SG 2006/07, 30 835 Dopinggebruik bij sport

Brief van de minister van BuZa (30-9-2006) waarbij hij ter stilzwijgende goedkeuring overlegt het Internationaal verdrag ter bestrijding van dopinggebruik bij sport, met bijlagen; Parijs, 19 oktober 2005.

Het Verdrag kent geen verplichting tot invoering of harmonisering van nationale wetgeving tegen het doping gebruik. Verdragspartners zijn vrij in de keuze van de in te zetten instrumenten om aan de Verdragsverplichtingen te voldoen, variërend van wetgeving tot aan administratieve procedures. Het Verdrag kent weinig harde verplichtingen voor Verdragspartijen. Dit hangt samen met de verantwoordelijkheidverdeling tussen sport en overheid die in veel landen wordt gehanteerd: de sport is primair verantwoordelijk om het gebruik van doping tegen te gaan met daarbij een stimulerende rol voor de overheid. In die situatie zullen vele verplichtingen van Verdragspartijen dan ook via de sport gerealiseerd worden.

Kamerstukken:

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.