SG 2009/10, 32 167 Verdrag Nederland/Brazilië overdracht gevonniste

Brief van de Minister van BuZa (18-9-2009) waarbij hij ter stilzwijgende goedkeuring aanbiedt het verdrag inzake de overdracht van gevonniste personen en van de tenuitvoerlegging van veroordelingen opgelegd bij vonnissen tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Federale Republiek Brazilië; Den Haag, 23 januari 2009 (Trb. 2009, 25).

Op 24 april 2008 vond het ‘debat over de kinderpornozaak Brazilië’ in de Tweede Kamer plaats, over twee Nederlanders die in Brazilië waren veroordeeld wegens betrokkenheid bij de productie van kinderporno en die na hun veroordeling door de Braziliaanse rechter in eerste aanleg naar Nederland hadden kunnen vluchten. In dat debat heeft de minister van Justitie toegezegd zich ervoor in te spannen om op korte termijn een verdrag met Brazilië tot stand te brengen op basis waarvan overbrenging van gedetineerden mogelijk zou zijn en waarin een speciale voorziening zou worden opgenomen waardoor de tenuitvoerlegging van een straf die is opgelegd in het andere land ook kan worden overgenomen wanneer de veroordeelde zich al in zijn eigen land bevindt. Het verdrag voorziet in regels betreffende de overbrenging van gedetineerden met het oog op de executie van hun straf, die grotendeels zijn ontleend aan het RvE-verdrag. Het bevat een bepaling op grond waarvan kan worden verzocht om overname van de tenuitvoerlegging van straffen opgelegd bij strafvonnissen, terwijl de gedetineerde zich niet meer in de staat van veroordeling bevindt. Het gaat daarbij om gevallen waarin een veroordeelde naar de staat van tenuitvoerlegging is teruggekeerd terwijl een vervolging tegen hem liep, of zich in de staat van veroordeling aan de tenuitvoerlegging van een hem opgelegde vrijheidsstraf heeft onttrokken. De overdracht en overname van strafvonnissen op basis van dit verdrag zal uitsluitend volgens de procedure voor de voortgezette tenuitvoerlegging mogelijk zijn. Dat wil zeggen dat de straf die door de rechter is opgelegd in het andere land verder ten uitvoer wordt gelegd zonder omzetting van de straf naar de maatstaven van het land van tenuitvoerlegging. Alleen wanneer de opgelegde straf hoger is dan de maximumstraf die naar het recht van de staat van tenuitvoerlegging op het strafbare feit is gesteld, mag in de staat van de tenuitvoerlegging de opgelegde straf worden teruggebracht tot het wettelijke strafmaximum.

Kamerstukken:

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.