SG 2009/10, 32 166 Nucleair terrorisme

Brief van de Minister van BuZa (18-9-2009) waarbij hij ter stilzwijgende goedkeuring aanbiedt het Internationaal Verdrag ter bestrijding van daden van nucleair terrorisme; New York, 13 april 2005 (Trb. 2005, 290 en Trb. 2007, 205).

De zeer ernstige en vaak onherstelbare schade bij nucleaire aanslagen, en de daaruit voortvloeiende wijdverbreide angst, brengen met zich mee dat de totstandkoming van een breed en effectief verdrag inzake de voorkoming en bestrijding van daden van nucleair terrorisme noodzakelijk is. De reikwijdte van de bestaande internationale regelgeving en het daarin bepaalde instrumentarium is te beperkt om daden van nucleair terrorisme effectief te bestrijden. Het op 3 maart 1980 te New York tot stand gekomen Verdrag inzake de fysieke beveiliging van kernmateriaal (Trb. 1980, 166), is beperkt tot (het internationale vervoer van) kernmateriaal gebruikt voor vreedzame doeleinden. Dat verdrag gaat ook niet over de beveiliging en het gebruik van kerninstallaties, het gebruik van kernmateriaal en kerninstallaties voor militaire doeleinden en het achterhalen en terugbrengen van ontvreemd radioactief materiaal en kernmateriaal. De doelstelling bij de totstandkoming van het nu ter goedkeuring voorgelegde Verdrag is dan ook: het bestrijken van alle mogelijke doelen, vormen en middelen van daden van nucleair terrorisme, en daarmee het dichten van de bestaande hiaten in internationale regelgeving. Het Verdrag verplicht de verdragsluitende staten een aantal feiten of groepen van feiten strafbaar te stellen in hun nationale wetgeving, ten aanzien van deze feiten uiteenlopende vormen van rechtsmacht te vestigen, met inbegrip van universele jurisdictie, en vervolging of uitlevering mogelijk te maken. Bij de voorbereiding van het Verdrag is aansluiting gezocht bij het Verdrag inzake de bestrijding van terroristische bomaanslagen.

Het Verdrag bevat een definitie van een aantal kernbegrippen zoals 'radioactief- en kernmateriaal’ en 'kerninstallatie’. Het bevat verder een omschrijving van de strafbaar te stellen daden van nucleair terrorisme. Over deze feiten dienen de verdragspartijen rechtsmacht te vestigen op grond van de in het Verdrag omschreven jurisdictiebeginselen. Van die verplicht (en facultatief) gevestigde rechtsmacht dient een verdragspartij, zodra een vermoedelijke dader op haar grondgebied wordt aangetroffen, ook daadwerkelijk gebruik te maken, tenzij zij deze aan een andere staat uitlevert. Artikel 13 verzekert dat tussen verdragspartijen terzake van de door het Verdrag bestreken delicten uitlevering kan plaatsvinden. Het Verdrag verplicht tot een zo ruim mogelijke rechtshulp in strafzaken. De gedachte die aan het systeem ten grondslag ligt, is dat een persoon die wordt verdacht van een in het Verdrag omschreven feit, zich niet aan strafvervolging kan onttrekken door naar het grondgebied van een van de verdragsstaten te vluchten. Er is een zogenoemde depolitiseringsclausule neergelegd: de delicten kunnen ten behoeve van uitlevering of wederzijdse rechtshulp niet worden aangemerkt als een politiek delict. Daartegenover staat dat er geen verplichting tot uitlevering of het verlenen van rechtshulp bestaat, als er ernstige redenen zijn om aan te nemen dat een verzoek daartoe is gedaan met de bedoeling om een persoon te vervolgen of te bestraffen op grond van zijn ras, godsdienst, nationaliteit, etnische afkomst of politieke overtuiging. Het Verdrag tast niet de rechten, verplichtingen en verantwoordelijkheden aan van staten en personen die voortvloeien uit het internationale recht, in het bijzonder het Handvest van de Verenigde Naties en het internationaal humanitair recht. Het Verdrag is niet van toepassing op handelingen van strijdkrachten tijdens een gewapend conflict als gedefinieerd in en onderworpen aan het internationaal humanitair recht en is ook niet van toepassing op handelingen die zijn ondernomen door de strijdkrachten van een staat bij de uitoefening van hun officiële taken, voor zover onderworpen aan andere bepalingen van internationaal recht. Het Verdrag is verder niet van toepassing op en kan evenmin worden uitgelegd als zou het van toepassing zijn op de kwestie van de rechtmatigheid van het gebruik of de dreiging met het gebruik van kernwapens door staten.

Kamerstukken:

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.