Stb. 2008, 500 Verplicht ouderschap bij echtscheiding en afschaffing flitsscheiding

Wet van 27-11-2008, Stb. 2008, 500

Wet tot wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek en het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in verband met het bevorderen van voortgezet ouderschap na scheiding en het afschaffen van de mogelijkheid tot het omzetten van een huwelijk in een geregistreerd partnerschap.

Ouders worden verplicht afspraken te maken over verzorging en opvoeding van hun kinderen als zij gaan scheiden. De afspraken worden in een ouderschapsplan vastgelegd. De regeling gaat ervan uit dat beide ouders na de scheiding gezamenlijk verantwoordelijk blijven voor de kinderen. Als zij samen het gezag houden dan zijn goede, controleerbare afspraken belangrijk om problemen in de toekomst te voorkomen. Bij het opstellen van het ouderschapsplan kan een mediator behulpzaam zijn. Het ouderschapsplan geeft tevens invulling aan de verplichting van de ouder om de ontwikkeling van de band van zijn minderjarig kind met de andere ouder te bevorderen. Ook de ouder zonder ouderlijk gezag is verplicht tot omgang met zijn kind. Dit is in lijn met het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en fundamentele vrijheden alsmede het Verdrag inzake de rechten van het kind. Beide verdragen roepen de overheid op te bevorderen dat een kind contact heeft met zijn ouders. Het ouderschapsplan maakt onderdeel uit van het verzoek tot echtscheiding. Als ouders ruzie maken over hun scheiding kan de rechter ze naar een bemiddelaar verwijzen. Dit gebeurt slechts als hij voor de betrokken partijen mogelijkheden ziet om tot afspraken te komen. Niet alle ouders zijn in staat afspraken te maken over hun scheiding of om conflicten die na de scheiding ontstaan, op te lossen. Hulp van derden is dan gewenst. Uit resultaten van experimenten bij scheidings- en omgangsbemiddeling is gebleken dat bemiddeling een positieve invloed heeft op zowel de afhandeling van de scheiding als de oplossing van een conflict over de omgang met de kinderen. De kosten voor de echtgenoten zijn bij verwijzing door de rechter hetzelfde als wanneer zij zelf een mediator inschakelen. Minder draagkrachtigen zullen een eigen bijdrage moeten betalen die wordt vastgesteld volgens de Wet op de rechtsbijstand. Echtgenoten kunnen na verwijzing door de rechter, ongeacht hun inkomen, aanspraak maken op 200 euro als tegemoetkoming in de kosten. Deze regeling geldt voor een periode van maximaal vijf jaar. De nieuwe regeling maakt ook een einde aan de 'flitsscheiding’. Het is niet langer mogelijk een huwelijk via de burgerlijke stand om te zetten in een geregistreerd partnerschap dat vervolgens buiten de rechter om kan worden beëindigd. De procedure levert in de praktijk problemen op omdat in het buitenland deze 'echtscheiding’ niet wordt erkend.

Er zijn drie amendementen aangenomen. Zo is de definitie van kinderen voor wie een ouderschapsplan moet worden opgesteld verduidelijkt. In het oorspronkelijke wetsvoorstel vielen alle kinderen die deel uitmaken van het gezin onder het ouderschapsplan. Het gaat hierbij om gezamenlijke kinderen van wie de echtgenoten beiden de ouder zijn maar bijvoorbeeld ook om kinderen die binnen een lesbische relatie geboren zijn (ouder/niet-ouder) of kinderen uit een eerdere relatie. Om deze reden bewerkstelligt dit amendement dat de ouder die alleen het gezag uitoefent over zijn of haar kind en van wie de andere echtgenoot niet de ouder is, ten aanzien van dit kind geen afspraken behoeft vast te leggen in een ouderschapsplan.

Verder is bij amendement expliciet duidelijk gemaakt dat beide ouders gelijke rechten en plichten hebben. Daarom wordt gelijkwaardig ouderschap de norm. In de wet wordt opgenomen dat het kind recht heeft op een gelijkwaardige verzorging en opvoeding door beide ouders. Deze wettelijke basis voor gelijkwaardig ouderschap geeft ouders een uitgangspositie om gezamenlijk tot een bij hun situatie passende oplossing te komen. Het derde amendement heeft betrekking op ouders die niet gehuwd zijn en geen geregistreerd partnerschap zijn aangegaan: dezen hebben ook de plicht zich rekenschap te geven over de toekomst van hun kinderen na het verbreken van de relatie. Het amendement verplicht de ouders, die het gezamenlijk gezag hebben laten aantekenen (art. 1:252), tot het opstellen van een ouderschapsplan indien zij hun samenleving beëindigen. Het ouderschapsplan is geen vrijblijvende aangelegenheid. Indien er geen ouderschapsplan is opgesteld, zal de rechtbank het verzoek om een beslissing als bedoeld in art. 253a (nieuw) moeten aanhouden, totdat een ouderschapsplan is opgesteld. Ook daarbij blijft het belang van het kind leidend: indien het belang van het kind dit vergt, blijft aanhouding achterwege. De ouders houden dan wel de plicht tot het opstellen van een ouderschapsplan. Noodzakelijke maatregelen kunnen echter dan toch in het belang van het kind worden genomen.

