TK 2018/19, 35 161 Diverse wijzigingen Wet op de orgaandonatie

Wetsvoorstel (11-03-2019) tot wijziging van de Wet op de orgaan-donatie in verband met het voorzien in een wettelijke grondslag voor de protocollen voor vaststelling van de dood op grond van circulatoire criteria en enkele andere wijzigingen

—De Wet op de orgaandonatie (Wod) bevat regels voor een zorgvuldige uitvoering van orgaan- en weefseldonaties in Nederland. De Wod is in 1998 in werking getreden en in die tijd ging het bij postmortale orgaandonatie overwegend om donoren bij wie hersendood was vastgesteld. Dit verklaart waarom de Wod alleen specifieke regels bevat voor het vaststellen van de hersendood. In de huidige praktijk is door medisch-wetenschappelijke ontwikkelingen orgaandonatie ook mogelijk bij donoren bij wie de dood is ingetreden door een onomkeerbare circulatiestilstand.

Inmiddels maken zulke donoren ruim de helft van het aantal postmortale donoren uit. In de Wod ontbreken specifieke regels voor het vaststellen van de dood op grond van circulatoire criteria in relatie tot de procedure van orgaandonatie, waarbij snel handelen geïndiceerd is met het oog op het preserveren van de organen. Met het oog hierop is de Gezondheidsraad verzocht om een protocol op te stellen voor het vaststellen van de dood op grond van circulatoire criteria. Aan dit verzoek heeft de Gezondheidsraad voldaan met het op 10 juni 2015 uitgebrachte advies ‘Vaststellen van de dood bij postmortale orgaandonatie’ (Kamerstukken II 2014/15, 28 140, nr. 88). Met onderhavig voorstel wordt de Wod aldus aangepast dat de vaststelling van de dood op grond van neurologische criteria (hersendood) en circulatoire criteria beide in de wet worden geregeld. Het voorstel heeft geen wezenlijke wijziging van de praktijk tot gevolg, omdat artsen in de praktijk bij het vaststellen van de dood op grond van circulatoire criteria al aansluiten bij de door de Gezondheidsraad opgestelde protocollen. Met het onderhavige voorstel verkrijgt de bestaande praktijk een wettelijke basis en is voortaan in de Wod het vaststellen van zowel de hersendood als de dood op grond van circulatoire criteria geregeld.

De context waarin de dood van een patiënt intreedt, is bepalend voor het te volgen protocol en de van toepassing zijnde methoden en criteria voor het vaststellen van de dood. Het Hersendoodprotocol heeft betrekking op donatie na vaststelling van de dood op grond van neurologische criteria (donation after brain death; DBD). Het vaststellen van de dood op grond van circulatoire criteria zal moeten plaatsvinden op grond van de door de Gezondheidsraad vast-gestelde methoden en criteria voor donatie na vaststelling van de dood op grond van circulatoire criteria (donation after circulatory death; DCD). Hierbij dient onderscheid te worden gemaakt tussen het protocol voor de verwachte dood (expected DCD-scenario; eDCDprotocol) en het protocol voor de onverwachte dood (unexpected DCD-scenario; uDCDprotocol). Om te voorzien in een wettelijke grondslag voor de protocollen voor het vaststellen van de dood op grond van circulatoire criteria, zullen de artikelen 14 en 15 van de Wod worden aangepast.

Een andere wijziging uit dit wetsvoorstel heeft betrekking op het tijdstip van het vragen om en verlenen van toestemming. In artikel 20, derde lid, van de Wod is bepaald dat als de donatievraag nog open ligt, deze pas na het vaststellen van de dood van de betrokkene mag worden gesteld aan de beslissingsbevoegde nabestaanden of de door de betrokkene gekozen persoon. Complementair hieraan is in artikel 11 van de Wod bepaald dat het verlenen van de toestemming geschiedt door de beslissingsbevoegde persoon of personen na het vaststellen van de dood van de betrokkene. Het wordt wenselijk geacht om hierop een uitzondering te maken voor de situatie van het eDCDprotocol. In die situatie moet na het vaststellen van de dood van de betrokkene namelijk zo snel mogelijk worden overgegaan tot het preserveren en uitnemen van de organen, omdat anders de kwaliteit daarvan dermate verslechtert dat deze niet meer geschikt zijn voor transplantatie. Daartoe wordt voorzien in de bevoegdheid om – onder strikte voorwaarden – de donatievraag op een eerder moment te mogen stellen en complementair daaraan om die toestemming ook op een eerder moment te mogen verlenen. Hiertoe wordt in het onderhavige voorstel aanpassing van de artikelen 11 en 20 van de Wod voorgesteld.

Een verdere aanpassing die dit voorstel met zich meebrengt ziet op de zgn. ‘no touch tijd’ bedoeld in het derde en vierde lid van artikel 22 Wod. Die leden hebben beide betrekking op de toelaatbaarheid van voorbereidende handelingen na het vaststellen van de dood van een betrokkene. Het verschil tussen beide leden is dat het derde lid betrekking heeft op een betrokkene die niet wordt beademd en het vierde lid op een betrokkene die wel wordt beademd. In de eerste plaats wordt op advies van de Gezondheidsraad de observatieperiode van vijf minuten na de vaststelling dat sprake is van een circulatiestilstand waarbij niet mag worden geïntervenieerd, geschrapt. Uit de geldende protocollen (eDCD of uDCD) blijkt dat de vaststelling van de dood het in acht nemen van een no-touch tijd van vijf minuten reeds omvat. Het is niet de bedoeling dat daarna nogmaals vijf minuten wordt afgewacht. 

Ten tweede heeft de Gezondheidsraad geadviseerd om het derde en vierde lid samen te voegen, omdat er in feite geen verschil bestaat in de strekking van beide leden. Het gaat erom dat de wet de voorwaarden formuleert onder welke voorwaarden het toelaatbaar is om voorbereidende handelingen te treffen na het vaststellen van de dood van een betrokkene in de situatie dat de donatievraag nog open ligt. Daarbij is het niet relevant of de betrokkene niet of (alsnog) wordt beademd. Aan dat advies wordt met dit wetsvoorstel ook uitvoering gegeven. Het hergeformuleerde derde lid biedt de grondslag om ten aanzien van een betrokkene bij wie de hersendood of de circulaire dood is vastgesteld conform de daarvoor geldende methoden en criteria voorbereidende handelingen te treffen onder de genoemde voorwaarden.

Het wetsvoorstel bevat ook nog een (procedurele) wijziging die verband houdt met de invoering van het actief donorregistratiesysteem. Tijdens de behandeling van het initiatiefwetsvoorstel van het lid Dijkstra tot wijziging van de Wod in verband met het opnemen van een actief donorregistratiesysteem is toegezegd dat ter zake van de algemene maatregelen van bestuur, bedoeld in artikel 23, derde lid, van de Wod (m.b.t. ziekenhuisprotocol) en artikel 33, tweede lid, van het initiatiefwetsvoorstel (m.b.t. zorgplicht van de overheid voor de informatievoorziening over orgaandonatie), voorzien zal worden in een voorhangprocedure (Kamerstukken I 2017/18, 33 506, nr. R en Kamerstukken II 2017/18, 33 506, nr. 28). Met het onderhavige wetsvoorstel wordt aan die toezegging voldaan.

Tot slot worden nog enkele andere wijzigingen voorgesteld, die betrekking hebben op de definitie van ‘orgaan’, het donorregister en gebruik van het BSN, het schrappen van de eis van samenleven en op het donatieformulier.


Kamerstukken

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.