Herijking wettelijke strafmaxima

Wetsvoorstel (22-7-2002) tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht en de Wegenverkeerswet 1994, in verband met de herijking van een aantal wettelijke strafmaxima.

Het wetsvoorstel behelst een verhoging van de strafmaxima uit het Wetboek van Strafrecht en de Wegenverkeerswet 1994 terzake van eenvoudige mishandeling, enkele schulddelicten en enkele vermogensdelicten.

De wijzigingen vloeien voort uit een regeringsstandpunt over wettelijke strafmaxima (TK 26 564, nr. 1) dat volgde op een onderzoek dat op verzoek van de minister van Justitie door prof. mr J. de Hullu, mr I.M. Koopmans en prof. mr Th.A. de Roos werd verricht. Achtergrond van het wetsvoorstel is dat op strafbare feiten strafmaxima zijn gesteld die deels historisch bepaald zijn, maar niet meer tot uitdrukking brengen in welke mate het strafbare feit maatschappelijk onaanvaardbaar wordt geacht.

Er worden in het wetsvoorstel o.m. wijzigingen voorgesteld in de geweldsdelicten, de culpose delicten en de vermogensdelicten.

De belangrijkste wijziging die in de sfeer van de geweldsdelicten wordt voorgesteld, is de verhoging van het strafmaximum van eenvoudige mishandeling van twee jaren naar drie jaren gevangenisstraf. Daarmee wordt tot uitdrukking gebracht dat wij in onze samenleving in het algemeen zwaarder aan geweldsdelicten zijn gaan tillen.

Wat de vermogensdelicten betreft, ligt de kern van de voorstellen in de verhoging van het strafmaximum van afdreiging (of 'chantage') en dat van oplichting van drie naar vier jaren gevangenisstraf. Een andere waardering van de dwang bij afdreiging en het misbruik van vertrouwen bij oplichting is hierbij van doorslaggevende betekenis geweest. Bij de culpose delicten worden aanpassingen voorgesteld in de Wegenverkeerswet 1994 en het Wetboek van Strafrecht. Doel daarvan is een passende strafrechtelijke reactie mogelijk te maken in gevallen waarin aanmerkelijk onvoorzichtig gedrag zwaar lichamelijk letsel bij een ander of de dood van een ander tot gevolg heeft. Daarbij wordt beoogd de strafmaxima van de culpose delicten in het Wetboek van Strafrecht en die in de Wegenverkeerswet 1994 meer met elkaar in overeenstemming te brengen. Kern van de voorstellen is dat in het Wetboek van Strafrecht bij fataal gevolg een strafmaximum van twee jaren gevangenisstraf zal gelden en bij zwaar lichamelijk letsel een strafmaximum van een jaar gevangenisstraf. Indien zo onvoorzichtig is gehandeld dat sprake is van roekeloosheid, worden de strafmaxima van twee jaren en een jaar verdubbeld tot respectievelijk vier jaren en twee jaren gevangenisstraf. Op dit moment gelden maximale vrijheidsstraffen van negen maanden respectievelijk zes maanden indien het onvoorzichtig gedrag een fataal gevolg dan wel zwaar lichamelijk letsel tot gevolg heeft. De huidige strafmaxima zijn zowel op schuld die bestaat in roekeloosheid als op schuld die niet bestaat in roekeloosheid van toepassing.

De in het voorgestelde systeem als uitgangspunt gekozen strafmaxima voor culpose delicten in het Wetboek van Strafrecht worden in het verkeer met de helft verhoogd tot respectievelijk drie jaar bij fataal gevolg en een jaar en zes maanden bij lichamelijk letsel. Bij roekeloosheid worden maximumstraffen van zes respectievelijk drie jaren gevangenisstraf voorgesteld; ook in het verkeersstrafrecht brengt roekeloosheid dus een verdubbeling van de strafmaxima mee. Rijden onder invloed en het in ernstige mate overschrijden van de maximumsnelheid brengen in het verkeer nog een verdere verhoging met vijftig procent mee, zodat onder die omstandigheden bij roekeloosheid met fataal gevolg een gevangenisstraf van negen jaren kan worden opgelegd en bij roekeloosheid met lichamelijk letsel als gevolg vier jaren en zes maanden gevangenisstraf.

In het Wetboek van Strafrecht worden, wat de culpose delicten betreft, naast de artikelen inzake dood door schuld en zwaar lichamelijk letsel door schuld, de artikelen inzake de zgn. gemeengevaarlijke culpose delicten - zoals brand door schuld - en het artikel inzake culpose vrijheidsberoving aangepast. Ook bij brand door schuld met fataal gevolg wordt een strafmaximum van twee jaren gevangenisstraf voorgesteld. In een dergelijk geval kan de officier van justitie er ook voor kiezen om te vervolgen voor dood door schuld. In dat geval, indien de schuld bestaat in roekeloosheid geldt een strafmaximum van vier jaren gevangenisstraf. Indien er meer dan een slachtoffer is, wordt dit strafmaximum wegens meerdaadse samenloop verhoogd tot vijf jaren en vier maanden gevangenisstraf.

Kamerstukken:

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.