Stb. 2008, 486 Paddo-verbod

Besluit van 17-11-2008, Stb. 2008, 486

Besluit houdende wijziging van lijst I en II, behorende bij de Opiumwet, in verband met plaatsing op lijst I van oripavine en in verband met plaatsing op lijst II van hallucinogene paddenstoelen.

De paddo's kunnen worden onderverdeeld in twee groepen, te weten: 1) paddenstoelen die van nature de stof psilocine of psilocybine bevatten of waarvan wordt aangenomen dat ze deze stof bevatten, en 2) paddenstoelen die van nature muscimol en iboteenzuur bevatten.

In Nederland worden de volgende paddo's het meest verkocht: de copelandia cyanescens, de psilocybe cubensis en de psilocybe semilanceata. Deze paddo's behoren tot de groep van 186 verschillende paddenstoelen die van nature de stof psilocine of psilocybine bevatten.

Er is voor gekozen om alle soorten paddenstoelen, waarvan bekend is dat ze van nature psilocine of psilocybine bevatten toe te voegen aan lijst II van de Opiumwet. Zodoende wordt voorkomen dat er straks een soort op de markt komt die mogelijk als alternatief zal gaan dienen voor een van de drie hierboven genoemde soorten.

De werkzame bestanddelen van deze paddo's, psilocine en psilocybine, staan op lijst I van de Opiumwet. Deze stoffen zijn onder controle gebracht door plaatsing onder het Psychotrope Stoffenverdrag uit 1971. De paddo's zelf zijn niet in dit verdrag opgenomen. De tot 1 december vrij verkrijgbare verse paddo's verschillen wat betreft effecten en risico's niet of nauwelijks van de gedroogde paddo's, die door de uitspraak van de Hoge Raad in 2002 onder de werking van de Opiumwet zijn gebracht. Er is echter wel een duidelijk verschil in risico tussen substanties waarin de werkzame stoffen psilocine of psilocybine zijn verwerkt en paddenstoelen waarin deze stoffen van nature voorkomen. Vandaar dat er voor is gekozen de paddenstoelen die van nature de stof psilocine of psilocybine bevatten of waarvan wordt aangenomen dat ze deze stof bevatten op lijst II van de Opiumwet te plaatsen. In Nederland komen ook paddenstoelen voor die van nature muscimol en iboteenzuur bevatten. Deze werkzame stoffen staan niet op lijst I van de Opiumwet vermeld, maar van muscimol is bekend dat het een hallucinogeen is, dat prikkelend werkt op het centrale zenuwstelsel. Iboteenzuur geeft een dromerig, slaperig gevoel. Het bekendste voorbeeld van paddenstoelen die van nature muscimol en iboteenzuur bevatten is de vliegenzwam. Niet alleen heeft deze paddenstoel een hallucinogene werking, hij is ook nog eens giftig. Dit brengt extra risico's voor de volksgezondheid met zich mee, zeker in die gevallen dat de vliegenzwam als alternatief wordt aangeboden voor paddenstoelen die van nature de stof psilocine of psilocybine bevatten. Vandaar dat er specifiek voor is gekozen ook deze paddenstoelen onder de werking van de Opiumwet te brengen, ondanks het feit dat er geen risicobeoordeling heeft plaatsgevonden ten aanzien van paddenstoelen die van nature muscimol en iboteenzuur bevatten.

Inwerkingtreding 1-12-2008

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.