Stb. 2019, 61 Vierde Spoorwegpakket

Wet van 30-01-2019, Stb. 2019, 61

Wet van 30 januari 2019 tot wijziging van de Spoorwegwet, de Wet personenvervoer 2000 en enige andere wetten in verband met de implementatie van richtlijn (EU) 2016/797 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende de interoperabiliteit van het spoorwegsysteem in de Europese Unie (PbEU 2016, L 138/44), Richtlijn (EU) 2016/798 van 11 mei 2016 inzake veiligheid op het spoor (PbEU 2016, L 138/102), Richtlijn (EU) 2016/2370 van 14 december 2016 tot wijziging van Richtlijn 2012/34/EU, met betrekking tot de openstelling van de markt voor het binnenlands passagiersvervoer per spoor en het beheer van de spoor­weg­infrastructuur (PbEU 2016, L 352/1) en tevens ter goede uitvoering van Verordening (EU) 2016/796 van 11 mei 2016 betreffende het Spoor­weg­bureau van de Europese Unie en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 881/2004 (PbEU 2016, L 138/1) en van Verordening (EU) 2016/2338 van 14 december 2016 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1370/2007, met betrekking tot de openstelling van de markt voor het binnenlands personenvervoer per spoor (PbEU 2016, L 354/22)

—De wet strekt tot implementatie van het Europese Vierde Spoor­weg­pakket. Het pakket bestaat uit diverse Europese richtlijnen en verordeningen met als doel het wegnemen van barrières die de eenwording van de Europese spoor­weg­ruimte in de weg staan. Daarnaast beoogt het pakket de veiligheid, interoperabiliteit en betrouwbaarheid van die spoor­weg­ruimte te vergroten. Het pakket bestaat uit een marktpijler en een technische pijler.

De marktpijler heeft betrekking op de steeds verdergaande openstelling van de spoormarkt waarbij de mogelijkheden voor het onderhands gunnen van openbaredienstcontracten voor spoorvervoer worden beperkt en waarbij spoor­weg­ondernemingen non-discriminatoir recht op toegang tot de infrastructuur krijgen ten behoeve van het verrichten van personenvervoerdiensten per spoor in de lidstaten. De technische pijler heeft betrekking op de veiligheid en interoperabiliteit van het Europese spoor­weg­systeem. Tijdens de parlementaire behandeling is bij aangenomen amendement toegevoegd dat bij een concessieverleningprocedure de Kamer ruimte tijd heeft om de concessie te beoordelen, om zo de rol van de politiek in de concessieverlening te verduidelijken.


Inwerkingtreding

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Inwerkingtredingsbesluit van 22-02-2019, Stb. 2019, 103

Besluit houdende de vaststelling van het tijdstip van gedeeltelijke inwerkingtreding van de Wet van 30 januari 2019 tot wijziging van de Spoorwegwet, de Wet personenvervoer 2000 en enige andere wetten in verband met de implementatie van richtlijn (EU) 2016/797 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende de interoperabiliteit van het spoorwegsysteem in de Europese Unie (PbEU 2016, L 138/44), richtlijn (EU) 2016/798 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 inzake veiligheid op het spoor (PbEU 2016, L 138/102), richtlijn (EU) 2016/2370 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2016 tot wijziging van Richtlijn 2012/34/EU, met betrekking tot de openstelling van de markt voor het binnenlands passagiersvervoer per spoor en het beheer van de spoorweginfrastructuur (PbEU 2016, L 352/1) en tevens ter goede uitvoering van verordening (EU) 2016/796 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende het Spoorwegbureau van de Europese Unie en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 881/2004 (PbEU 2016, L 138/1) en van verordening (EU) 2016/2338 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2016 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1370/2007, met betrekking tot de openstelling van de markt voor het binnenlands personenvervoer per spoor (PbEU 2016, L 354/22) (Stb. 2019, 61)

De artikelen I, onderdelen A, eerste lid, onderdeel c, voor zover het de begripsbepalingen ‘beheer’, ‘essentiële functies’, ‘raad van bestuur’ en ‘raad van commissarissen’ betreft, E tot en met H, onderdeel I, het eerste, derde en vierde lid, Q tot en met S, U en W, en III, onderdelen A tot en met J en L tot en met M, van de wet treden in werking met ingang van 07-03-2019.


