Stb. 2010, 142 Invoeringswet algemene bepalingen omgevingsrecht

Wet van 25-3-2010, Stb. 2010, 142

Wet tot vaststelling van overgangsrecht en wijziging van diverse wetten ten behoeve van de invoering van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

—Het voorstel van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is 4 november 2008 aangenomen door de Eerste Kamer. De wet is op 4 december 2008 gepubliceerd in het Staatsblad (Stb. 2008, 496). In de wet wordt een groot aantal toestemmingen samengevoegd die nodig zijn wanneer een burger of een bedrijf op een bepaalde plaats iets wil gaan slopen, (ver)bouwen, oprichten, gebruiken of daarmee samenhangende activiteiten wil gaan verrichten. De Wabo integreert een groot aantal (circa 25) vergunningen, ontheffingen en andere toestemmingen tot één omgevingsvergunning. De burger kan voor die vergunning bij één loket terecht en hij kan van de overheid verwachten dat de voorschriften die aan de vergunning verbonden worden, op elkaar worden afgestemd. Bij de omgevingsvergunning behoren uniforme en in het algemeen kortere procedures. Door deze nieuwe vergunning wordt een betere samenwerking binnen en tussen overheden en een verbetering van de kwaliteit van de uitvoering mogelijk gemaakt. Deze invoeringswet regelt de gevolgen van de invoering van de omgevingsvergunning voor tal van wetten binnen het omgevingsrecht. Bovendien is het overgangsrecht met betrekking tot de Wabo opgenomen.

Ook zijn wijzigingen van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) zelf opgenomen die ervoor zorgen dat de tekst van de wet op het moment van inwerkingtreding volledig en actueel is. Het gaat daarbij onder meer om aanpassingen in verband met andere in voorbereiding zijnde of in werking getreden wet- en regelgeving, zoals de Waterwet, het voorstel voor de Dienstenwet ter implementatie van de Europese dienstenrichtlijn, de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de zogenaamde 'Grondexploitatiewet'. Het gaat daarbij veelal om technische aanpassingen. Een uitzondering daarop vormt de toestemming in het kader van de grondexploitatie die aan het wetsvoorstel wordt toegevoegd. Er wordt daarmee een extra toestemming in de omgevingsvergunning geïntegreerd.

Tevens zijn in deze invoeringswet de wijzigingen opgenomen die in de memorie van antwoord bij de WABO aan de Eerste Kamer (Kamerstukken I 2007/08, 30 844, D) zijn aangekondigd. Het gaat om de volgende wijzigingen:

  • de doorwerking van het lokale omgevingsbeleid wordt versterkt. Door middel van een aanpassing van artikel 2.22 van de Wabo zal worden bewerkstelligd dat bij verordening regels kunnen worden gesteld over voorschriften die met betrekking tot de betrokken activiteit aan een vergunning kunnen of moeten worden verbonden;
  • er zullen geen kwaliteitseisen of interventie-instrumenten gelden voor de organisatie van de uitvoering van het toezicht en de handhaving ter zake van activiteiten als bedoeld in artikel 2.2. van de Wabo. In paragraaf 5.2 van de Wabo wordt bepaald dat de in die paragraaf bedoelde kwaliteitseisen en interventie-instrumenten niet van toepassing zijn op activiteiten als bedoeld in artikel 2.2 die bij verordening zijn geregeld;
  • voor milieubedrijven: één vergunning per inrichting. In artikel 2.7 van de Wabo zal worden bepaald dat een aanvraag om een omgevingsvergunning uitsluitend op één milieu-inrichting betrekking kan hebben. Dit sluit aan bij het bepaalde in de Wet milieubeheer ter uitvoering van de Europese IPPC-richtlijn;
  • de kring van inspraakgerechtigden is in overeenstemming met het Verdrag van Aarhus gebracht. Naar aanleiding van de Eerste Kamer-behandeling is de Raad van State om voorlichting gevraagd over de mogelijkheid voor 'een ieder' of 'belanghebbenden' om zienswijzen in te dienen, in verhouding tot artikel 6 van het Verdrag van Aarhus en de betrokken Europese regelgeving. De Raad van State concludeert in zijn voorlichting dat het Verdrag van Aarhus vereist dat 'eenieder' de gelegenheid tot inspraak moet hebben. Dit sluit aan bij bestaande wetgeving op het terrein van het omgevingsrecht. Door wijziging van artikel 3.12 is de Wabo hiermee in overeenstemming gebracht. Een zelfde wijziging is in de Invoeringswet Waterwet opgenomen. De kring van beroepsgerechtigden blijft beperkt tot belanghebbenden, overeenkomstig de hoofdregel van artikel 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht.

Inwerkingtreding op een bij kb te bepalen tijdstip.
 

Kamerstukken

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.