Stb. 2015, 407 Kwaliteit, klachten en geschillen in de zorg

Wet van 07-10-2015, Stb. 2015, 407

Wet houdende regels ter bevordering van de kwaliteit van zorg en de behandeling van klachten en geschillen in de zorg (Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg)

—Deze wet komt deels voort uit het in juni 2010 ingediende wetsvoorstel Wet cliëntenrechten zorg (Wcz). De naamswijziging alsmede de inhoudelijke wijzigingen van het oorspronkelijke wetsvoorstel zijn geregeld in de derde nota van wijziging Wcz. Ten gevolge van de derde nota van wijziging heeft de onderhavige Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) slechts betrekking op de onderdelen kwaliteit, klachten en geschillen. In de derde nota van wijziging zijn die onderdelen van het oorspronkelijke wetsvoorstel Wcz die betrekking hadden op goed bestuur, medezeggenschap, de ‘Wgbo-bepalingen’ en de Wet toelating zorginstellingen uit het voorstel geschrapt.

Op grond van de Wkkgz zal elke zorgaanbieder gehouden zijn ‘goede zorg’ te leveren, over een klachtenregeling te beschikken en zich aan te sluiten bij een geschilleninstantie. De wet geldt in beginsel voor alle zorg, ongeacht de financieringswijze; alle zorgaanbieders (en dus ook solistisch werkende zorgverleners, aanbieders van cosmetische ingrepen en van niet-reguliere zorg (d.w.z. alternatieve geneeswijzen)) moeten dus aan de wettelijke eisen over kwaliteit, klachten en geschillen voldoen. Slechts een aantal bij amvb genoemde aanbieders zijn hiervan uitgezonderd.


Goede zorg

De Wkkgz kent voor zorgaanbieders de verplichting om goede zorg te leveren en de zorg zo te organiseren en zich zowel kwalitatief als kwantitatief zodanig van personele en materiële middelen te bedienen, dat een en ander redelijkerwijs moet leiden tot het verlenen van goede zorg. Dit houdt onder meer in dat op zorgaanbieders een vergewisplicht rust: die houdt in dat de zorgaanbieder moet controleren hoe zorgverleners in het verleden hebben gefunctioneerd. Dit functioneren mag niet in de weg staan van het inzetten van deze zorgverleners bij het verlenen van zorg. De zorgaanbieder is ook verantwoordelijk voor het gebruik van medische technologie bij de zorgverlening. Bij amvb kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het gebruik en periodieke kwaliteits- en veiligheidscontroles van medische apparatuur. Verder rust op de zorgaanbieder de verantwoordelijkheid voor systematische bewaking, beheersing en verbetering van de kwaliteit van de zorg, onder meer door het verzamelen en registreren van relevante gegevens op een zodanige wijze dat de gegevens te vergelijken zijn met de gegevens van andere zorgaanbieders.

Een zorgaanbieder mag verder alleen zorg laten verlenen door mensen en organisaties met wie een schriftelijke overeenkomst is gesloten. Deze overeenkomst moet waarborgen dat deze zorgverleners of organisaties voldoen aan de wettelijke verplichtingen en aan de regels van de zorgaanbieder over de zorgverlening.

De wet verplicht verder tot het vaststellen van een meldcode waarin stapsgewijs wordt aangegeven hoe met signalen van huiselijk geweld of kindermishandeling wordt omgegaan en die er aan bijdraagt dat zo snel en adequaat mogelijk hulp kan worden geboden.

De Wkkgz verplicht zorgaanbieders om intern gemelde incidenten op te nemen in een register. Om ervoor te zorgen dat deze signalen van incidenten zo snel mogelijk worden beoordeeld, zodat zo nodig snel en adequaat bescherming kan worden geboden of maatregelen kunnen worden genomen, dient de zorgaanbieder hiertoe een interne procedure vast te stellen. De gegevens in het register betreffende de intern gemelde incidenten kunnen, behoudens die met betrekking tot een calamiteit of geweld in de zorgrelatie, niet in een civielrechtelijke, strafrechtelijke, bestuursrechtelijke of tuchtrechtelijke procedure als bewijs worden gebruikt, noch kan een disciplinaire maatregel, een bestuurlijke sanctie of een bestuurlijke maatregel daarop worden gebaseerd. In afwijking daarvan kunnen de gegevens wel voor strafrechtelijk bewijs worden gebruikt indien zij redelijkerwijs niet op een andere manier kunnen worden verkregen.

