Stb. 2008, 148 Wet op de parlementaire enquête

Wet van 1-4-2008, Stb 2008, 148

Wet houdende regels over de parlementaire enquête.

Op 9 mei is de uit 1850 stammende Wet op de parlementaire enquête vervangen door een nieuwe wet (wet van 1 april 2008, (Stb. 2008, 148).

Sinds 1850 is de huidige Wet op de Parlementaire Enquête verschillende malen herzien. De belangrijkste wijzigingen vonden plaats in 1977 en 1991. De diverse wetswijzigingen hebben niet kunnen voorkomen dat de huidige Wet op de Parlementaire Enquête in de praktijk tot vragen leidt of multi-interpretabel wordt geacht.

De initiatiefnemers van het wetsvoorstel wilden de beide Kamers en de enquêtecommissie een ruimere armslag geven bij het opzetten en uitvoeren van een parlementaire enquête. De wet zou de Kamer en een enquêtecommissie niet in een zodanig keurslijf mogen dwingen, dat een effectieve informatievergaring wordt belemmerd. Maar ook zouden de personen die tot medewerking aan een enquête worden verplicht, hiervan zo min mogelijk hinder en schade moeten ondervinden.

De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de huidige wet zijn: de toekenning van bevoegdheden aan de enquêtecommissie schriftelijke inlichtingen te vorderen en plaatsen te betreden; de opneming van een algemene verplichting tot medewerking aan de enquête; de opneming van een regeling over het voorgesprek; de opneming van een regeling over de mogelijkheid openbare verhoren in afwezigheid van beeld- en geluidsregistraties te doen plaatsvinden; de opneming van een algemeen recht op bijstand tijdens de enquête; de regeling dat op de verschoningsrechten in elke fase van de enquête een beroep kan worden gedaan; de opneming van een verschoningsgrond voor informatie met betrekking tot de persoonlijke levenssfeer; de opneming van twee nieuwe dwangmiddelen, te weten de mogelijkheid van de oplegging van een rechterlijk bevel tot medewerking onder dwangsom en de mogelijkheid van de oplegging van een rechterlijk bevel tot medewerking dat met de openbare macht (politie) ten uitvoer kan worden gelegd; de opneming van een regeling ter verdere bescherming van personen waarover informatie wordt verstrekt in andere procedures en een heldere regeling van de openbaarheid/vertrouwelijkheid van de commissiearchieven.

Samenloop met andere procedures

De initiatiefnemers besteden in de memorie van toelichting uitgebreid aandacht aan de verhouding van de parlementaire enquête met andere procedures. Een voorbeeld van samenloop betreft de gang van zaken bij aanbestedingen in de bouwsector. In deze zaak heeft een parlementaire enquête plaatsgevonden, heeft de Nederlandse Mededingingsautoriteit boetes opgelegd en hebben strafrechtelijke veroordelingen plaatsgevonden. De indieners achtten het vanwege de andersoortige functie van het strafproces niet bezwaarlijk indien naast een parlementaire enquête een strafrechtelijk onderzoek plaatsvindt. De parlementaire enquête heeft als belangrijkste functie de waarheidsvinding. Hij strekt expliciet niet tot het vaststellen van schuld aan strafbare feiten of aansprakelijkheid. De enquête heeft een geheel andere functie dan een strafrechtelijke vervolging. Bij een strafrechtelijke vervolging staat immers juist de schuldvraag voorop. Het doel van het onderzoek is dus anders. De parlementaire enquête is niet gericht op het ontstaan van rechtsgevolgen. Beide vormen van onderzoek kunnen daarom heel goed parallel naast elkaar plaatsvinden. Zo werd de enquêtecommissie Bouwnijverheid geconfronteerd met onderzoeken door Justitie, de Nederlandse Mededingingsautoriteit en door de twee meest betrokken departementen. De indieners schreven in de MvT dat hun geen voorbeelden bekend waren waarin de samenloop van verschillende soorten onderzoek een belemmering heeft gevormd bij de waarheidsvinding. Ook kennen zij geen rechtszaken waarbij de bewijslast niet rond kon komen door gebeurtenissen in of rond een parlementaire enquête.

De initiatiefnemers hebben het dan ook niet nodig gevonden om een regeling op te nemen over de verhouding tussen een parlementaire enquête en ander onderzoek. Dat de wet geen regeling bevat, betekent niet dat er in de praktijk geen afspraken moeten of kunnen worden gemaakt. In de praktijk zullen zich immers afstemmingsproblemen kunnen voordoen. De Kamer kan bijvoorbeeld behoefte hebben aan stukken die het Openbaar Ministerie onder zich heeft. Hierover worden in de praktijk in goed overleg protocollen afgesloten. Bij de Bouwnijverheid-enquête zijn in een protocol tussen de Kamer en de toenmalige Minister van Justitie afspraken gemaakt over de informatieverstrekking van het Openbaar Ministerie aan de enquêtecommissie, ook inzake lopende strafzaken. Met de Minister van Economische Zaken zijn afspraken gemaakt over inzage van stukken die de Nederlandse Mededingingsautoriteit onder zich had. De initiatiefnemers gaan ervan uit dat ook in de toekomst afspraken op dit punt gewenst zijn.

