Stb. 2008, 303 Voorkoming witwassen en financiering terrorisme

Wet van 15-7-2008, Stb. 2008. 303 en inwerkingtredingsbesluit van 15-7-2008, Stb. 2008, 304

Wet

Wet tot samenvoeging van de Wet identificatie bij dienstverlening en de Wet melding ongebruikelijke transacties.

De Wet identificatie bij dienstverlening 1993 (WID) en de Wet Melding ongebruikelijke transacties (Wet MOT) hebben als doel het witwassen van opbrengsten uit misdrijven en het financieren van terrorisme tegen te gaan. Daartoe verplicht de WID tot identificatie van cliënten en het verrichten van cliëntenonderzoek, en geeft de Wet MOT de verplichting tot het melden van ongebruikelijke transacties. Beide wetten vormen tezamen een sluitend geheel van maatregelen ter voorkoming van gebruik van het financiële stelsel voor witwassen en financieren van terrorisme. Zij zijn echter tot dusver op verschillende wijze ingericht, hetgeen een verminderde inzichtelijkheid van de in beide wetten neergelegde voorschriften tot gevolg heeft. De WID en de Wet MOT worden nu samengevoegd om de bruikbaarheid te verbeteren.

Inwerkingtreding 1-8-2008.

Uitvoeringsbesluit

Besluit houdende bepalingen met betrekking tot de reikwijdte van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme, het vaststellen van indicatoren en het overdragen van bevoegdheden in het kader van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme.

Met de WWFT wordt de Europese derde witwasrichtlijn in nationale wetgeving verwerkt en worden de Wet identificatie bij dienstverlening (WID) en de Wet melding ongebruikelijke transacties (Wet MOT) samengevoegd. Hierdoor wordt het voor instellingen die te maken hebben met de anti-witwaswetgeving gemakkelijker om inzicht te krijgen in de verplichtingen waaraan zij moeten voldoen.

De meeste bepalingen zoals die golden voor de Wid en de Wet Mot zijn teruggekeerd in de nieuwe Witwaswet. Maar een nieuwigheid is dat nu een risico-georiënteerde benadering is ingevoerd.

Dit houdt in dat instellingen meer vrijheid krijgen met betrekking tot het nemen van maatregelen. Welke maatregelen moeten worden genomen, hangt namelijk af van het risico dat een bepaald type cliënt, relatie, product of transactie met zich meebrengt. De instelling maakt deze risico-inschatting zelf. Een belangrijke wijziging in de WWFT is de uitbreiding van het cliëntenonderzoek. Een nieuw element van het cliëntenonderzoek is de verplichting ten aanzien van het identificeren en verifiëren van de identiteit van de uiteindelijk belanghebbende (ook wel ‘ultimate beneficial owner’ of ‘UBO’ genoemd). Met het oog op de bestrijding van vastgoedfraude is dit een belangrijke verbetering. De notaris zal, bijvoorbeeld bij het passeren van een akte, moeten weten wie de UBO van zijn cliënt is. Een crimineel kan zich hierdoor niet meer verschuilen achter een rechtspersoon omdat de notaris moet weten wie er achter de rechtspersoon feitelijk aan de touwtjes trekt. Ook voor de opsporing is dit een belangrijke vooruitgang: het bekend zijn van de identiteit van de uiteindelijk belanghebbende bespoedigt een eventueel strafrechtelijk onderzoek. Zo is ook elke advocaat die diensten verleent die in de WWFT worden genoemd verplicht een cliëntonderzoek te starten dat zich uitstrekt tot de uiteindelijk belanghebbende (VBO).

Besluit van 15-7-2008, Stb. 2008, 305

Coulance

De gezamenlijke toezichthouders Autoriteit Financiële Markten (‘AFM’), De Nederlandsche Bank (‘DNB’), Bureau Financieel Toezicht (‘BFT’), Belastingdienst Holland Midden zijn op de hoogte van de mogelijke problemen die de instellingen, voor zover deze bepalingen voor hen van toepassing zijn, ondervinden bij de tijdige implementatie van deze nieuwe bepalingen in hun bedrijfsvoering. De gezamenlijke toezichthouders kondigen daarom aan dat zij, tot uiterlijk 1 januari 2009, coulance zullen betrachten bij de handhaving van de uit de WWFT voortvloeiende regels inzake de nieuwe bepalingen uit de WWFT, onder de voorwaarde dat de instellingen er alles aan doen om zo spoedig mogelijk na 1 augustus 2008 doch uiterlijk 1 januari 2009 aan de desbetreffende regels te voldoen. De coulance ziet niet op de verplichtingen uit de Wid en de Wet Mot voor zover deze ongewijzigd zijn overgenomen in de WWFT. De versoepelingen die de WWFT introduceert voor de instellingen (o.a. tijdstip van identificeren, identificatie van binnenlandse en buitenlandse rechtspersonen) zijn direct van toepassing.

De wet biedt de mogelijkheid om cliënten en producten of transacties aan te wijzen waarop vereenvoudigd of verscherpt cliëntenonderzoek van toepassing is. Het besluit wijst enkele cliënten aan waarop vereenvoudigd cliëntenonderzoek van toepassing is. Tevens wijst het besluit enkele producten of transacties aan waarop vereenvoudigd cliëntenonderzoek van toepassing is. Om wetstechnische redenen wordt voor de voorwaarden die in dit verband aan de producten of transacties worden gesteld, verwezen naar de uitvoeringsrichtlijn. Het besluit stelt ook de indicatoren vast aan de hand waarvan bepaald kan worden of een transactie aangemerkt dient te worden als een ongebruikelijke transactie.

Inwerkingtreding 1-8-2008.

Kamerstukken:

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.