TK 2009/10, 32 366 Bewoning van recreatiewoning met een lang feitelijk gedoogverleden

Wetsvoorstel (14-4-2010) met regels voor het verlenen van vergunning voor de onrechtmatige bewoning van recreatiewoningen

—Begin 2009 werd nog ongeveer 8% van de recreatiewoningen in Nederland onrechtmatig bewoond door bewoners die de bewoning voor 31 oktober 2003 hadden aangevangen. Op de in totaal ruim 100.000 recreatiewoningen zijn dat ongeveer 8.000 gevallen van (onrechtmatige) bewoning. Om de problematiek rond de (onrechtmatige) bewoning van recreatiewoningen met een langdurig feitelijk gedoogverleden op zo kort mogelijke termijn op te lossen wordt nu een definitieve oplossing voorgesteld. Het wetsvoorstel beoogt te regelen dat een bewoner die een recreatiewoning onrechtmatig bewoont bij zijn gemeente onder voorwaarden een (persoonsgebonden) omgevingsvergunning verkrijgt voor het bewonen van een recreatiewoning in strijd met het bestemmingsplan of de beheersverordening als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening. Daarbij moet het gaan om een bewoner ten aanzien van wie voor 1 januari 2010 door zijn gemeente geen besluit is genomen tot oplegging van een last onder dwangsom of bestuursdwang ter zake van die bewoning noch een besluit om voor bepaalde tijd van handhaving af te zien. Is daarvan wel sprake, dan is de bewoner reeds voldoende duidelijkheid geboden dat hij niet in zijn recreatiewoning mag blijven wonen. Daarnaast dient de bewoner vóór, maar in elk geval op 31 oktober 2003 (en sindsdien onafgebroken) de recreatiewoning tot in elk geval 1 januari 2010 te hebben bewoond. Indien die bewoner aan de gemeente de in artikel 3 van dit wetsvoorstel genoemde bewijsmiddelen van zijn (onrechtmatige) bewoning heeft overgelegd, moeten burgemeester en wethouders de omgevingsvergunning verlenen. Wanneer burgemeester en wethouders niet binnen de in dit wetsvoorstel gestelde termijn beslissen over de omgevingsvergunning, is die vergunning van rechtswege verleend. Indien een bewoner aan de gemeente niet de in artikel 3 genoemde bewijsmiddelen van zijn (onrechtmatige) bewoning kan overleggen, kan op basis van artikel 4 van dit wetsvoorstel de omgevingsvergunning worden verleend, wanneer de bewoner aanvullend of ander bewijs overlegt en dat bewijs tot genoegen van burgemeester en wethouders is. Op basis van artikel 4 kan echter geen vergunningverlening van rechtswege plaatsvinden.
 

Kamerstukken

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.