Stb. 2007, 500 Voorwaarden aan vervroegde invrijheidstelling

Wet van 6-12-2007, Stb. 2007, 500

Wet tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht inzake vervroegde invrijheidstelling in een voorwaardelijke invrijheidstelling.

Gedetineerden komen voortaan alleen onder voorwaarden eerder vrij. Volgens de oude regeling werden gedetineerden vervroegd in vrijheid gesteld zonder dat hieraan enige voorwaarde is verbonden. Is een gedetineerde eenmaal vrij, dan kan de invrijheidstelling niet meer worden teruggedraaid. In de nieuwe regeling worden aan de vervroegde invrijheidstelling steeds één of meer voorwaarden verbonden. Houdt de veroordeelde zich niet aan de voorwaarden, dan kan de invrijheidstelling worden ingetrokken en moet de veroordeelde alsnog de rest van zijn straf uitzitten. De nieuwe regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling is van toepassing op vrijheidsstraffen met een duur van meer dan een jaar. Onder de oude regeling was dit zes maanden. Komen veroordeelden eerder vrij, dan geldt als algemene voorwaarde dat zij zich niet schuldig mogen maken aan een strafbaar feit. Daarnaast kunnen ze bijzondere voorwaarden opgelegd krijgen zoals een locatieverbod, een meldingsplicht, een alcohol- en/of drugsverbod, de verplichting om een cursus te volgen of aan hulpverlening mee te werken.

De veroordeelde komt net als in de oude regeling vervroegd vrij nadat hij tweederde van zijn straf heeft uitgezeten. Alleen worden er voorwaarden aan verbonden plus een bepaalde proeftijd. Deze proeftijd gaat in op de dag van de invrijheidstelling. Bij de algemene voorwaarde (geen strafbaar feit plegen) is die proeftijd gelijk aan de periode die de gedetineerde niet hoeft uit te zitten, maar bedraagt minimaal één jaar. Bij een bijzondere voorwaarde is de proeftijd afhankelijk van de aard van de voorwaarde, maar duurt nooit langer dan de periode waarover voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend. Houdt de gedetineerde zich niet aan de voorwaarden dan volgt een snelle reactie. Afhankelijk van de ernst kan die bestaan uit beëindiging van de invrijheidstelling, wijziging van de bijzondere voorwaarden of - als het om een zeer geringe overtreding gaat - een waarschuwing.

De rechtbank beslist op vordering van het openbaar ministerie over uitstel, afstel en herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling. De huidige gronden voor uitstel of afstel (bijvoorbeeld ontvluchting uit detentie of zeer ernstige misdraging) blijven bestaan. Als het risico van recidive van ernstige misdrijven te groot wordt geacht en de voorwaarden niet toereikend genoeg zijn, kan in de toekomst ook de invrijheidstelling worden uitgesteld.

Besluit van 30-5-2008, Stb. 2008, 194

Inwerkingtreding

Besluit tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de wet van 6 december 2007 tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht en enige andere wetten in verband met de wijziging van de vervroegde invrijheidstelling in een voorwaardelijke invrijheidstelling (Stb. 500).

De wet van 6 december 2007 tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht en enige andere wetten in verband met de wijziging van de vervroegde invrijheidstelling in een voorwaardelijke invrijheidstelling (Stb. 2007, 500) treedt in werking met ingang van 1 juli 2008.

Kamerstukken:

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.