Stb. 2014, 433 Recht op informatie in strafprocedures

Wet van 05-11-2014, Stb. 2014, 433 en besluit van 18-11-2014, Stb. 2014, 434

Wet tot implementatie van richtlijn nr. 2012/13/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het recht op informatie in strafprocedures (PbEU L 142)

Een verdachte die is aangehouden en overgebracht naar het politiebureau moet zo snel mogelijk en in ieder geval voor zijn eerste verhoor een schriftelijke mededeling van zijn rechten ontvangen, in een voor hem begrijpelijke taal. Dat volgt uit de onderhavige wet. De richtlijn onderscheidt drie vormen van informatie:

  1. informatie over strafvorderlijke rechten die de verdachte toekomen in een strafprocedure;
  2. informatie over het strafbare feit waarvan de verdachte wordt verdacht en de tenlastelegging;
  3. informatie die in het strafdossier is vervat.

Daarnaast bevat de richtlijn een bepaling die personen die zijn aangehouden met een Europees aanhoudingsbevel, het recht geeft schriftelijk te worden geïnformeerd over hun rechten in de overleveringsprocedure. Nederland voldoet al grotendeels aan de eisen die de richtlijn stelt, de implementatie gaat over het informeren van de verdachte over rechten die hem reeds toekomen. Nederland moet de richtlijn voor 2 juni 2014 hebben omgezet.


Wetboek van Strafvordering

De wet introduceert een nieuw art. 27 c Sv, dat een verdachte de volgende rechten toekent:

1. bij zijn staandehouding of aanhouding moet hem worden verteld voor welk strafbaar feit hij als verdachte is aangemerkt.

2. Buiten gevallen van staandehouding of aanhouding ontvangt hij deze mededeling uiterlijk voorafgaand aan het eerste verhoor.

3. De niet-aangehouden verdachte wordt voorafgaand aan zijn eerste verhoor, mededeling gedaan van het recht op rechtsbijstand en van het recht op vertolking en vertaling.

4. De aangehouden verdachte krijgt direct na zijn aanhouding en in ieder geval voorafgaand aan zijn eerste verhoor een schriftelijk mededeling, waarin hij wordt gewezen op:

  • het recht om te weten van welk strafbaar feit hij wordt verdacht;
  • het recht op rechtsbijstand, vertaling en vertolking;
  • het recht om te zwijgen;
  • het recht op kennisneming van de processtukken;
  • de termijn waarbinnen hij voor de rechter-commissaris wordt geleid;
  • de mogelijkheden om opheffing of schorsing van de voorlopige hechtenis te vragen;
  • andere, bij AMvB vastgestelde rechten.

5. Een verdachte die weinig Nederlands kent, krijgt de mededeling van zijn rechten in een voor hem begrijpelijke taal.

6. In het proces-verbaal wordt melding gemaakt van de mededeling van rechten.


Overleveringswet

Aan art. 17 van de Overleveringswet wordt een lid toegevoegd, dat vastlegt dat de opgeëiste persoon die is aangehouden, direct een schriftelijk mededeling ontvangt van:

  • het recht een afschrift van het Europees aanhoudingsbevel te ontvangen;
  • het recht op bijstand van een raadsman;
  • het recht op vertolking en vertaling;
  • het recht om gehoord te worden.

De opgeëiste persoon die het Nederlandse onvoldoende beheerst, ontvangt de mededeling van zijn rechten in een voor hem begrijpelijke taal.

Inwerkingtreding m.i.v. 01-01-2015.


Kamerstukken

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.