Inwerkingtreding op een bij kb te bepalen tijdstip.

Inwerkingtredingsbesluit van 6-2-2009, Stb. 2009, 56

Inwerkingtreding

De Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding (Stb. 2008, 500) treedt in werking met ingang van 1 maart 2009.

Ouders worden verplicht afspraken te maken over verzorging en opvoeding van hun kinderen als zij gaan scheiden. De afspraken worden in een ouderschapsplan vastgelegd. De regeling gaat ervan uit dat beide ouders na de scheiding gezamenlijk verantwoordelijk blijven voor de kinderen. Als zij samen het gezag houden dan zijn goede, controleerbare afspraken belangrijk om problemen in de toekomst te voorkomen. Bij het opstellen van het ouderschapsplan kan een mediator behulpzaam zijn. Het ouderschapsplan geeft tevens invulling aan de verplichting van de ouder om de ontwikkeling van de band van zijn minderjarig kind met de andere ouder te bevorderen. Ook de ouder zonder ouderlijk gezag is verplicht tot omgang met zijn kind. Dit is in lijn met het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en fundamentele vrijheden alsmede het Verdrag inzake de rechten van het kind. Beide verdragen roepen de overheid op te bevorderen dat een kind contact heeft met zijn ouders. Het ouderschapsplan maakt onderdeel uit van het verzoek tot echtscheiding. Als ouders ruzie maken over hun scheiding kan de rechter ze naar een bemiddelaar verwijzen. Dit gebeurt slechts als hij voor de betrokken partijen mogelijkheden ziet om tot afspraken te komen. Niet alle ouders zijn in staat afspraken te maken over hun scheiding of om conflicten die na de scheiding ontstaan, op te lossen. Hulp van derden is dan gewenst. Uit resultaten van experimenten bij scheidings- en omgangsbemiddeling is gebleken dat bemiddeling een positieve invloed heeft op zowel de afhandeling van de scheiding als de oplossing van een conflict over de omgang met de kinderen. De kosten voor de echtgenoten zijn bij verwijzing door de rechter hetzelfde als wanneer zij zelf een mediator inschakelen. Minder draagkrachtigen zullen een eigen bijdrage moeten betalen die wordt vastgesteld volgens de Wet op de rechtsbijstand. Echtgenoten kunnen na verwijzing door de rechter, ongeacht hun inkomen, aanspraak maken op 200 euro als tegemoetkoming in de kosten. Deze regeling geldt voor een periode van maximaal vijf jaar. De nieuwe regeling maakt ook een einde aan de 'flitsscheiding’. Het is niet langer mogelijk een huwelijk via de burgerlijke stand om te zetten in een geregistreerd partnerschap dat vervolgens buiten de rechter om kan worden beëindigd. De procedure levert in de praktijk problemen op omdat in het buitenland deze 'echtscheiding’ niet wordt erkend.

Er zijn drie amendementen aangenomen. Zo is de definitie van kinderen voor wie een ouderschapsplan moet worden opgesteld verduidelijkt. In het oorspronkelijke wetsvoorstel vielen alle kinderen die deel uitmaken van het gezin onder het ouderschapsplan. Het gaat hierbij om gezamenlijke kinderen van wie de echtgenoten beiden de ouder zijn maar bijvoorbeeld ook om kinderen die binnen een lesbische relatie geboren zijn (ouder/niet-ouder) of kinderen uit een eerdere relatie. Om deze reden bewerkstelligt dit amendement dat de ouder die alleen het gezag uitoefent over zijn of haar kind en van wie de andere echtgenoot niet de ouder is, ten aanzien van dit kind geen afspraken behoeft vast te leggen in een ouderschapsplan.

Verder is bij amendement expliciet duidelijk gemaakt dat beide ouders gelijke rechten en plichten hebben. Daarom wordt gelijkwaardig ouderschap de norm. In de wet wordt opgenomen dat het kind recht heeft op een gelijkwaardige verzorging en opvoeding door beide ouders. Deze wettelijke basis voor gelijkwaardig ouderschap geeft ouders een uitgangspositie om gezamenlijk tot een bij hun situatie passende oplossing te komen. Het derde amendement heeft betrekking op ouders die niet gehuwd zijn en geen geregistreerd partnerschap zijn aangegaan: dezen hebben ook de plicht zich rekenschap te geven over de toekomst van hun kinderen na het verbreken van de relatie. Het amendement verplicht de ouders, die het gezamenlijk gezag hebben laten aantekenen (art. 1:252), tot het opstellen van een ouderschapsplan indien zij hun samenleving beëindigen. Het ouderschapsplan is geen vrijblijvende aangelegenheid. Indien er geen ouderschapsplan is opgesteld, zal de rechtbank het verzoek om een beslissing als bedoeld in art. 253a (nieuw) moeten aanhouden, totdat een ouderschapsplan is opgesteld. Ook daarbij blijft het belang van het kind leidend: indien het belang van het kind dit vergt, blijft aanhouding achterwege. De ouders houden dan wel de plicht tot het opstellen van een ouderschapsplan. Noodzakelijke maatregelen kunnen echter dan toch in het belang van het kind worden genomen.

Kamerstukken:

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.