Stb. 2009, 282 Werk-leerrecht(-plicht) jongeren

Wet van 1-7-2009 Stb. 2009, 282 en inwerkingtredingsbesluit van 1-7-2009 Stb. 2009, 283

Wet tot bevordering duurzame arbeidsinschakeling jongeren tot 27 jaar (Wet investeren in jongeren)

—Primair beoogt deze wet jongeren te laten werken of leren of een combinatie van beide. Daartoe krijgt de jongere het recht op een werkleeraanbod van de zijde van de gemeente. Om die reden heeft de regering de voorkeur gegeven aan de term werkleerrecht boven werkleerplicht. Alleen in de situatie dat een werkleeraanbod wegens in de persoon van de jongere gelegen of niet verwijtbare omstandigheden zijnerzijds geen optie is, of dit aanbod onvoldoende inkomsten genereert, is een inkomensvoorziening gegarandeerd. Deze inkomensvoorziening sluit aan bij die van de WWB. Anders dan bij de WWB, waar het niet meewerken aan de arbeidsinschakeling leidt tot tijdelijke verlaging van het recht op bijstand, bestaat geen recht op de inkomensvoorziening als de jongere het werkleeraanbod weigert of daar ondubbelzinnig onvoldoende aan meewerkt. De samenhang tussen het werkleeraanbod enerzijds en de inkomensvoorziening anderzijds is een bepalend element van dit wetsvoorstel. Bij het werkleerrecht geldt geen meldplicht. Jongeren melden zich uit eigen beweging bij de gemeente. De introductie van een algemene plicht voor jongeren waarmee alle jongeren die niet leren of werken zouden worden bereikt, dus ook (probleem)jongeren die zich niet vrijwillig zouden melden, zou op gespannen voet staan met diverse internationale bepalingen. In dit verband wordt verwezen naar het advies van de Raad van State bij een eerder wetsvoorstel voor een leerwerkplicht tot 23 jaar. Bij dit eerdere wetsvoorstel heeft de Raad van State aangegeven dat de daarin voorgestelde leerwerkplicht, getoetst aan het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten voor de Mens en Fundamentele Vrijheden, het Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten en Conventie 29 van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO), raakt aan het verbod op gedwongen arbeid. In dit verband wordt door de Raad tevens verwezen naar Conventie 105 van de ILO en het Europees Sociaal Handvest. Er is slechts een beperkt aantal bepalingen (artikel 20, derde lid, Grondwet; artikel 13, eerste tot en met derde lid, ESH (herzien) en artikel 11, eerste lid, Esocul) die inhoudelijke randvoorwaarden bevatten ten aanzien van het recht op bijstand. Die bepalingen leggen een basisrecht op bijstand vast, maar laten aan de wetgever de vrijheid om vorm en omvang van die bijstand nader te regelen, en de voorwaarden waaraan moet worden voldaan om voor deze bijstand in aanmerking te komen. De verboden tot dwangarbeid, als neergelegd in artikel 1, tweede lid, van het ESH (herzien), artikel 4 van het EVRM, artikel 8 BuPo, artikel 6, eerste lid, Esocul en de ILO-verdragen 29 en 105 verzetten zich tegen een wettelijke regeling waarbij aan personen wettelijke arbeidsverplichtingen worden opgelegd, behoudens in gevallen waarin een van de (beperkte) uitzonderingsgronden, als genoemd in die artikelen, zich voordoet. Genoemde artikelen verzetten zich er niet tegen, dat aan een recht op (bijstands)uitkering arbeids- of leerverplichtingen worden verbonden, en evenmin dat slechts uitkering wordt verleend in geval betrokkene arbeids- of leerverplichtingen heeft aanvaard. In deze wet is het werk- en leerrecht echter vertaald in een plicht voor de gemeenten om aan personen, jonger dan 27 jaar, een werkleeraanbod te doen. Het staat de desbetreffende personen echter vrij, om een dergelijke voorziening niet aan te vragen, c.q. een aangeboden werkleeraanbod te weigeren. De consequentie daarvan is uiteraard wel dat geen aanspraak kan worden gemaakt op een inkomensgarantie van overheidswege (die is gekoppeld aan de aanvaarding van het, op de omstandigheden van de persoon af te stemmen, werkleeraanbod), maar dit is niet in strijd met de genoemde dwangarbeidverboden. Het is een keuze die de betrokkenen zelf maken. Er bestaat geen verplichting voor de overheid om in een dergelijke situatie uitkeringen te verschaffen. Naar het oordeel van de regering druist dit niet in tegen de Grondwet en internationaalrechtelijke bepalingen.

Gedeeltelijke inwerkingtreding 1-10-2009 overblijvend gedeelte treedt in werking 1-1-2011.
 

Kamerstukken

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.