Stb. 2008, 412 Preventieve maatregel tijdelijk huisverbod

Wet van 9-10-2008, Stb. 2008, 421 en inwerkingtredingsbesluit van 18-11-2008, Stb. 2008, 484

Wet met regels strekkende tot het opleggen van een tijdelijk huisverbod aan personen van wie een ernstige dreiging van huiselijk geweld uitgaat.

Deze wet voorziet in de mogelijkheid dat de burgemeester een huisverbod oplegt aan degene van wie een dreiging van huiselijk geweld uitgaat. Het verbod houdt in dat de betreffende persoon gedurende bepaalde periode - in beginsel tien dagen - zijn woning niet mag betreden en ook geen contact mag opnemen met zijn huisgenoten, zoals zijn echtgeno(o)t(e), partner, of kinderen. De veiligheid van deze personen wordt zo vergroot. Zij krijgen een adempauze die benut kan worden om andere maatregelen te nemen die (de dreiging van) huiselijk geweld kunnen wegnemen. De bevoegdheid van de burgemeester om een huisverbod op te leggen, is een geheel nieuwe op zichzelf staande bevoegdheid. Om die reden worden in deze wet regels gesteld ten aanzien van deze bevoegdheid. Het huisverbod moet worden gezien als een bestuurlijke maatregel, die ook kan worden ingezet wanneer zich (nog) geen strafbare feiten hebben voorgedaan, maar er situaties zijn ontstaan waarbij er acute en dringende behoefte bestaat aan het creëren van een afkoelingsperiode om escalatie te voorkomen.

In de MvT wordt onderkend dat de maatregel ligt op het grensvlak met de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde. Wanneer bij huiselijk geweld strafrechtelijk optreden mogelijk is, zal strafrechtelijk worden opgetreden. Op het moment dat de politie een melding van huiselijk geweld ontvangt, vallen de problemen die zich achter de voordeur afspelen, voorzover het gaat om ingrijpen op strafrechtelijk niveau, onder de publieke verantwoordelijkheid van het openbaar ministerie. Hoewel het strafrecht deels ook preventie als doel heeft, voorziet het echter niet in een stelsel om los van strafbare feiten louter preventief op te treden.

Het besluit tot het opleggen van een huisverbod is een beschikking in de zin van artikel 1:3, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht. De uithuisgeplaatste wordt daarbij in de gelegenheid gesteld om zijn zienswijze naar voren te brengen, tenzij de vereiste spoed zich daartegen verzet (artikel 4:8 Awb jo. 4:11, onder a, Awb). Op grond van artikel 8:1 Awb kan de uithuisgeplaatste bij de rechtbank beroep instellen tegen het huisverbod. Hij kan ingevolge artikel 8:81 Awb de zaak op korte termijn aan de rechter voorleggen door een voorlopige voorziening te verzoeken bij de voorzieningenrechter van de rechtbank. Handelen in strijd met het huisverbod is gekwalificeerd als een misdrijf en kan bestraft worden met een gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of een geldboete van de vierde categorie. Ook is een taakstraf mogelijk.

Inwerkingtreding 1-1-2009

Kamerstukken:

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.