Stb. 2013, 97 Versterking toezicht collectieve beheersorganisatie

Wet van 07-03-2013, Stb. 2013, 97

Wet tot wijziging van de Wet van 6 maart 2003, houdende bepalingen met betrekking tot het toezicht op collectieve beheersorganisaties voor auteurs- en naburige rechten

—Met de inwerkingtreding van de Wet toezicht collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten (Wet toezicht) op 15 juli 2003 zijn de op grond van de Auteurswet en de Wet op de naburige rechten aangewezen organisaties onder het toezicht geplaatst van het College van Toezicht collectieve beheersorganisaties voor auteurs- en naburige rechten. De sinds medio 2003 opgedane ervaringen met het toezicht en het collectieve beheer geven aanleiding om het toezicht zowel te versterken als te verbreden. De belangrijkste elementen van de versterking en verbreding van het toezicht zijn:

  1. ook Buma komt onder het preventieve toezicht te vallen;
  2. ook organisaties van vrijwillig collectief beheer gaan onder het toezicht vallen;
  3. collectieve beheersorganisaties moeten voldoen aan concrete eisen ten aanzien van transparantie en beheerskosten;
  4. er wordt in een informatieplicht voorzien, op grond waarvan in Nederland gevestigde derden waarmee de onder het toezicht vallende organisaties bij de inning of verdeling van gelden samenwerken het College van Toezicht de gevraagde inlichtingen moeten verschaffen;
  5. het toezicht op de tariefontwikkeling krijgt gestalte via de vereiste instemming vooraf van het College bij eenzijdig voorgenomen verhogingen van de standaardtarieven;
  6. het College van Toezicht krijgt de bevoegdheid om bestuurlijke boeten en een last onder dwangsom op te leggen.

Voorts wordt voorzien in een onafhankelijke geschillencommissie voor de beslechting van tariefgeschillen. Hiermee wordt beoogd een laagdrempelige en efficiënte procedure voor tariefgeschillen te bieden waarin expertise wordt gebundeld. Het College blijft belast met de uitoefening van kwaliteitstoezicht op een efficiënte en rechtmatige inning en verdeling door en het functioneren van de collectieve beheersorganisaties. Het College van Toezicht zal er bovendien (als gevolg van een amendement) op toezien dat een collectieve beheersorganisatie de inning van de vergoedingen stroomlijnt, door met andere collectieve beheersorganisaties een gezamenlijke jaarlijkse factuur op te stellen en uit te reiken aan de betalingsplichtigen.
De versterking en verbreding van het toezicht op collectieve beheersorganisaties strekt ertoe transparantie van hun activiteiten te garanderen en hun functioneren beter te kunnen controleren. Het huidige stelsel van toezicht beperkte zich tot collectieve beheersorganisaties met een wettelijk monopolie. Ook vrijwillige collectieve beheersorganisaties hebben echter vaak een grote marktmacht. Omdat marktwerking doorgaans ontbreekt, is er reden om ook vrijwillige beheersorganisaties onder het toezicht te brengen en wettelijk te verplichten tot openbaarmaking van gegevens die inzicht bieden in hun algemene en financiële beleid. Ook de maatschappelijke impact van het optreden van deze organisaties, mede als gevolg van de voortschrijdende technologische ontwikkelingen, rechtvaardigen een strikter toezicht dat zich over meer organisaties uitstrekt.

Bij nota van wijziging zijn verder de volgende maatregelen aan het oorspronkelijke voorstel toegevoegd (als gevolg van een in 2009 door een parlementaire werkgroep onder voorzitterschap van het lid Gerkens (SP) uitgebracht rapport ‘Auteursrechten’):

  • bij de beheerskostennormering kan ook de keten tussen de inning en verdeling in aanmerking worden genomen;
  • er wordt voorzien in een grondslag om bij algemene maatregel van bestuur (hierna: amvb) nadere regels te kunnen geven voor de inrichting en het bestuur van een cbo, de bezoldiging van bestuurders en het beheer van de geïnde gelden (voor het toezicht zelf was dit al in het oorspronkelijke voorstel geregeld);
  • de mogelijkheden tot het beleggen in risicodragend kapitaal worden drastisch gereduceerd en er wordt voorzien in een grondslag om bij amvb nadere voorwaarden te stellen aan het beheer van gelden door cbo’s;
  • de termijn voor de verdeling van gelden aan rechthebbenden wordt maximaal drie jaar;
  • cbo’s worden verplicht om in hun jaarverslag verantwoording af te leggen over de verdeling en het beheer van de gelden.

Als gevolg van de brede steun voor een amendement bij het wetsvoorstel normering topinkomens publieke en semipublieke sector (Kamerstukken II 2011/2012, 32 600, nr. 30), met de strekking topinkomens bij auteursrechtenorganisaties te normeren tot (samengevat) maximaal 130% van het inkomen van een minister, heeft de minister bovendien dat in deze wet vastgelegd.
 

Inwerkingtreding

Inwerkingtredingsbesluit van 15 mei 2013, Stb. 2013, 179

Besluit tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet van 7 maart 2013 tot wijziging van de Wet van 6 maart 2003, houdende bepalingen met betrekking tot het toezicht op collectieve beheersorganisaties voor auteurs- en naburige rechten (Stb. 2013, 97)

—De wet treedt, met uitzondering van de artikelen 2, vierde lid, en 21, in werking met ingang van 1 juli 2013.
 

Kamerstukken

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.