Stb. 2009, 254 Uitvoeringsverdrag bescherming cultuurgoederen

Rijkswet van 12-6-2009, Stb. 2009, 254

Rijkswet tot goedkeuring van de op 14 november 1970 te Parijs tot stand gekomen Overeenkomst inzake de middelen om de onrechtmatige invoer, uitvoer en eigendomsoverdracht van culturele goederen te verbieden en te verhinderen (Trb. 1972, 50).

Het verdrag strekt er toe om de Verdragsstaten te verplichten om de onrechtmatige invoer, uitvoer of eigendomsoverdracht van culturele goederen met alle te hunner beschikking staande middelen tegen te gaan en de vereiste maatregelen tot herstel te treffen en derhalve kort gezegd: om de illegale handel in cultuurgoederen op effectieve wijze te bestrijden. De behoefte van het Koninkrijk der Nederlanden om partij te worden bij het verdrag, stuitte aanvankelijk op civielrechtelijke bezwaren. Met betrekking tot Nederland noodzaakt het verdrag tot ingrijpende maatregelen in het burgerlijk recht. Die maatregelen treffen in het bijzonder de koper te goeder trouw. Deze zou, ook al was hij te goeder trouw, als gevolg van die maatregelen gedwongen afstand moeten doen van dat goed. Het probleem was om een redelijke balans te vinden tussen enerzijds het belang van de oorspronkelijke bezitter, anderzijds dat van de koper te goeder trouw. In de ontstane impasse bood uiteindelijk de implementatie van de richtlijn 93/7/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 maart 1993 betreffende de teruggave van cultuurgoederen die op onrechtmatige wijze buiten het grondgebied van een lidstaat zijn gebracht (PbEG L 74), uitkomst. Bij de noodzakelijke implementatie van de richtlijn in het Nederlands recht werd voor bepaalde, precies aangeduide of aan te duiden cultuurgoederen de bescherming van de koper te goeder trouw opzij gezet. Deze aanpassing van het Nederlands recht maakte de weg vrij om partij te worden bij het UNESCO-verdrag 1970.

Ratificatie van het verdrag is wenselijk geoordeeld op de volgende gronden. Voorwerpen van cultureel, historisch en wetenschappelijk belang, die tot het cultureel erfgoed van een staat behoren, behoeven een effectieve bescherming. Het is daarom van groot belang dat cultuurgoederen die het land van herkomst illegaal hebben verlaten, hetzij doordat het uitvoerverbod of het overdrachtverbod is overtreden, hetzij omdat zij zijn gestolen of verduisterd, door de autoriteiten van de staat van herkomst, dan wel door de oorspronkelijke rechthebbende kunnen worden teruggevorderd, zonder dat dit op problemen stuit op grond van de regels van de staat waar die cultuurgoederen tenslotte zijn verkocht of worden aangetroffen. Een effectieve regeling zal daarom noodzakelijk een internationaal karakter moeten dragen en van kracht moeten zijn tussen een groot aantal staten, zodat deze aan elkaars regels ter bescherming van cultuurgoederen een effectieve werking kunnen geven. De wenselijkheid van partij worden, werd nog versterkt doordat Nederland als doorvoerland voor goederen in het algemeen, gemakkelijk ook te maken krijgt met cultuurgoederen die ons land binnenkomen nadat zij elders illegaal zijn uitgevoerd. Bovendien behoort Nederland tot de landen die wegens hun relatieve welvaartspeil in aanmerking komen om voor dergelijke cultuurgoederen kopers te zoeken.

Inwerkingtreding 26-6-2009

Wet van 12-6-2009, Stb. 2009, 255 en inwerkingtredingsbesluit van 17-6-2009, Stb. 2009, 256

Wet tot uitvoering van de op 14 november 1970 te Parijs tot stand gekomen Overeenkomst inzake de middelen om de onrechtmatige invoer, uitvoer of eigendomsoverdracht van culturele goederen te verbieden en te verhinderen (Uitvoeringswet UNESCO-verdrag 1970 inzake onrechtmatige invoer, uitvoer of eigendomsoverdracht van cultuurgoederen).

