Stb. 2014, 528 Verzamelwet pensioenen 2014

Wet van 10-12-2014, Stb. 2014, 527 en inwerkingtredingsbesluit van 12-12-2014, Stb. 2015, 528

Wet tot wijziging van de Pensioenwet, de Wet verplichte beroepspensioenregeling en enkele andere wetten in verband met het van toepassing worden van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen op De Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten en in verband met enkele andere wijzigingen (Verzamelwet pensioenen 2014)

In deze wet zijn verschillende wijzigingen in diverse wetten op het terrein van pensioen opgenomen. Het gaat om:


Bijzonder partnerpensioen bij overlijden van de ex-partner

Bij scheiding verkrijgt de ex-partner nu een aanspraak op ‘bijzonder partnerpensioen’.
Er ontstaat een zelfstandig recht van de ex-partner, los van de deelnemer. In geval van vooroverlijden van de ex-partner vervalt de waarde van het bijzonder partnerpensioen aan het collectief van de deelnemers. In de wetgeving is op dit moment niet vastgelegd of hiervan afgeweken kan worden in de pensioenregeling, zodat de waarde van het bijzonder partnerpensioen ten gunste kan komen van de deelnemer. De (nieuwe partner van de) deelnemer kan hier financieel belang bij hebben, namelijk wanneer die waarde wordt omgezet in een aanspraak op partnerpensioen ten behoeve van hem. Deze wet regelt dat de waarde van het bijzonder partnerpensioen bij vooroverlijden van de ex-partner voortaan ten gunste van de deelnemer kan komen.


DNB en AFM onder Kaderwet zelfstandige bestuursorganen

De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM) zijn per 1 januari 2013 onder de werkingssfeer van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen gebracht. Deze wet wijzigt of schrapt bepalingen in de Pensioenwet (Pw) en de Wet verplichte beroepspensioenregeling (Wvb) voor zover de betreffende materie al in de Kaderwet ZBO is geregeld. Het betreft artikelen in verband met informatieverstrekking, kwaliteitseisen en taakverwaarlozing.


Rol van de Inspectie Werk en Inkomen

Momenteel is in de pensioenwetgeving een expliciete rol opgenomen voor de Inspectie Werk en Inkomen voor het tweedelijnstoezicht. Deze rol is in de praktijk zeer beperkt. Het is ook de enige toezichtstaak van de Inspectie buiten het terrein van werk en inkomen. Het is daarom niet zinvol dit bij een apart organisatieonderdeel onder te brengen. Bovendien is een wettelijke regeling daarvoor niet langer nodig. IWI is inmiddels onder de naam Inspectie SZW onderdeel van het Ministerie van SZW en valt onder de verantwoordelijkheid van de Minister.


IB-ondernemers

In 2005 is in de Wet aanpassing fiscale behandeling VUT/prepensioen en introductie levensloopregeling (Wet VPL) geregeld dat de fiscale begrenzingen die worden gesteld aan de pensioenopbouw van werknemers per 1 januari 2015 ook zullen gelden voor de pensioenopbouw van IB-ondernemers die verplicht deelnemen in beroeps- of bedrijfstakpensioenregelingen.
De artikelen die als gevolg van de Wet VPL in de Wvb en de Wet Bpf 2000 zijn opgenomen hebben nog een beperkte aanpassing nodig. Het betreft een verduidelijking van de manier waarop deze bepalingen toepasbaar zijn op andere deelnemers dan IB-ondernemers. Deze aanpassing is in deze wet opgenomen.


Beleidsregels inzake de taakuitoefening van DNB en AFM

De Minister van SZW heeft nu de mogelijkheid om aanwijzingen te geven als de toezichthouder tekortschiet in zijn taakuitoefening en om in het geval van ernstige taakverwaarlozing verantwoordelijkheden bij de toezichthouder weg te nemen. Gebruik van deze maatregelen is slechts denkbaar in extreme omstandigheden. Om ook te kunnen interveniëren in minder uitzonderlijke situaties, is bij de Wet versterking governance van DNB en AFM een artikel in de Wft opgenomen dat de mogelijkheid biedt tot het stellen van beleidsregels door de Minister van Financiën. Hoewel het pensioentoezicht daarvoor geen aanleiding geeft, creëert onderhavige wet deze mogelijkheid ook voor het toezicht dat beide organisaties op grond van de Pw uitoefenen.
Voordat de minister een beleidsregel vaststelt zal hij hierover overleggen met de toezichthouders.


Beleggingsbeleid

In de wet versterking bestuur pensioenfondsen is opgenomen dat fondsen in hun jaarverslag moeten rapporteren over de wijze waarop ze in hun beleggingsbeleid rekening houden met milieu en klimaat, mensenrechten en sociale verhoudingen. Deze wet legt vast dat fondsen voortaan ook rapporteren over de mate waarin zij investeren in Nederland.


Automatisch lidmaatschap beroepspensioenvereniging

In de praktijk is gebleken dat bij verschillende beroepspensioenverenigingen die betrokken zijn bij verplicht gestelde beroepspensioenregelingen, onterecht wordt gewerkt met een verplicht lidmaatschap. Iedereen op wie de verplicht gestelde pensioenregeling van toepassing is, wordt automatisch lid gemaakt van de beroepspensioenvereniging. Daarbij wordt de mogelijkheid geboden om zelf actief het lidmaatschap op te zeggen. Onderhavige wet scherpt de bepalingen hieromtrent aan.


Inwerkingtreding

Inwerkingtreding m.i.v. 01-01-2015, m.u.v. de artikelen I, onderdelen B en Ca, II, onderdelen C en Da, en VI (die met ingang van 20-12-2014 in werking treden) en artikel VIA.


Kamerstukken

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.