Stb. 2013, 85 Tolken en vertalers in strafzaken

Wet van 28-02-2013, Stb. 2013, 85 en inwerkingtredingsbesluit van 21-06-2013, Stb. 2013, 268

Wet tot implementatie van richtlijn nr. 2010/64/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2010 betreffende het recht op vertolking en vertaling in strafprocedures (PbEU L 280)

—Deze wet strekt tot implementatie van richtlijn nr. 2010/64/ EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2010 betreffende het recht op vertolking en vertaling in strafprocedures (hierna: de richtlijn). Deze richtlijn bevat minimumregels met betrekking tot vertolking en vertaling in strafprocedures. Vertolking en vertaling dragen eraan bij dat een verdachte die de taal waarin de procedure wordt gevoerd niet of onvoldoende beheerst, effectief kan deelnemen aan zijn strafproces, dat wil zeggen dat hij kan begrijpen van welk feit hij wordt verdacht en dat hij in staat wordt gesteld zich daartegen te verdedigen. Nederland voldoet reeds grotendeels aan hetgeen de richtlijn voorschrijft. De Nederlandse praktijk is in overeenstemming met de bepalingen uit de richtlijn die betrekking hebben op bijstand van een tolk, de kwaliteit van tolken en vertalers, de vertrouwelijkheid die tolken en vertalers bij hun werkzaamheden in acht moeten nemen, de registratie van tolken en vertalers en de kosten. Op enkele punten is deze praktijk echter niet in wetgeving geformaliseerd. Nu het recht op vertolking in alle fasen van de strafprocedure, met inbegrip van het opsporingsonderzoek, als een van de kernelementen van de richtlijn moet worden aangemerkt, is het geboden in het Wetboek van Strafvordering enkele algemene bepalingen op te nemen. De artikelen uit de richtlijn die betrekking hebben op het recht op vertaling van bepaalde essentiële processtukken zijn grotendeels nieuw. Naast aanvulling van het Wetboek van Strafvordering, moeten voor deze bepalingen ook praktische voorzieningen worden getroffen om daaraan uitvoering te kunnen geven. De uitwerking van het recht op bijstand van een tolk of vertaler is als volgt vorm gegeven. In de eerste plaats is een algemene bevoegdheid van de verdachte opgenomen om zich tijdens de gehele procedure te laten bijstaan door een tolk. Dit betekent dat de overheid geen nodeloze belemmeringen mag opwerpen tegen de verdachte die zich wil laten bijstaan door een tolk. In de tweede plaats is er een positieve verplichting voor de overheid om in een aantal specifiek in de wet aangeduide situaties het mogelijk te maken dat de verdachte kosteloos het recht op vertolking en vertaling kan uitoefenen. Ten derde geldt dat op de overheid de verplichting rust om tolken- en vertaalbijstand te verschaffen van een gegarandeerd kwalitatief goed niveau.

De wet treedt in werking met ingang van 1 oktober 2013.
 

Kamerstukken

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.