Stb. 2015, 142 Onderzoek in het lichaam

Wet van 08-04-2015, Stb. 2015, 142

Wet tot wijziging van de Politiewet 2012 (onderzoek in lichaam)

—Deze wet strekt er in hoofdzaak toe om de beslissing over een onderzoek in het lichaam van degene die wordt of is ingesloten in een politiecel, in handen te leggen van de officier van justitie. De regeling dient ter vervanging van het nog niet in werking getreden zesde lid van art. 7 van de Politiewet 2012, zoals opgenomen in art. III, onderdeel A, onder 2, van de Wet tot wijziging van de Gemeentewet, de Wet wapens en munitie en de Politiewet 2012 (verruiming fouilleerbevoegdheden) (Stb. 2014, 191). Volgens dat zesde lid zou de hier bedoelde beslissing worden genomen door het hoofd van het territoriale onderdeel, bedoeld in art. 13, eerste lid, van de Politiewet 2012 of door diens plaatsvervanger. Dat zou betekenen dat de beslissing wordt genomen door de leidinggevende binnen de politieorganisatie die deelneemt aan het driehoeksoverleg met de burgemeester. Tijdens het plenaire debat over het betrokken wetsvoorstel in de Eerste Kamer gaven diverse fracties te kennen dat die keuze naar hun oordeel onvoldoende evenwicht biedt in het afwegen van belangen en het matigen van het middel. Dit debat heeft tot het inzicht geleid dat het beter is om deze ingrijpende beslissing niet te laten nemen door iemand binnen de politieorganisatie maar door de officier van justitie. Daartoe dient art. I, onderdeel A, van deze wet. Tevens wordt de mogelijkheid geschrapt dat iedere medewerker van het politiebureau of het cellencomplex de hier bedoelde beslissing mag nemen ‘als onverwijlde tenuitvoerlegging geboden is’. Die bevoegdheid voor noodgevallen zou ontstaan doordat in art. 7, zesde lid, is opgenomen dat art. 31, tweede lid, van de Penitentiaire beginselenwet van overeenkomstige toepassing is. De wens om de beslissingsbevoegdheid ‘buiten de politie’ te leggen, verdraagt zich slecht met vervanging binnen de politie. Bovendien moet het onderzoek zelf hoe dan ook wachten op de komst van een arts of, in diens opdracht, een verpleegkundige. Er is dus voldoende tijd om contact te zoeken met een officier van justitie en de situatie voor te leggen. Tot slot legt de wet expliciet vast dat het onderzoek in het lichaam wordt verricht door een arts of, in diens opdracht, een verpleegkundige.


Inwerkingtreding

Inwerkingtredingsbesluit van 22-05-2018, Stb. 2018, 143

Besluit tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van diverse bepalingen over de verruiming van fouilleerbevoegdheden

—Dit besluit regelt de inwerkingtreding op 1 juli 2018 van bepalingen over fouilleerbevoegdheden:

  • de wijziging van de artikelen 7 en 9 van de Politiewet 2012 door artikel III van de Wet van 21 mei 2014 tot wijziging van de Gemeentewet, de Wet wapens en munitie en de Politiewet 2012 (verruiming fouilleerbevoegdheden) (Stb. 2014, 191);
  • de wijziging van artikel 7 Politiewet 2012 door artikel I van de Wet van 8 april 2015 tot wijziging van de Politiewet 2012 (onderzoek in lichaam) (Stb. 2015, 142).


Kamerstukken

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.