Stb. 2011, 255 Novelle op wetsvoorstel Modernisering rechterlijke organisatie

Wet van 19-5-2011, Stb. 2011, 255

Wet tot wijziging van de Wet op de rechterlijke organisatie, de Wet op de rechterlijke indeling, het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en enkele andere wetten naar aanleiding van de evaluatie van de modernisering van de rechterlijke organisatie en in verband met de regeling van het klachtrecht inzake gedragingen van rechterlijke ambtenaren

—De wet bevat verschillende onderdelen. Zo wordt de bevoegdheid van de kantonrechter uitgebreid tot € 25.000, zodat de burger bij meer zaken kan profiteren van de pluspunten van de kantonrechtspraak. Zie voor dit onderdeel van deze wet de rubriek Nieuws van NJB 2011/1217, afl. 23, p. 1534. Verder krijgen rechtbanken en gerechtshoven meer mogelijkheden om samen te werken, waardoor de efficiency van de rechtspraak wordt vergroot. Om meer evenwicht te brengen in de werklastverdeling tussen de gerechtshoven, worden enkele aanpassingen aangebracht in de indeling van de rechtsgebieden van de gerechtshoven. Los van deze wet wordt een algemene herziening van de gerechtelijke kaart van Nederland voorbereid; een wetsvoorstel dat het aantal arrondissementen terugbrengt van 19 naar 10 en het aantal ressorten van 5 naar 4 ligt bij de Raad van State ter advisering. De nu in het Staatsblad gepubliceerde wet gaat nog uit van de huidige gerechtelijke kaart, waarbij de Rechtspraak nu al enige ruimte en flexibiliteit krijgt om knelpunten op te lossen.

De van rechtswege ingestelde sector kanton wordt afgeschaft en daarmee wordt de kantonrechtspraak als zodanig afgeschaft. ‘Kantonzaken’ blijven als categorie bestaan, evenals de aanduiding ‘kantonrechter’. Ook de titel ‘kantonrechter’ blijft gehandhaafd. Evenmin is het de bedoeling dat de afschaffing van de van rechtswege ingestelde sector kanton leidt tot het al dan niet onbedoeld wegsaneren van herkenbare kantonrechtspraak. Integendeel, de voorgestelde competentieverruiming van de kantonrechter is juist mede ingegeven door de wens dat de burger bij meer zaken kan profiteren van de succesfactoren van de kantonrechtspraak, samen te vatten als het laagdrempelig karakter van deze vorm van rechtspraak. De kantonrechtspraak als herkenbare vorm van rechtspraak zal dan ook eerder in belang toe- dan afnemen. Het wordt tevens mogelijk dat de kantonrechter (als alleensprekende rechter) naar een meervoudige kamer van kantonrechters verwijst. Zaken bij de rechtbank worden in beginsel enkelvoudig behandeld en beslist, maar verwijzing naar een meervoudige kamer kan plaatsvinden als de zaak naar het oordeel van de enkelvoudige kamer ongeschikt is voor behandeling en beslissing door één rechter. Van deze mogelijkheid kan bijvoorbeeld gebruik worden gemaakt als de zaak bij nader inzien te ingewikkeld is voor een enkelvoudige behandeling. De zaak zelf verandert door verwijzing niet van karakter. Het blijft een kantonzaak, waarop dus de regels van de kantonprocedure (geen verplichte rechtsbijstand en mogelijkheid van mondelinge uiteenzetting standpunten ter zitting) van toepassing zijn.

De competentiegrensverhoging, in combinatie met de gelijktijdige afschaffing van de verplichting om een kantonsector in stand te houden, maakt tevens verdergaande differentiatie in de zaaksafhandeling mogelijk. Hiermee wordt bedoeld dat zaken met een klein financieel belang of geringe complexiteit snel en eenvoudig kunnen worden afgehandeld, terwijl bij ingewikkelde zaken of zaken met een groot belang meer behoefte is aan diepgang en tijdsinvestering.
 

Samenwerking en gerechtelijke kaart

Voor een goede toegankelijkheid van de rechtspraak moet de behandeling van algemene en veel voorkomende zaken in eerste instantie binnen alle arrondissementen gegarandeerd blijven. Wanneer een rechtbank tijdelijk niet over genoeg capaciteit beschikt, bijvoorbeeld bij megazaken of zaken waarvoor een gespecialiseerde behandeling nodig is, kan een zaak door een andere rechtbank binnen het ressort worden overgenomen. In de nieuwe opzet krijgt de Raad voor de rechtspraak de bevoegdheid om nevenlocaties aan te wijzen. Nu staan alle nevenlocaties nog opgesomd in de wetgeving over de rechterlijke organisatie. De wet geeft instrumenten aan de Minister van Justitie om op deze taak van de Raad voor de rechtspraak toezicht te houden. Omdat het zaaksaanbod tussen de vijf verschillende gerechtshoven in Nederland onevenwichtig is verdeeld, heeft het kabinet samen met het openbaar ministerie en de Raad voor de rechtspraak gekeken naar de indeling van de ressorten. Nederland is onderverdeeld in vijf ressorten met een eigen gerechtshof. Elk ressort omvat één of meer provincies en telt een aantal arrondissementen met een eigen rechtbank. De herindeling betekent met name een vergroting van het ressort Leeuwarden en een verkleining van het ressort Amsterdam.