Verbod tot het gebruiken van informatie in andere procedures

Een verklaring afgelegd voor een enquêtecommissie mag er niet toe leiden dat betrokkene wordt ontslagen, dan wel dat hem een disciplinaire maatregel wordt opgelegd, een vergunning wordt ingetrokken of een bestuurlijke boete wordt opgelegd.

Verder is ook een parlementaire enquêtecommissie gebonden aan het nemo-teneturbeginsel. In de wet wordt daarom bepaald dat aan een parlementaire enquêtecommissie verstrekte documenten of voor hen afgelegde verklaringen niet als bewijs in een rechterlijke of tuchtrechtelijke procedure mogen worden gebruikt. Ook kan een disciplinaire maatregel, een bestuurlijke sanctie of maatregel niet worden gebaseerd op die documenten of verklaringen. De regeling is een verbreding van het huidige artikel 24 van de Wet op de Parlementaire Enquête, op basis waarvan verklaringen, afgelegd voor een commissie, uitsluitend niet als bewijs in rechte kunnen gelden. De nieuwe regeling heeft ook betrekking op tuchtrechtelijke, bestuurlijke en disciplinaire procedures. Het nieuwe artikel impliceert geen strafrechtelijke immuniteit. Het artikel beperkt alleen de bewijsmogelijkheden. Indien het Openbaar Ministerie door middel van andere (afschriften van) documenten of verklaringen dezelfde informatie heeft als de enquêtecommissie, dan mogen die (afschriften van) documenten of verklaringen vanzelfsprekend wel als wettig bewijsmiddel worden gehanteerd, aldus de MvT.

Verbod tot het verstrekken van informatie aan andere instanties

Ook al mag informatie die in het kader van een parlementaire enquête wordt verstrekt niet in andere procedures gebruikt worden, toch is een extra waarborg in de wet opgenomen om te bereiken dat informatie die door de enquêtecommissie is vergaard, niet ten nadele van betrokkenen kan worden gebruikt. Daarom is bepaald dat de enquêtecommissie geen informatie verstrekt aan andere organen ten behoeve van een strafrechtelijk of tuchtrechtelijk onderzoek of een procedure tot oplegging van een disciplinaire maatregel of een bestuurlijke sanctie of maatregel, tenzij degene die de informatie heeft verstrekt en degene op wie de informatie betrekking heeft, daarvoor schriftelijke toestemming heeft verleend. Dit is alleen anders bij een strafrechtelijk onderzoek naar meineed of omkoping van een getuige (uitlokking tot meineed). In deze gevallen mag de enquêtecommissie wel informatie verstrekken aan het Openbaar Ministerie en aan de rechter.

Geen verschoningsrecht

Evenmin als de vorige wet bevat de nieuwe wet het recht van personen die verplicht worden tot medewerking, zich te verschonen, als medewerking ertoe zou kunnen leiden dat betrokkene zichzelf of zijn naasten zou blootstellen aan strafrechtelijke vervolging. De initiatiefnemers vinden dat de hierboven genoemde verboden voldoende bescherming bieden. Hoewel deze verboden personen niet volledig beschermen, zou een verschoningsrecht het doel van de enquête kunnen ondermijnen. Opneming van een dergelijk recht zou het belang van informatievergaring door de enquêtecommissie in feite ondergeschikt maken aan het strafproces. Evenmin is in het wetsvoorstel gekozen voor een strafrechtelijke immuniteit voor personen die voor de enquêtecommissie belastende verklaringen hebben afgelegd, zoals in Amerika bestaat. De initiatiefnemers vonden het verwerpelijk indien ‘leeglopen’ voor de enquêtecommissie ertoe zou leiden dat aan personen strafrechtelijke immuniteit wordt verleend. Het verlenen van strafrechtelijke immuniteit zou naar hun mening tot onaanvaardbare uitkomsten leiden.

Motie Rehwinkel

Het kabinet had bezwaren tegen het wetsvoorstel en dringt in een brief aan de Eerste Kamer van 21 maart jl. aan op een ruimhartige uitvoering van de in de Eerste Kamer aangenomen motie van het lid Rehwinkel c.s. (Kamerstukken I 2007/08, 30 415, J), bij voorkeur door het initiatief te nemen tot wijziging van de wet.

De motie luidde: ‘overwegende, dat het gebruik van de bevoegdheden welke een parlementaire enquêtecommissie jegens burgers en rechtspersonen kan inzetten van zekere waarborgen dient te zijn voorzien, geeft in overweging in de Wet op de parlementaire enquête of anderszins een nadere regeling op te nemen van een verschoningsrecht op non-incriminatie (zwijgrecht), alsmede van de binnentredingsbevoegdheid’.

Het kabinet wil graag met de Tweede Kamer nader overleggen over uitvoering van deze motie. Het laat de mogelijkheid open dat het zelf een wetsvoorstel indient, indien door de Tweede Kamer geen uitvoering wordt gegeven aan de motie of indien bij de toepassing van de wet zou blijken dat de bevoegdheden welke een parlementaire enquêtecommissie jegens burgers en rechtspersonen kan inzetten, niet van voldoende waarborgen zijn voorzien.

Inwerkingtreding 9-5-2008

Kamerstukken:

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.