De zorgaanbieder verstrekt de cliënt voorts op diens verzoek informatie over de door zorgaanbieder aangeboden zorg (onder meer over de tarieven, de kwaliteit en de ervaringen van cliënten met die zorg). De zorgaanbieder informeert de cliënt over het al dan niet bestaan van een wetenschappelijk bewezen werkzaamheid van die zorg alsmede over de wachttijd. Zorgaanbieders moeten cliënten daarnaast op de hoogte stellen van een incident. Dit betreffen alleen de incidenten die merkbare gevolgen (kunnen) hebben voor een cliënt. Naast dat cliënten over een incident geïnformeerd moeten worden, moet een zorgaanbieder hiervan ook een aantekening maken in het cliëntendossier.

Zorgaanbieders moeten melding maken bij het Staatstoezicht Gezondheidszorg van iedere calamiteit die bij de zorgverlening heeft plaatsgevonden, van geweld in de zorgrelatie en van ontslag of niet-voortzetting van een overeenkomst met een zorgverlener wegens ernstig disfunctioneren.

Wat betreft de Verklaring omtrent het gedrag (VOG): in het oorspronkelijke wetsvoorstel was voorzien in de verplichting voor alle zorgaanbieders om voor al hun nieuwe medewerkers te beschikken over een recent afgegeven VOG. Bij amendement (nr. 61) is die algemene verplichting aangepast. Het wordt wenselijk geacht voor de meest kwetsbare cliënten extra waarborgen ter bescherming te treffen door de zorgaanbieders te verplichten voor hun medewerkers over een verklaring omtrent het gedrag te beschikken. In de geest van het genoemde amendement zal de VOG-plicht bij amvb worden beperkt tot nieuwe werknemers in de situaties waarbij sprake is van zorgverlening aan of andere beroepsmatige contacten met de meest kwetsbare cliënten. Het gaat hierbij om de personen die zullen vallen binnen het bereik van de Wet langdurige zorg en de personen die in het kader van de zorgverzekering intramurale geestelijke gezondheidzorg ontvangen.


Klachtenregeling

De zorgaanbieder wordt verplicht schriftelijk een regeling voor een effectieve en laagdrempelige opvang en afhandeling van hem betreffende klachten te treffen. Zorgaanbieders moeten daarbij een persoon (of meerdere personen) aanwijzen die een klager gratis adviseert bij het indienen van een klacht en bijstaat bij zowel het formuleren van de klacht als het onderzoeken van oplossingen. Gewaarborgd moet worden dat de klachtenfunctionaris, indien die in dienst is van de zorgaanbieder, zijn functie onafhankelijk kan uitvoeren en niet wordt benadeeld wegens de wijze waarop hij zijn functie uitoefent. Een klacht kan door de cliënt/vertegenwoordiger of zijn nabestaanden worden ingediend en de klacht moet binnen zes weken zijn afgehandeld, met de mogelijkheid van een eenmalige verlenging van maximaal 4 weken. Zorgaanbieders zijn niet (meer) verplicht om een klachtencommissie in te stellen.


Geschillenregeling

Een zorgaanbieder wordt verplicht zich aan te sluiten bij een door de Minister van VWS erkende geschilleninstantie. Indien partijen er samen niet uitkomen, kan de geschilleninstantie uitkomst bieden. De geschilleninstantie is bevoegd een bindend advies te geven en een schadevergoeding toe te kennen tot in ieder geval € 25 000. Een geschil kan worden voorgelegd door een cliënt, een nabestaande van een overleden cliënt dan wel een vertegenwoordiger van de cliënt. Collectieve acties van belanghebbendenverenigingen zijn ook mogelijk.


Inwerkingtreding

Inwerkingtredingsbesluit van 11-12-2015, Stb. 2015, 525

Besluit houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg en het Uitvoeringsbesluit Wkkgz (Stb. 2015, 407)

—De wet treedt, m.u.v. de artikelen 9, 12, 41, 42, 47 en 49, in werking m.i.v. 01-01-2016. De artikelen 9 en 12 treden in werking m.i.v. 01-07-2016.


Kamerstukken

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.