Stb. 2013, 200 Wijziging Wet op de orgaandonatie

Wet van 25-04-2013, Stb. 2013, 200

Wet tot wijziging van de Wet op de orgaandonatie in verband met nieuwe medisch-technische ontwikkelingen

—Belemmeringen die aan het ter beschikking komen van organen in de weg staan moeten, met inachtneming van de uitgangspunten waarop de Wet op de orgaandonatie (WOD) is gebaseerd, zo veel mogelijk uit de weg worden geruimd. Een van die belemmeringen is de onzekerheid die in het veld bestaat over de interpretatie van enige onderdelen van de WOD. Die is ontstaan door nieuwe vormen van transplantatie die mogelijk zijn geworden. Het gaat hierbij om donatie van levers en longen afkomstig van donoren die door een hartstilstand overlijden op een moment dat vanwege de slechte toestand van de betrokkene, in wezen voorspelbaar is geworden. Omdat longen en levers binnen een paar uur na uitname bij de ontvanger geïmplanteerd moeten worden, is het nodig dat al vóór de hartstilstand enkele voorbereidende onderzoeken worden uitgevoerd. Volgens de letter van de wet kunnen zulke voorbereidende handelingen echter slechts getroffen worden als de betrokkene zelf toestemming heeft vastgelegd in het register of door middel van een verklaring bedoeld in artikel 9, vierde lid, van de wet. In sommige gevallen echter vinden in die gevallen voorbereidende handelingen ook plaats vóór het overlijden, wanneer is gebleken dat de naasten die ingevolge de WOD bevoegd zullen zijn om toestemming voor orgaandonatie te geven, positief staan tegenover de eventuele latere orgaandonatie. Toen beroepsbeoefenaren zich deze strijdigheid realiseerden, waren verschillende van hen geneigd van zulke donatieprocedures af te zien. De onderhavige wijziging van de WOD maakt het mogelijk om als betrokkene zelf geen toestemming heeft vastgelegd voor orgaandonatie, ook vóór overlijden, voorbereidingen voor donatie te treffen zolang daartegen door de daartoe bevoegde naasten geen bezwaar is gemaakt. In de huidige tekst van dit artikellid wordt als moment dat naasten mogen worden benaderd het moment genoemd van intreden van de dood. Met deze wet wordt als moment vanaf wanneer het benaderen van naasten over de mogelijkheid van orgaandonatie is toegestaan, opgenomen het moment dat redelijkerwijs vaststaat dat de betrokkene binnen afzienbare tijd zal overlijden. De wijziging houdt ten opzichte van de huidige WOD een verdergaande beperking in van de lichamelijke integriteit en het zelfbeschikkingsrecht van de betrokkene en een zekere inperking van het beslissingsrecht van de naasten. Daarnaast brengt deze wet enkele andere wijzigingen aan vanwege door de praktijk gepercipieerde onduidelijkheden. Het betreft onduidelijkheid over de begrippen ‘intreden van de dood’ en ‘vaststellen van de dood’.

 

Inwerkingtredingsbesluit van 17-06-2013, Stb. 2013, 245

Inwerkingtreding

Besluit houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de wet van 25 april 2013 tot wijziging van de Wet op de orgaandonatie in verband met nieuwe medisch-technische ontwikkelingen (Stb. 2013, 200)

—De wet treedt in werking met ingang van 1 juli 2013.

 

Kamerstukken

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.