Deze wet heeft tot doel implementatie van bovengenoemd Verdrag in de Nederlandse wetgeving tot stand te brengen. Het Verdrag schrijft zelden een bepaalde invulling voor. Zo laat het Verdrag meestal in het midden of, als sancties nodig zijn, deze in het bestuursrecht, het strafrecht of het privaatrecht moeten worden gezocht. De wet zoekt de sanctie in het privaatrecht.

Het Verdrag heeft zowel betrekking op bescherming van de cultuurgoederen van een Verdragsstaat tegen onrechtmatige uitvoer als op het terugvorderen van die cultuurgoederen uit andere Verdragsstaten waar zij vervolgens zijn ingevoerd.

De reikwijdte van de wet wordt bepaald door de omschrijving van de cultuurgoederen waarop het van toepassing is. De regeling is beperkt tot 'voorwerpen van groot cultuurhistorisch en wetenschappelijk belang, die behoren tot het wettelijke beschermde culturele erfgoed van een land’. De hieraan ten grondslag liggende gedachte is met het Verdrag goed verenigbaar. De wet heeft alleen betrekking heeft op cultuurgoederen die na inwerkingtreding onrechtmatig uit een Verdragsstaat zijn uitgevoerd dan wel in een Verdragsstaat zijn ontvreemd. De wet bevat geen strafrecht. Voor het bestrijden van de handel in ontvreemde of illegaal uitgevoerde cultuurgoederen bevat het bestaande strafrecht reeds een reeks instrumenten. Cultuurgoederen die in strijd met dit verbod binnen Nederland zijn gebracht, kunnen worden teruggevorderd door de Verdragsstaat waaruit die goederen afkomstig zijn of door de rechthebbende op die goederen.

De rechtsvordering tot teruggave wordt nader geregeld in de nieuwe artikelen 1011a tot en met 1011d Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Verweren tegen een dergelijke rechtsvordering op grond van verkrijging te goeder trouw, verkrijgende of extinctieve verjaring of verkrijging te goeder trouw van pandrecht worden geheel of ten dele geëcarteerd in een reeks wijzigingen in het Burgerlijk Wetboek.

De wet verschaft bovendien aanvullende privaatrechtelijke instrumenten. Daarbij moet niet alleen worden gedacht aan het privaatrechtelijke recht om teruggave te vorderen, maar ook aan het nieuwe artikel 3:87a Burgerlijk Wetboek, waarin een regeling is opgenomen betreffende de zorgvuldigheid die van een handelaar in cultuurgoederen mag worden geëist. Deze regeling beoogt onder meer om aan de regeling van artikel 437 WSr een privaatrechtelijk gevolg toe te kennen. Ook het feit dat overtreding van het verbod een onrechtmatige daad oplevert, kan aan de bestrijding van illegale handel bijdragen.

Een uitzondering is er voor cultuurgoederen die zijn ontvreemd uit een museum of een godsdienstig of wereldlijk openbaar monument of soortgelijke instelling in een andere Verdragstaat. Verzoeken tot inbeslagneming en teruggave van deze goederen moeten worden gedaan langs diplomatieke weg. Wat de 'passende stappen’ tot 'inbeslagneming’ betreft, hiervoor is een voorziening te vinden in het nieuwe artikel 1011b Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

De minister van OCW is bevoegd op verzoek van een Verdragsstaat de nodige conservatoire maatregelen te nemen, zoals het doen leggen van conservatoir beslag, het in bewaring of onder bewind doen stellen van een zaak of het vorderen van een voorziening in kort geding. Het Verdrag bevat voorts een groot aantal bepalingen die zich niet of slechts ten dele lenen voor implementatie door middel van wettelijke regels. Zij dienen te worden uitgevoerd door feitelijke handelingen, privaatrechtelijke rechtshandelingen of bestuursrechtelijke besluiten. Artikel 7 van deze wet geeft hiervoor een wettelijke basis, die de uitvoering van de betreffende verdragsbepalingen opdraagt aan de minister van OCW.

Inwerkingtreding 1-7-2009

Kamerstukken:

Kamerstukken:

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.