Inwerkingtredingsbesluit van 27-05-2019, Stb. 2019, 204

Besluit houdende de vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de resterende artikelen van de Wet van 30 januari 2019 tot wijziging van de Spoorwegwet, de Wet personenvervoer 2000 en enige andere wetten in verband met de implementatie van richtlijn (EU) 2016/797 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende de interoperabiliteit van het spoorwegsysteem in de Europese Unie (PbEU 2016, L 138/44), richtlijn (EU) 2016/798 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 inzake veiligheid op het spoor (PbEU 2016, L 138/102), richtlijn (EU) 2016/2370 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2016 tot wijziging van Richtlijn 2012/34/EU, met betrekking tot de openstelling van de markt voor het binnenlands passagiersvervoer per spoor en het beheer van de spoorweginfrastructuur (PbEU 2016, L 352/1 en tevens ter goede uitvoering van verordening (EU) 2016/796 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende het Spoorwegbureau van de Europese Unie en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 881/2004 (PbEU 2016, L 138/1) en van verordening (EU) 2016/2338 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2016 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1370/2007, met betrekking tot de openstelling van de markt voor het binnenlands personenvervoer per spoor (PbEU 2016, L 354/22) (Stb. 2019, 61)

De artikelen I, onderdelen A, met uitzondering van het eerste lid, onderdeel c, voor zover het de begripsbepalingen ‘beheer’, ‘essentiële functies’, ‘raad van bestuur’ en ‘raad van commissarissen’ betreft, B, C, D, onderdeel I, het tweede lid, J, K tot en met P, T, V, X tot en met HH, II en III, onderdeel K, treden in werking met ingang van 16-06-2019. 

Gelijktijdig met dit besluit zijn ook nog twee andere besluiten in het Staatsblad verschenen die hiermee samenhangen: Besluit van 27 mei 2019 tot wijziging van het Besluit personenvervoer 2000 ter uitvoering van Verordening (EU) nr. 2016/2338 van 14 december 2016 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1370/2007, met betrekking tot de openstelling van de markt voor het binnenlands personenvervoer per spoor (PbEU 2016, L 354/22) (Stb. 2019, 202) en Besluit van 27 mei 2019 tot wijziging van het Besluit bedrijfsvergunning en veiligheidscertificaat hoofdspoorwegen, het Besluit spoorverkeer en het Besluit Onderzoeksraad voor veiligheid in verband met de implementatie van richtlijn (EU) 2016/797 van 11 mei 2016 betreffende de interoperabiliteit van het spoorwegsysteem in de Europese Unie (PbEU 2016, L 138/44) en richtlijn (EU) 2016/798 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 inzake veiligheid op het spoor (PbEU 2016, L 138/102 (Stb. 2019, 203)


Inwerkingtredingsbesluit van 04-07-2019, Stb. 2019, 262

Besluit houdende de vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van artikel IV van de Wet tot wijziging van de Spoorwegwet, de Wet personenvervoer 2000 en enige andere wetten in verband met de implementatie van richtlijn (EU) 2016/797 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende de interoperabiliteit van het spoorwegsysteem in de Europese Unie (PbEU 2016, L 138/44), Richtlijn (EU) 2016/798 van 11 mei 2016 inzake veiligheid op het spoor (PbEU 2016, L 138/102), Richtlijn (EU) 2016/2370 van 14 december 2016 tot wijziging van Richtlijn 2012/34/EU, met betrekking tot de openstelling van de markt voor het binnenlands passagiersvervoer per spoor en het beheer van de spoor­weg­infrastructuur (PbEU 2016, L 352/1) en tevens ter goede uitvoering van Verordening (EU) 2016/796 van 11 mei 2016 betreffende het Spoor­weg­bureau van de Europese Unie en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 881/2004 (PbEU 2016, L 138/1) en van Verordening (EU) 2016/2338 van 14 december 2016 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1370/2007, met betrekking tot de openstelling van de markt voor het binnenlands personenvervoer per spoor (PbEU 2016, L 354/22) (Stb. 2019, 61)

Artikel IV van de wet treedt in werking met ingang van 19-07-2019.


Kamerstukken

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.