Stb. 2015, 146 Novelle kerntaken volkshuisvesting

Wet van 20-03-2015, Stb. 2015, 146

Wet tot wijziging van de Herzieningswet toegelaten instellingen volkshuisvesting

—Deze wet betreft een novelle bij de  Herzieningswet toegelaten instellingen volkshuisvesting dat aanhangig is in de Eerste Kamer (Kamerstukken 32 769). Naar aanleiding van het regeerakkoord, de hervormingsagenda woningmarkt en de eindrapportage Commissie Kaderstelling en Toezicht Woningcorporaties zijn met dit voorstel wijzigingen aangebracht in het toen aanhangige wetsvoorstel. De aanpassingen betreffen met name: de concentratie op kerntaken van toegelaten instellingen en de financiering van activiteiten; de versterking van de positie van gemeenten richting toegelaten instellingen en ten aanzien van de regionale schaal; de vormgeving van het toezicht op toegelaten instellingen waaronder de instelling van de Autoriteit woningcorporaties.

Doel van deze novelle is ervoor te zorgen dat toegelaten instellingen zich concentreren op de kerntaken. Hiervoor moeten deze instellingen een splitsing aanbrengen tussen taken die samenhangen met diensten van algemeen economisch belang (DAEB) en overige taken. Instellingen kunnen kiezen tussen een administratieve scheiding of een juridische scheiding. Uitgangspunt van de scheiding is dat het maatschappelijk bestemde vermogen van toegelaten instellingen wordt gebruikt ten behoeve van de kerntaken (DAEB). Tevens moet worden verzekerd dat de werkzaamheden in de niet-DAEB tak worden uitgevoerd zonder compensatie (staatssteun), zodat er onder gelijke condities met marktpartijen wordt geopereerd en er dus geen sprake is van marktverstoring.

Daarnaast wordt de positie van gemeenten richting toegelaten instellingen versterkt waarbij het met name gaat om de bijdrage die toegelaten instellingen moeten leveren aan de gemeentelijke volkshuisvestingsopgave. Dit komt onder meer tot uitdrukking in een vergroting van de mogelijkheden van gemeenten om informatie op te vragen, een betere aansluiting tussen het gemeentelijke begrotingsproces en de aanlevering van informatie door de toegelaten instelling en een grotere rol voor gemeenten waar het gaat om de wenselijkheid van niet-Daeb investeringen en de invulling van de regionale schaal waarop de toegelaten instelling actief is. Uiteindelijk moet dit leiden tot controleerbare en bindende prestatieafspraken tussen de toegelaten instelling en de gemeenten.

Tot slot wordt met deze novelle het toezicht op de toegelaten instellingen anders vormgegeven. Het kabinet stelde voor het financiële en het volkshuisvestelijke toezicht op de toegelaten instellingen onder te brengen in onafhankelijk van het beleid opererende diensten onder ministeriële verantwoordelijkheid. Door aanname van het amendement Verhoeven c.s. zijn door de Tweede Kamer enkele fundamentele keuzes ten aanzien van het toezicht op corporaties gemaakt. Er is ten eerste gekozen om het toezicht op rechtmatigheid, governance en integriteit én het financieel toezicht – nu nog ondergebracht in ILT respectievelijk CFV – samen te plaatsen in één Autoriteit woningcorporaties. Bundeling van deze toezichtterreinen zou de effectiviteit van het toezicht moeten versterken. Ten tweede heeft via het amendement de onafhankelijkheid van de toezichthouder in de wet extra waarborgen en gewicht gekregen door het opnemen van de Autoriteit en haar eigenstandige taken in de wet.


Inwerkingtreding

Inwerkingtredingsbesluit van 16-06-2015, Stb. 2015, 232

Besluit houdende vaststelling van de tijdstippen van inwerkingtreding van de Herzieningswet toegelaten instellingen volkshuisvesting, de wet van 20 maart 2015 (Stb. 2015, 146) tot wijziging van de Herzieningswet toegelaten instellingen volkshuisvesting en het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015, alsmede vaststelling van het tijdstip, bedoeld in artikel Ibis van de Herzieningswet toegelaten instellingen volkshuisvesting

De in de aanhef genoemde wetten treden m.i.v. 01-07-2015 in werking, met uitzondering van de in artikel I, onderdeel B, van de Herzieningswet toegelaten instellingen volkshuisvesting opgenomen artikelen 41b, 41c, 41d (01-01-2016) en 44, vierde, vijfde en zesde lid (01-07-2016) van de Woningwet.

Het tijdstip, bedoeld in artikel Ibis, aanhef, van de Herzieningswet toegelaten instellingen volkshuisvesting, is 01-01-2017.


Inwerkingtredingsbesluit van 02-12-2016, Stb. 2016, 491

Besluit tot wijziging van het Besluit van 16 juni 2015, houdende vaststelling van de tijdstippen van inwerkingtreding van de Herzieningswet toegelaten instellingen volkshuisvesting, de wet van 20 maart 2015 (Stb. 2015, 146) tot wijziging van de Herzieningswet toegelaten instellingen volkshuisvesting en het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015, alsmede vaststelling van het tijdstip, bedoeld in artikel Ibis van de Herzieningswet toegelaten instellingen volkshuisvesting (Stb. 2015, 232)

In artikel 3 van het hier boven genoemde inwerkingtredingsbesluit van 16 juni 2015 wordt ‘1 januari 2017’ vervangen door: 1 januari 2018. Dit betekent dat toegelaten instellingen in 2017 extra tijd krijgen om de jaarrekening vast te stellen en om belanghebbenden documenten te doen toekomen.


Kamerstukken

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.