TK 2019/20, 35 375 Flexibiliteit zittingscapaciteit

Wetsvoorstel (20-01-2020) tot wijziging van de Wet op rechterlijke organisatie in verband met het wegnemen van belemmeringen voor gerechten bij het verlenen van onderlinge bijstand in geval van gebrek aan voldoende zittingscapaciteit

—Dit wetsvoorstel beoogt te voorzien in meer flexibiliteit voor gerechten bij het elkaar verlenen van bijstand in het geval een gerecht te maken krijgt met een tijdelijk gebrek aan voldoende zittingscapaciteit. Het heeft tot doel enkele procedurele aspecten die samenhangen met de inzet van bestaande instrumenten voor de verlening van onderlinge bijstand zodanig aan te passen dat in de praktijk door gerechten ervaren problemen zoveel mogelijk worden opgelost. Het wetsvoorstel draagt daarmee bij aan de wens om zoveel mogelijk te voorkomen dat de behandeling van een zaak vertraagt als gevolg van tijdelijk gebrek aan voldoende zittingscapaciteit bij het gerecht waar de zaak aanhangig is. Ook beoogt het wetsvoorstel bij te dragen aan het optimaler kunnen inzetten van de beschikbare (personele) zittingscapaciteit van de Rechtspraak. De Wet RO kent in de artikelen 46a en 62a nu al een regeling op grond waarvan gerechten, in dit geval rechtbanken en gerechtshoven, elkaar onderlinge bijstand kunnen verlenen in geval van tijdelijk gebrek aan voldoende zittingscapaciteit. Momenteel levert de toepassing van de regeling van de artikelen 46a en 62a Wet RO relatief veel (administratieve) lasten op. Dit wetsvoorstel is er op gericht belemmeringen, lasten en risico’s op fouten weg te nemen, zonder daarmee afbreuk te doen aan de beginselen van de relatieve competentie en andere waarborgen die vervat zijn in de huidige artikelen 46a en 62a Wet RO.

Knelpunten worden op dit moment in de praktijk in het bijzonder ervaren in zaken waarin de officier van justitie bij het landelijk parket of de officier van justitie bij het functioneel parket met de vervolging van het strafbare feit is belast (hierna: LP- en FP-zaken) en die zaak bij een van de vier zogenoemde concentratierechtbanken aanhangig is gemaakt. Om de met de huidige regeling ervaren belemmeringen waar mogelijk weg te nemen, introduceert dit wetsvoorstel in de eerste plaats een structurele voorziening die de concentratierechtbanken meer flexibiliteit biedt om elkaar bij de afdoening van LP- en FP-zaken bijstand te verlenen. Daartoe worden in het nieuwe artikel 21c Wet RO de zittingsplaatsen en overige zittingsplaatsen van deze rechtbanken over en weer aangewezen als elkaars (overige) zittingsplaatsen. Met deze directe aanwijzing in de Wet RO is voor het kunnen verlenen van onderlinge bijstand in dit type zaken geen ministeriële regeling meer nodig. Ook geldt niet langer de eis dat er sprake is van een tijdelijk gebrek aan zittingscapaciteit. 

Daarnaast past het wetsvoorstel de algemene voorziening in de artikelen 46a en 62a Wet RO aan op basis waarvan gerechten elkaar voor een bepaalde periode kunnen bijstaan in geval van tijdelijke capaciteitsproblemen. Voorgesteld wordt, kort gezegd, dat de Minister de bevoegdheid heeft om een of meer gerechten aan te wijzen waarvan de zittingsplaatsen en overige zittingsplaatsen voor de behandeling van een bepaalde categorie van zaken voor beperkte tijd worden aangewezen als zittingsplaatsen van een ander gerecht. Hierdoor kan een gerecht dat kampt met een tijdelijk gebrek aan voldoende zittingscapaciteit, met gebruikmaking van de zittingscapaciteit van een ander gerecht, tijdelijk zaken buiten de eigen territoriale grenzen behandelen zonder dat deze zaken hoeven te worden overgedragen aan het andere gerecht. De zaak blijft – anders dan nu het geval is – dus formeel aanhangig bij het oorspronkelijke gerecht overeenkomstig de algemene regels van de relatieve competentie.


Kamerstukken

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.