TK 2018/19, 35 187 Eengemaakt octrooi­gerecht: aanpassingen Rijks­octrooi­wet

Voorstel van rijkswet (09-042019) tot wijziging van de Rijksoctrooiwet 1995 in verband met de Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooigerecht en Verordening (EU) nr. 1257/2012

—Het onderhavige wetsvoorstel strekt tot aanpassing van een aantal bepalingen van de Rijksoctrooiwet 1995 in verband met de komst van het Europees octrooi met eenheidswerking en de oprichting van het Eengemaakt Octrooigerecht (EOG). De introductie van het Europees octrooi met eenheidswerking geeft de mogelijkheid met één registratie octrooibescherming te verkrijgen in alle deelnemende EU-lidstaten.

Bedrijven die octrooibescherming wensen in deze EU-lidstaten hoeven niet in iedere lidstaat afzonderlijk te valideren. Voorts wordt voorzien in geschilbeslechting op Europees niveau bij het EOG op grond van de Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooigerecht (hierna: Rechtspraakverdrag). Langs deze weg kan bij één instantie een uitspraak worden verkregen met werking in alle overeenkomstsluitende lidstaten. Als gevolg daarvan behoeft een octrooihouder niet langer in iedere overeenkomstsluitende lidstaat waar inbreuk op zijn recht wordt gemaakt afzonderlijk een procedure te starten met betrekking tot die inbreuk. Hetzelfde geldt ten aanzien van de geldigheid van het octrooi; ook deze kan via één gerechtelijke procedure bij het EOG worden vastgesteld.

De rechtstreeks werkende materieelrechtelijke bepalingen van het Rechtspraakverdrag hoeven niet in de Rijkoctrooiwet 1995 te worden opgenomen. Ook verplicht het Rechtspraakverdrag er niet toe om de materieelrechtelijke bepalingen uit de Rijksoctrooiwet 1995 (al dan niet woordelijk) in overeenstemming te brengen met het Rechtspraakverdrag. In zaken die tot de bevoegdheid van het EOG behoren en aan haar worden voorgelegd zal het EOG immers de materieelrechtelijke bepalingen van het Rechtspraakverdrag toepassen. In zaken die tot de bevoegdheid van de nationale rechter behoren en aan deze worden voorgelegd, zal de nationale rechter de materieelrechtelijke bepalingen van de Rijksoctrooiwet 1995 toepassen. Met dit wetsvoorstel wordt – in overeenstemming met de harmonisatiewens vanuit de rechtspraktijk – de Rijksoctrooiwet 1995 volledig aangepast aan de tekst van het Rechtspraakverdrag. De bepalingen van de Rijksoctrooiwet 1995 komen overigens al goeddeels overeen met de bepalingen van het Rechtspraakverdrag. Voor zover er verschillen bestaan, zijn deze, op enkele onderdelen na, redactioneel van aard. Deze leiden niet tot een andere beschermingsomvang van het octrooi.


Kamerstukken

R2124

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.