Stb. 2016, 320 Rijksvisumwet

Wet van 23-08-2016, Stb. 2016, 320 

Wet houdende bepalingen omtrent de verlening van visa voor de toegang tot de landen van het Koninkrijk (Rijksvisumwet)

—De Raad van State van het Koninkrijk adviseerde in 2007 (Advies d.d. 19-1-2007, no. W03.06.0460/1) om de hoofdlijnen van het visumbeleid in een rijkswet op basis van artikel 3, eerste lid, onderdelen b en g, van het Statuut voor het Koninkrijk neer te leggen, ter bevordering van de eenvormigheid van het visumbeleid binnen het Koninkrijk. In het licht van de destijds ophanden zijnde wijziging van de staatkundige structuur van het Koninkrijk was daartoe des te meer aanleiding. De onderhavige rijkswet steunt op het Statuut voor het Koninkrijk, artikel 3, eerste lid, onderdelen b en g. Deze onderdelen bepalen dat de buitenlandse betrekkingen en het stellen van algemene voorwaarden voor toelating en uitzetting van vreemdelingen aangelegenheden van het Koninkrijk zijn. Op grond van artikel 14 van het Statuut worden regels omtrent dergelijke aangelegenheden bij rijkswet of bij algemene maatregel van rijksbestuur vastgesteld. Dit neemt niet weg dat het toelatingsbeleid voor een groot deel landszaak is. De wet is dan ook beperkt tot de hoofdlijnen van het visumbeleid en bepaalt expliciet dat het landsregelgeving ten aanzien van de toelating onverlet laat, voor zover deze niet in strijd komt met de Rijksvisumwet. Bij de uitoefening van hun bevoegdheden op dit terrein, doen de landsautoriteiten dat derhalve binnen het raamwerk van de Rijksvisumwet, die op zijn beurt binnen het raamwerk van artikel 3, eerste lid, onder b en g, van het Statuut blijft.

Visumverlening in het Koninkrijk gebeurt tot op heden nog altijd op de grondslag van het als ‘Souverein besluit’ bekend staande en uit 1813 afkomstige Besluit afschaffing binnenlandse paspoorten en verdere reglementaire bepalingen ten aanzien van binnen- en buitenlandse paspoorten tot stand. Van dit besluit resteert thans nog een enkele, zeer summiere bepaling over visumverlening, neergelegd in artikel 7. De uitoefening van een bevoegdheid als visumverlening op grond van een juridisch kader zoals neergelegd in het Souverein besluit, staat op gespannen voet met de huidige inzichten over de wettelijke inkadering van het bestuur.

De Rijksvisumwet bevat geen gedetailleerde normering van visumverlening, maar verankert de hoofdlijnen. Daarbij geldt het streven naar eenvormigheid als uitgangspunt. Aangezien Europese regelgeving de speelruimte voor de wetgever ten aanzien van de verlening van visa voor de toegang tot Nederland vergaand beperkt, is de Rijksvisumwet vooral van betekenis voor visumverlening met het oog op de toegang tot de landen Curaçao, Aruba en Sint Maarten en tot de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Onderwerpen die in deze rijkswet aan de orde komen zijn:

  • visumplicht;
  • criteria voor de verlening van visa;
  • beperkingen en voorschriften verbonden aan visa;
  • bevoegdheid tot visumverlening;
  • intrekking, wijziging en verlenging van een visum; procedures.

De regeling van de criteria op grond waarvan een visum kan worden verleend dan wel geweigerd vormt een kernelement in de wet. Eén van die vereisten is het beschikken over voldoende middelen van bestaan. Dit criterium kan nader worden bepaald bij gedelegeerde regelgeving. Aan de aanvraag kunnen zodanige eisen worden gesteld omtrent de onderbouwing van het voorgegeven reisdoel dat daaromtrent voldoende mate van zekerheid kan worden verkregen. Uitgangspunt is dat de bewijslast op de aanvrager rust. Een visum wordt geweigerd wanneer aan een of meer van de wettelijke criteria niet wordt voldaan, onverminderd de bevoegdheid om op grond van humanitaire overwegingen, het belang van het betrokken land of vanwege internationale verplichtingen toch een (territoriaal beperkt) visum te verlenen.

Onder omstandigheden kan de werkingssfeer van een visum naar plaats worden beperkt dan wel kunnen bepaalde voorschriften aan het visum worden verbonden, zoals een gebod om zich te onthouden van politieke activiteiten. De Rijksvisumwet bevat een grondslag om dergelijke voorschriften en beperkingen aan een visum te verbinden. Dergelijke voorschriften mogen geen ontoelaatbare beperking van grondrechten inhouden.

Naast inhoudelijke criteria bevat de wet specifieke procedurevoorschriften, onder andere ten aanzien van de indiening in persoon en inhoud van de aanvraag. Eenheid van rechtsbescherming kan de Rijksvisumwet evenwel niet bewerkstelligen. Het is immers een landsaangelegenheid om te bepalen of en op welke wijze bij de rechter voorziening kan worden gevraagd tegen besluiten van landsautoriteiten inzake visumverlening. Het antwoord op de vraag welke autoriteit bevoegd is om op een visumaanvraag te beschikken hangt af van de (hoofd)bestemming van de reiziger: op die bestemming heeft de aanvraag immers betrekking. De omstandigheid dat een visum, verleend voor een van de landen of openbare lichamen als regel medegelding heeft voor de overige landen of openbare lichamen, maakt dit niet anders. Bepalend voor het antwoord op de bevoegdheidsvraag en het daarmee samenhangende stelsel van rechtsbescherming is in het geval de vreemdeling meerdere landen of openbare lichamen wil bezoeken, de hoofdbestemming of, als de aanvraag daarover geen uitsluitsel biedt, de eerste bestemming.


Inwerkingtreding

Inwerkingtredingsbesluit van 04-06-2018, Stb. 2018, 178

Besluit houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Rijkswet van 23 augustus 2016, houdende bepalingen omtrent de verlening van visa voor de toegang tot de landen van het Koninkrijk (Rijksvisumwet) (Stb. 2016, 320)

—De wet treedt in werking met ingang van 01-07-2018. 


Kamerstukken

(R1915)

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.