Stb. 2013, 80 Schade buspassagiers

Besluit van 26-02-2013, Stb. 2013, 80

Besluit tot wijziging van twee besluiten ter uitvoering van de artikelen 110 en 1157 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek in verband met de uitvoering van Verordening (EU) Nr. 181/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 betreffende de rechten van autobus- en touringcarpassagiers en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 (PbEU L 55)

—Dit besluit geeft uitvoering aan Verordening (EU) Nr. 181/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 betreffende de rechten van autobus- en touringcarpassagiers en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 (PbEU L 55) (hierna: de Verordening) geeft onder andere regels voor de vergoeding en bijstand bij ongevallen, de rechten van personen met een handicap en beperkte mobiliteit en de rechten van de passagier in geval van annulering en vertraging. Artikel 7 van de Verordening gaat over de rechten van de passagier bij een ongeval dat overlijden of letsel, dan wel verlies of beschadiging van bagage tot gevolg heeft. Het artikel bepaalt dat de passagier, overeenkomstig het toepasselijke nationale recht, recht heeft op vergoeding wegens overlijden (inclusief een vergoeding van redelijke begrafeniskosten) of letsel en wegens verlies of beschadiging van bagage ten gevolge van ongevallen die zich voordoen bij het gebruik van de autobus of touringcar. Het bedrag van deze vergoeding moet volgens het nationale recht worden bepaald. Wel geeft het artikel regels voor deze bij nationaal recht bepaalde vergoeding: het maximumbedrag ter vergoeding van het overlijden of letsel moet in elk afzonderlijk geval ten minste € 220.000,– per passagier bedragen, en het maximumbedrag ter vergoeding van het verlies of de beschadiging van bagage moet in elk afzonderlijk geval ten minste € 1.200,– per stuk bedragen. In het tweetal besluiten op grond van artikel 110 en artikel 1157 van Boek 8 BW is thans bepaald dat de schadevergoeding voor schade door dood of letsel van de reiziger is beperkt tot een bedrag van 1 miljoen euro per reiziger met een maximum van 15 miljoen euro per gebeurtenis. De limiet van 15 miljoen euro per gebeurtenis moet worden aangepast. Dit is nodig omdat deze limiet ervoor kan zorgen dat niet wordt voldaan aan de minimumregel die de Verordening hiervoor geeft. De schadevergoeding in geval van verlies of beschadiging van bagage isVenJ zbo’s onder Kaderwet op grond van deze twee besluiten beperkt tot een bedrag van € 1.500,–. Ook dat moet worden aangepast omdat de Verordening een minimumbedrag geeft per stuk, terwijl de Nederlandse regelgeving alleen een bedrag geeft per totaal aan bagage. Om de situatie voor reizigers met schade aan één stuk bagage niet te verslechteren, is ervoor gekozen het bedrag voor het totaal te wijzigen in een bedrag per stuk. Dit betekent dat voor één stuk bagage de limiet € 1.500,– is, voor twee stuks bagage € 3000,–, voor drie stuks bagage € 4.500,- en zo verder.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.