De wet bevat ook regels over de mogelijkheid voor burgers om klachten over rechters in te dienen bij de Hoge Raad. Deze procedure is een aanvulling op de mogelijkheid om eerst een klacht te laten behandelen bij het gerecht waar de betrokken rechter werkzaam is.

Het nieuwe is dat de interne klachtmogelijkheid is uitgebreid tot de Hoge Raad, de Raad voor de rechtspraak en het parket bij de Hoge Raad.

Inwerkingtreding 1-7-2011, hiervan uitgezonderd worden:

  1. Opheffing van de verplichting om bij de rechtbanken een sector kanton te hebben.
  2. Nieuw nevenlocatiestelsel, waaronder de bevoegdheid van de Raad voor de rechtspraak om nevenlocaties aan te wijzen of te sluiten.
  3. Voorzieningen m.b.t. lidmaatschap van meer dan één gerechtsbe-stuur en tijdelijke bepalingen met het oog op invoering gerechtelijke kaart.
  4. Bepalingen inzake het opdragen van taken op het gebied van organisatie en bedrijfsvoering.
     

Novelle i.v.m. vreemdelingenzaken

Wet van 19-5-2011, Stb. 2011, 256

Wet tot wijziging van de Evaluatiewet modernisering rechterlijke organisatie en de Wet op de rechterlijke organisatie in verband met de behandeling van vreemdelingenzaken en enkele wetstechnische aanpassingen

—In overleg met de Raad voor de rechtspraak is geconcludeerd dat het in de Evaluatiewet opgenomen stelsel van nevenlocaties bij nadere overweging onvoldoende rekening houdt met het sinds de inwerkingtreding van de Vreemdelingenwet 2000 voor de vreemdelingenrechtspraak geldende stelsel. Daarom wordt het mogelijk dat voor vreemdelingenzaken ook buiten het arrondissement nevenlocaties kunnen worden aangewezen. Het ligt in het voornemen om in de op basis van artikel 41, tweede lid, vast te stellen algemene maatregel van bestuur op te nemen dat voor de behandeling van vreemdelingenzaken als nevenlocaties van de rechtbank ’s-Gravenhage worden aangewezen de hoofdplaatsen van de 18 overige rechtbanken alsmede Alphen aan den Rijn, Haarlemmermeer en Tilburg. Daarmee moet een effectieve behandeling van vreemdelingenzaken in het gehele land verzekerd blijven. Overigens wordt, in het kader van het bij de Raad van State voor advies liggende wetsvoorstel tot herziening van de gerechtelijke kaart, de bestaande verdeling van zaakspakketten binnen de rechtspraak volledig opnieuw bezien. De Raad voor de rechtspraak zal hiervoor voorstellen ontwikkelen. Ook aan de zaakstoedeling in het vreemdelingenrecht zal in dit verband aandacht worden besteed.

Inwerkingtreding op een bij kb te bepalen tijdstip dat voor de verschillende onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
 

Inwerkingtreding

Besluit van 27 juni 2011, Stb. 2011, 324

Besluit tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van artikelen en onderdelen van de Evaluatiewet modernisering rechterlijke organisatie en de Wet van 19 mei 2011 (Stb. 2011, 255) tot wijziging van de Evaluatiewet modernisering rechterlijke organisatie in verband met de behandeling van vreemdelingenzaken en enkele wetstechnische aanpassingen (Stb. 2011, 256)

—Overeenkomstig de van regeringswege gedane toezegging aan de Eerste Kamer bij de mondelinge behandeling van het wetsvoorstel Evaluatiewet modernisering rechterlijke organisatie zal die wet per 1 juli 2011 slechts gedeeltelijk in werking treden. Voor een overzicht van onderwerpen die nog niet in werking treden, wordt kortheidshalve verwezen naar de brief van de Minister van Veiligheid van Justitie aan de Eerste Kamer van 16 mei 2011 (Kamerstukken I 2010/11, 32 021, F). Van inwerkingtreding worden eveneens nog uitgezonderd de bepalingen inzake het aanwijzen van een ander gerecht waarnaar bij tijdelijk gebrek aan voldoende zittingscapaciteit zaken kunnen worden verwezen (nieuwe artikelen 46a en 62a Wet op de rechterlijke organisatie).

Via dit besluit worden in werking gesteld:

  • de uitbreiding van de competentie van de kantonrechter;
  • de ressortelijke herindeling;
  • definitieve voorzieningen voor het klachtrecht;
  • enkele kleinere onderwerpen.

Inwerkingtreding grotendeels 1 juli 2011.
 

Kamerstukken

32 021


32 526

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.