Stb. 2010, 773 Verdrag inzake de bescherming van alle personen tegen gedwongen verdwijning

Wet van 4-11-2010, Stb. 2010, 773 en inwerkingtredingsbesluit van 23-11-2010, Stb. 2010, 793

Wet tot uitvoering van het op 20 december 2006 te New York tot stand gekomen Internationaal Verdrag inzake de bescherming van alle personen tegen gedwongen verdwijning (Trb. 2008, 173)

—Deze wet strekt tot uitvoering van het op 20 december 2006 te New York tot stand gekomen Internationaal Verdrag inzake de bescherming van alle personen tegen gedwongen verdwijning. Het Verdrag beoogt een bijdrage te leveren aan het tegengaan van het misdrijf gedwongen verdwijning van een persoon van overheidswege. Met de totstandkoming van het Verdrag geeft de wereldgemeenschap het signaal af dat gedwongen verdwijning onaanvaardbaar is en krachtig moet worden bestreden. Het ziet op voorkoming en bestrijding van gedwongen verdwijning en op bescherming van de slachtoffers ervan. De kern van het Verdrag vormt de verplichting tot strafbaarstelling van het misdrijf van gedwongen verdwijning.
Deze strafbaarstelling wordt neergelegd in de Wet internationale misdrijven (Wim). In artikel 4, tweede lid, onderdeel d van de Wim is het begrip gedwongen verdwijning van personen gedefinieerd. Deze omschrijving is ontleend aan artikel 7, tweede lid, onderdeel i, van het Statuut van Rome. Artikel 2 van het Verdrag hanteert ook het begrip gedwongen verdwijning. Beide bepalingen zijn wat inhoud betreft goeddeels identiek. Maar er zijn enige verschillen. De definitie in het Verdrag is zowel ruimer als beperkter dan die in het Statuut van Rome en de Wim. Ruimer:

  1. het Verdrag omschrijft gedwongen verdwijning, terwijl het Statuut gedwongen verdwijning van personen omschrijft;
  2. in het Verdrag wordt ook gesproken van elke andere vorm van vrijheidsontneming;
  3. in het Verdrag wordt ook gesproken van verhulling van het lot en de verblijfplaats van de verdwenen persoon;
  4. het Verdrag spreekt niet van een langdurig buiten de bescherming van de wet plaatsen;
  5. in het Verdrag is het element buiten de bescherming van de wet plaatsen als een gevolg geformuleerd en is hiervoor niet, zoals in de Wim, opzet vereist.

Beperkter: in het Statuut is ook sprake van gedwongen verdwijning door een politieke organisatie. De overige verschillen zijn redactioneel en hebben voor de reikwijdte van gedwongen verdwijning geen betekenis.

Bij de implementatie van het Verdrag is uitgegaan van de definitie in de Wim waarbij deze als volgt is uitgebreid:

  1. omschrijving van gedwongen verdwijning van een persoon;
  2. toevoeging van elke andere vorm van vrijheidsontneming;
  3. toevoeging van verhulling van het lot en van de verblijfplaats;
  4. buiten de bescherming van de wet plaatsen formuleren als een gevolg;
  5. schrapping van langdurig buiten bescherming van de wet plaatsen. Verder wordt het strafmaximum verhoogd, wanneer gedwongen verdwijning plaatsvindt onder een viertal strafverzwarende omstandigheden.

Tot slot wordt artikel 51a, tweede lid, van de Uitleveringswet aangevuld in die zin dat het Verdrag desgewenst een rechtsgrondslag kan opleveren voor uitlevering wegens gedwongen verdwijning.

Inwerkingtreding op 1-1-2011.
 

Kamerstukken

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.