Stb. 2017, 16 Vereenvoudiging en digitalisering procesrecht / Vereenvoudigd en digitaal in hoger beroep en cassatie / Invoeringswet KEI / Besluit digitalisering procesrecht

Inwerkingtredingsbesluit van 25-01-2017, Stb. 2017, 16

Besluit tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van diverse onderdelen van de Wet van 13 juli 2016 tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Algemene wet bestuursrecht in verband met vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht (Stb. 2016, 288), de Wet van 13 juli 2016 tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in verband met vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht in hoger beroep en cassatie (Stb. 2016, 289), de Invoeringswet vereenvoudiging en digitalisering procesrecht (Stb. 2016, 290), het Besluit digitalisering burgerlijk procesrecht en bestuursprocesrecht (Stb. 2016, 292) en het Aanpassingsbesluit vereenvoudiging en digitalisering procesrecht

—Met dit besluit wordt digitaal procederen in civiele vorderingszaken bij de Hoge Raad per 1 maart 2017 ingevoerd. Hiermee wordt een aanvang gemaakt met de gefaseerde inwerkingtreding van de wetten en besluiten van het Programma Kwaliteit en Innovatie (KEI). De volgende artikelen of onderdelen daarvan van de volgende wetten treden met ingang van 01-03-2017 in werking:

  1. Artikelen I, onderdelen GG tot en met II, KK tot en met SS, TT, voor zover het artikel 406, tweede lid, betreft, UU tot en met III, en II, eerste en derde lid, van de Wet van 13 juli 2016 tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in verband met vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht in hoger beroep en cassatie (Stb. 2016, 289).
  2. Artikelen XVII, onderdeel M, XLII, met uitzondering van het verzoekschrift, bedoeld in artikel 426a, XCIV, onderdelen A0, met uitzondering van onderdelen 4 en 8, A00, B, Ba, Bb, C, Ca, Ce en F, XCV, onderdelen B en C, en CIX, eerste en derde lid, van de Invoeringswet vereenvoudiging en digitalisering procesrecht (Stb. 2016, 290).

Een heel aantal in het inwerkingtredingsbesluit opgesomde artikelen of onderdelen daarvan van de genoemde wetten en besluiten treden met ingang van 1 maart 2017 uitsluitend in werking voor zover het  vorderingsprocedures bij de Hoge Raad betreft.


Inwerkingtreding

Inwerkingtredingsbesluit van 24-04-2017, Stb. 2017, 174

Besluit tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van diverse onderdelen van de Wet van 13 juli 2016 tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Algemene wet bestuursrecht in verband met vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht (Stb. 2016, 288), de Wet van 13 juli 2016 tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in verband met vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht in hoger beroep en cassatie (Stb. 2016, 289), de Invoeringswet vereenvoudiging en digitalisering procesrecht (Stb. 2016, 290), het Besluit digitalisering burgerlijk procesrecht en bestuursprocesrecht (Stb. 2016, 292) en het Aanpassingsbesluit vereenvoudiging en digitalisering procesrecht

—Met dit koninklijk besluit wordt digitaal procederen per 12 juni 2017 verplicht in een deel van de bestuursrechtelijke zaken en per 1 september 2017 in een deel van de civiele zaken. In het bestuursrecht gaat het om een deel van de vreemdelingzaken, namelijk asiel- en bewaringszaken bij alle rechtbanken. In het civiele recht gaat het om vorderingszaken met verplichte procesvertegenwoordiging (de handelszaken met advocaat) bij de rechtbanken Gelderland en Midden-Nederland. Met dit KB wordt een nieuwe stap gezet in de gefaseerde inwerkingtreding van de wetten en besluiten van het programma KEI. Digitaal procederen is in civiele vorderingsprocedures al per 1 maart 2017 bij de Hoge Raad ingevoerd (Stb. 2017, 16 en 17). Zie het besluit zelf voor de diverse inwerkingtredingsbepalingen.


Inwerkingtredingsbesluit van 31-05-2017, Stb. 2017, 230

Besluit tot wijziging van het Besluit van 24 april 2017 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van diverse onderdelen van de Wet van 13 juli 2016 tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Algemene wet bestuursrecht in verband met vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht (Stb. 2016, 288), de Wet van 13 juli 2016 tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in verband met vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht in hoger beroep en cassatie (Stb. 2016, 289), de Invoeringswet vereenvoudiging en digitalisering procesrecht (Stb. 2016, 290), het Besluit digitalisering burgerlijk procesrecht en bestuursprocesrecht (Stb. 2016, 292) en het Aanpassingsbesluit vereenvoudiging en digitalisering procesrecht (Stb. 2017, 174) en tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van artikel XCIV, onderdelen D en E, van de Invoeringswet vereenvoudiging en digitalisering procesrecht.

Dit besluit zorgt dat artikel 8:40a Awb blijft gelden voor procedures waarin procederen langs elektronische weg nog niet verplicht is.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.