Stb. 2016, 156 Omgevingswet

Wet van 23-03-2016, Stb. 2016, 156

Wet houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingswet)

—Het huidige omgevingsrecht is verbrokkeld en verdeeld over tientallen wetten. Er zijn aparte wetten voor bodem, bouwen, geluid, infrastructuur, mijnbouw, milieu, monumentenzorg, natuur, ruimtelijke ordening en waterbeheer. Deze verbrokkeling leidt tot afstemmings- en coördinatieproblemen en verminderde kenbaarheid en bruikbaarheid voor alle gebruikers. Initiatiefnemers van activiteiten worstelen met veel verschillende wetten met elk hun eigen procedures, planvormen en regels. Bevoegde gezagsinstanties beoordelen een initiatief niet in samenhang en integraal beleid komt niet of moeizaam tot stand. Bovendien sluit de huidige wetgeving niet meer goed aan op huidige en toekomstige ontwikkelingen. Het huidige omgevingsrecht is kortom te versnipperd en niet inzichtelijk genoeg. De balans ligt te veel bij zekerheid en te weinig bij groei die gericht is op duurzame ontwikkeling.

De nieuwe Omgevingswet wil een fundament bieden voor bundeling van het omgevingsrecht in één wet, zoals de Algemene wet bestuursrecht dat heeft gedaan voor het algemene bestuursrecht. De Omgevingswet integreert de gebiedsgerichte onderdelen van de huidige wetten in één wet met één samenhangend stelsel van planning, besluitvorming en procedures. De wet zou direct moeten leiden tot betere mogelijkheden voor integraal beleid, tot een betere bruikbaarheid en substantiële vereenvoudiging van het omgevingsrecht. Plannen en vergunningen worden zo veel mogelijk gebundeld, procedures worden sneller. Naar schatting 50.000 bestemmingsplannen en beheersverordeningen worden circa 400 omgevingsplannen. Dankzij deze bundeling worden kosten bespaard, onderzoekslasten beperkt en komen er betere mogelijkheden voor digitale vaststelling en beschikbaarheid van plannen, besluiten en onderzoeken. De Omgevingswet maakt deze winst mogelijk, maar een groot deel van de voordelen zal worden gerealiseerd bij het opstellen van de bijbehorende algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen.

Met de Omgevingswet en bijbehorende uitvoeringsregelgeving worden vier verbeterdoelen nagestreefd:

  1. het vergroten van de inzichtelijkheid, de voorspelbaarheid en het gebruiksgemak van het omgevingsrecht;
  2. het bewerkstelligen van een samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving in beleid, besluitvorming en regelgeving;
  3. het vergroten van de bestuurlijke afwegingsruimte door een actieve en flexibele aanpak mogelijk te maken voor het bereiken van doelen voor de fysieke leefomgeving;
  4. het versnellen en verbeteren van besluitvorming over projecten in de fysieke leefomgeving.

De Omgevingswet omvat grondslagen voor omgevingswaarden, instructieregels en instructies die randvoorwaarden vormen voor het handelen van de overheid, een planstelsel, grondslagen voor algemene regels voor activiteiten en regels voor besluitvorming over projecten en activiteiten in de fysieke leefomgeving. Voorzien is dat de wet in de plaats komt van:

  • 26 wetten, te weten de Belemmeringenwet Privaatrecht, de Crisis- en herstelwet, de interimwet stad- en milieubenadering, de Onteigeningswet, de Ontgrondingenwet, de Planwet verkeer en vervoer, de Spoedwet wegverbreding, de Tracéwet, de Waterstaatswet 1900, de Waterwet, de Wegenwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Wet ammoniak en veehouderij, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Wet bodembescherming, de Wet geluidhinder, de Wet geurhinder en veehouderij, de Wet herverdeling wegenbeheer, de Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden, de Wet inrichting landelijk gebied, de Wet inzake de luchtverontreiniging, de Wet natuurbescherming, de Wet milieubeheer, de Wet ruimtelijke ordening, de Wet voorkeursrecht gemeenten en de Wrakkenwet;
  • delen van de Monumentenwet 1988 en de Woningwet;
  • bepalingen uit wetgeving voor energie, mijnbouw, luchtvaart en spoorwegen die een rol spelen bij besluiten over ontwikkeling van de fysieke leefomgeving.

Bij de behandeling in de Tweede Kamer is een groot aantal amendementen aangenomen. Daarbij is onder meer ook voor de gemeenten een verplichting toegevoegd tot het ontwikkelen van een omgevingsvisie. In het voorstel was al een verplichte omgevingsvisie voor rijk en provincies opgenomen. In de omgevings-visie moeten de strategische keuzes voor de fysieke leefomgeving worden omschreven, eventueel samen met andere gemeenten. De omgevings-visie moet ook een beschrijving bevatten van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving.

Wat betreft het omgevingsplan (dat de huidige bestemmingsplannen vervangt) is bij amendement toegevoegd dat gemeenten er maximaal één mogen opstellen, voor hun hele grondgebied. In de overgangsfase is het wel toegestaan dat gemeenten meerdere omgevingsplannen hebben.

De volksgezondheid heeft door amendering in de Tweede Kamer een prominentere rol gekregen in de wet. Zo moet bij het opstellen van een omgevingsplan expliciet rekening worden gehouden met het beschermen van de gezondheid en kunnen gemeenten een omgevingsvergunnining weigeren als sprake is van bijzondere omstandigheden waardoor het verlenen van de vergunning zou leiden tot mogelijke gezondheidsschade. Een vergunning kan ook worden gewijzigd of ingetrokken als dat nodig is om preventieve gezondheidsmaatregelen te treffen.

De Tweede Kamer heeft de wet ook aangescherpt waar het betreft de burgerparticipatie. De maatschappelijke participatie bij projectbesluiten is versterkt. Bij windenergieprojecten wordt een participatieplan verplicht. Het bevoegd gezag maakt daarin afspraken met de initiatiefnemer van een windplan over hoe de samenleving bij de plannen wordt betrokken.

Verder is er een aanpassing aangenomen die ervoor zorgt dat gebieden pas een archeologische functie kunnen krijgen als er accurate gegevens zijn over de kans dat er daadwerkelijk iets waardevols in de bodem zit. Ook heeft de Kamer vastgelegd dat het parlement alsnog inspraak krijgt als de minister in de uitvoeringsregels nieuwe omgevingswaarden (bijvoorbeeld waterveiligheidsnormen) wil vaststellen.

Inwerkingtreding op een bij kb te bepalen tijdstip..


Kamerstukken

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.