Stb. 2004, 195 Overleveringswet

Wet van 29-4-2004, Stb. 2004, 195

Wet tot implementatie van het kaderbesluit van de Raad van de Europese Unie betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten van de Europese Unie.

De bestaande uitleveringsprocedure is vervangen door een snellere overleveringsprocedure tussen de lidstaten van de EU.

In december 2001 werd op Europees niveau een politiek akkoord bereikt over het Europees aanhoudingsbevel. In juni 2002 werd het kaderbesluit definitief vastgesteld. De regeling is opgesteld mede naar aanleiding van de aanslagen in september 2001 in New York, omdat vooral met het oog op terrorismebestrijding versnelling en vereenvoudiging van de uitlevering nodig werd gevonden.

Overlevering vervangt tussen de lidstaten van de Europese Unie de uitlevering. De basis voor de overlevering vormt voortaan een Europese aanhoudingsbevel. Dit bevel wordt opgesteld door een officier van justitie of rechter van een lidstaat volgens een vast model waarin alle informatie is opgenomen die nodig is voor het nemen van een beslissing. Overleveringszaken zullen alleen nog worden behandeld door het arrondissementsparket en de rechtbank te Amsterdam. Omdat alle zaken bij één rechtbank worden ondergebracht, wordt ook het cassatieberoep afgeschaft.

Met de veranderde procedure wordt een aantal vereenvoudigingen geïntroduceerd. Bij een fors aantal categorieën van delicten wordt niet langer de toets van de dubbele strafbaarheid uitgevoerd. Het gaat hier om categorieën als terrorisme, mensenhandel, seksuele uitbuiting van kinderen en kinderpornografie. Voor andere delicten dan genoemd op de lijst, blijft het vereiste van dubbele strafbaarheid bestaan. Verder zijn de criteria voor de beoordeling of overlevering moet worden geweigerd, drastisch beperkt.

Een derde ingrijpende vereenvoudiging is dat de justitiële autoriteiten van de lidstaten rechtstreeks samenwerken. Dit betekent dat men zaken niet meer via ministeries laat lopen maar rechtstreeks tussen de bevoegde justitiële autoriteiten. Ook wordt de beslissing niet meer op ministerieel niveau of - zoals in Frankrijk - door de ministerraad genomen, maar door een justitiële autoriteit. In Nederland beoordeelt de rechtbank te Amsterdam of overlevering kan worden toegestaan. Al deze vereenvoudigingen en het terugbrengen tot een beslissing in één instantie zal leiden tot verkorting van de procedure. Nu duurt een uitlevering gemiddeld acht maanden.

Afgesproken is dat bij de overlevering in 60 dagen een beslissing genomen moet zijn. Daarna moet betrokkene binnen tien dagen worden overgebracht naar de andere lidstaat.

Inwerkingtreding 12-5-2004.

Kamerstukken:

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.