Stb. 2010, 818 Vrijheidsbenemende jeugdsancties

Wet van 13-12-2010, Stb. 2010, 818

Wet tot wijziging van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen, het Wetboek van Strafrecht, het Wetboek van Strafvordering en enige andere wetten, in verband met de aanpassing van de tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende jeugdsancties

—Op 1 september 2001 trad de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen (Bjj) in werking. De wet regelt het verblijf van jeugdigen in justitiële jeugdinrichtingen. Met deze wijziging wordt de tenuitvoerlegging van jeugdsancties op onderdelen geoptimaliseerd. De verbetervoorstellen zijn een gevolg van het verschijnen van het rapport ‘Veiligheid in justitiële jeugdinrichtingen: opdracht met risico’s’. Een belangrijke doelstelling van de Bjj is gelegen in de versterking van de rechtspositie van de jeugdigen die in justitiële jeugdinrichtingen verblijven. Ook nu neemt de rechtspositie van de jeugdigen een centrale plaats in. Daarnaast bevat de Bjj voorschriften die betrekking hebben op het beheer, de inrichting van en het toezicht op de inrichtingen. Telkens is het optimum gezocht tussen de rechtsbescherming van de jeugdige enerzijds en een goed werkende inrichtingsorganisatie anderzijds.

De onderwerpen die aan de orde komen, zijn achtereenvolgens:

  • de pedagogische ‘time out'-maatregel;
  • het stelsel van de aan de directeur voorbehouden beslissingen;
  • het verblijf in de groep als uitgangspunt;
  • het perspectiefplan;
  • de herziening van de procedure van bemiddeling, beklag en beroep;
  • het verlofstelsel en het scholings- en trainingsprogramma;
  • de bestemming van de justitiële jeugdinrichting;
  • het toezicht op de justitiële jeugdinrichting;
  • het optimaliseren van de tenuitvoerlegging;
  • de regeling kind-bij-ouderplaatsing;
  • informatieplicht ouders bij straffen;
  • wettelijke basis voor nachtdetentie;
  • verplichte nazorg na jeugddetentie;
  • de maatregel van plaatsing in een jeugdinrichting (Pij-maatregel).

De invoering van de pedagogische ‘time out’-maatregel (de jeugdige wordt kortstondig buiten de groep geplaatst) betreft grotendeels een codificatie van een gegroeide praktijk. Ook het verschaffen van een wettelijke basis voor nachtdetentie zal naar verwachting geen gevolgen hebben voor de mate waarin van deze modaliteit in de praktijk gebruik wordt gemaakt. Het stelsel van de aan de directeur voorbehouden beslissingen schept een andere structuur in het leven voor de verdeling van bevoegdheden in de inrichting. Met de aanpassingen kunnen reeds in de inrichting werkzame afdelingshoofden beslissingen nemen die voorheen aan de directeur waren voorbehouden. Zo wordt een einde gemaakt aan een praktijk waarin plaatsvervangers worden aangesteld om in de noodzakelijke werkverdeling te voorzien. Een soortgelijke overweging treft de flexibilisering van het aantal uren dat op de groep moet worden doorgebracht. Het aantal uren per week blijft hetzelfde en slechts de verdeling van dit aantal uren over de week verandert. Dit alles moet leiden tot een efficiëntere inzet van het personeel. De herziening van de regeling voor bemiddeling, beklag en beroep zal ertoe leiden dat minder dan voorheen het middel van het indienen van een klacht zal worden beproefd. De regeling biedt immers zowel aan de jeugdige als aan het betrokken personeel meer inzicht in de beslissingen die zonder meer beklagwaardig zijn. Ook zal tevoren de procedure van bemiddeling worden beproefd. Enkele wijzigingen kunnen worden herleid tot de verbetermaatregelen in de justitiële jeugdinrichtingen naar aanleiding van het verschijnen van de rapporten van de Algemene Rekenkamer en de gezamenlijke Inspecties. Het betreft hier onder meer de invoering van een verplicht perspectiefplan voor alle jeugdigen die in de inrichting verblijven. Dit hangt direct samen met de beleidskeuze voor een trajectmatige benadering als gevolg waarvan het verblijf in de inrichting kan worden aangemerkt als een fase in een breder traject. Hieronder valt ook de nazorg die na het verblijf in de inrichting wordt geboden. Deze trajectbenadering, gecombineerd met de in alle inrichtingen gehanteerde basismethodiek, geldt voor alle jeugdigen die in de inrichting verblijven.

Inwerkingtreding op een kb te bepalen tijdstip, dat voor verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
 

Inwerkingtreding

Besluit van 15 juni 2011, Stb. 2011, 296

De wet van 13 december 2010 tot wijziging van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen, het Wetboek van Strafrecht, het Wetboek van Strafvordering en enige andere wetten, in verband met de aanpassing van de tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende jeugdsancties (Stb. 2010, 818), treedt in werking met ingang van 1 juli 2011.
 

Kamerstukken

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.