010 bevroren en de akte is op 18 oktober 2016 buiten werking getreden.

Ondanks de voordelen van dit systeem voor internationale inschrijving van modellen en tekeningen bleek een aantal staten geen belangstelling te hebben om toe te treden tot de Overeenkomst van ’s-Gravenhage. Dit ligt hoofdzakelijk aan het feit dat het systeem van ’s-Gravenhage oorspronkelijk in het leven is geroepen door staten waar alleen marginaal onderzoek naar de geldigheid van inschrijvingsaanvragen van tekeningen of modellen wordt gedaan, zoals Frankrijk, Duitsland en de Benelux-landen. Een groot aantal staten, zoals Japan, de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Zuid-Korea, kent echter een integraal onderzoekstelsel, waarin ook wordt getoetst op inhoudelijke inschrijvingsvoorwaarden, waaronder een toetsing van het model, dan wel de tekening op nieuwheid.

De Akte van Geneve heeft tot doel om het internationale registratiesysteem van de Overeenkomst van ’s-Gravenhage aantrekkelijker te maken voor nieuwe leden, in het bijzonder voor staten die een integraal onderzoeksstelsel kennen. Door de uitbreiding van de geografische reikwijdte van internationale bescherming voor modellen en tekeningen wordt de Overeenkomst ook aantrekkelijker voor gebruikers. De Akte van Genève houdt het huidige marginale stelsel in stand voor staten die een marginaal onderzoek hanteren, en voorziet daarnaast in nieuwe regels voor staten die een integrale onderzoekprocedure kennen. Een uitgangspunt van deze Akte is dat de staten in veel gevallen zelf kunnen bepalen welke artikelen van toepassing zijn op een internationale aanvraag tot inschrijving waarbij hun land wordt aangewezen. Door dit ‘à la carte’ stelsel zal een aanvrager, naargelang de staten waar hij een tekening of model wil inschrijven, verschillende voorwaarden moeten vervullen om bescherming in die staten te verkrijgen.

De Akte van Genève heeft, behalve de uitbreiding van het internationale inschrijvingstelsel van de Overeenkomst van ’s-Gravenhage met nieuwe staten, ook tot doel om toetreding van intergouvernementele organisaties mogelijk te maken. Een intergouvernementele organisatie kan partij worden bij Akte van Genève als zij een bureau beheert waarbij bescherming kan worden verkregen van tekeningen of modellen van nijverheid voor het grondgebied van de organisatie. Hiermee biedt de akte de gelegenheid om een link te leggen tussen het internationale systeem van de overeenkomst en regionale systemen voor bescherming op het gebied van modellen en tekeningen.

De Europese Unie heeft van deze mogelijkheid gebruik gemaakt en is in 2006 toegetreden tot de Akte van Genève. Het in 2002 ingevoerde stelsel van het gemeenschapsmodel biedt voor tekeningen en modellen op het hele grondgebied van EU dezelfde bescherming met dezelfde rechtsgevolgen. Het Bureau voor de Intellectuele Eigendom van de Europese Unie (afgekort EU-IPO) is belast met het marginale onderzoek van internationale inschrijvingsaanvragen waarbij de EU is aangewezen in de inschrijvingsaanvraag. Door het EU- en internationale registratiesysteem met elkaar te verbinden, kan met één enkele aanvraag bij het Internationaal Bureau van de WIPO bescherming worden verkregen voor het grondgebied van de EU en in de aangewezen verdragsluitende staten.

Het is daarnaast ook mogelijk om via een internationale inschrijving bescherming te verkrijgen in één of meerdere lidstaten van de EU. Er wordt dan dus geen bescherming gevraagd voor het gehele grondgebied van de EU, maar slechts voor één of meerdere afzonderlijke lidstaten. Dit is alleen mogelijk indien deze lidstaten, waaronder (het Europese deel van) Nederland ook zelfstandig partij zijn bij de Akte van Genève. Om deze reden is een groot aantal lidstaten van de Europese Unie tot de Akte toegetreden.


Kamerstukken

R2103

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.