Stb. 2007, 145 Opvoeden zonder geweld

Wet van 8-3-2007, Stb. 2007, 145

Wet tot wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek teneinde een bijdrage te leveren aan het voorkomen van het gebruik van geestelijk of lichamelijk geweld jegens of van enige andere vernederende behandeling van kinderen in de verzorging en opvoeding.

Om een bijdrage te leveren aan het tegengaan van kindermishandeling wordt aan artikel 247, tweede lid, Boek 1 BW een zin toegevoegd waarin uitdrukkelijk is opgenomen dat alle vormen van kindermishandeling, inclusief een vernederende behandeling van kinderen, uitgesloten moeten zijn bij verzorging en opvoeding. Artikel 247 zal komen te luiden: Het ouderlijk gezag omvat de plicht en het recht van de ouder zijn minderjarig kind te verzorgen en op te voeden. Onder verzorging en opvoeding worden mede verstaan de zorg en de verantwoordelijkheid voor het geestelijk en lichamelijk welzijn en de veiligheid van het kind alsmede het bevorderen van de ontwikkeling van zijn persoonlijkheid. In de verzorging en opvoeding van het kind passen de ouders geen geestelijk of lichamelijk geweld of enige andere vernederende behandelingen toe.

Tot nu toe werd het opnemen van een bepaling in het Burgerlijk Wetboek, die geweld in de opvoeding verbiedt, niet noodzakelijk geacht. Het 'verbod op geweld’ werd verondersteld besloten te liggen in de verantwoordelijkheid van ouders voor het welzijn van hun kinderen. De praktijk toont echter aan dat sommige ouders hun verantwoordelijkheid in de opvoeding niet nemen. Hierbij moet niet alleen worden gedacht aan fysieke vormen van geweld maar ook aan psychische vormen van geweld zoals het stelselmatig negeren, kleineren of treiteren van het kind. Dit kan opzettelijk gebeuren, maar kan ook het gevolg zijn van onvermogen van de ouder. De bepaling beoogt het kind, nadrukkelijker dan thans het geval is, te beschermen tegen geweld. De bepaling kan gezien worden als het stellen van een grens aan de vrijheid die ouders hebben om hun kinderen te verzorgen en op te voeden naar eigen inzicht. De regeling geeft tevens uitvoering aan de aanbeveling die het VN-Comité dat toezicht houdt op de naleving van het Verdrag inzake de Rechten van het Kind, heeft gedaan. Het comité adviseert dat Nederland: 'explicitly prohibit corporal punishment in law throughout the State party and carry out public education campaigns about the negative consequences of ill-treatment of children, and promote positive, non-violent forms of discipline as an alternative to corporal punishment’ (CRC/C/15/ Add.227, 30 januari 2004, aanbeveling 44, onder d). Ook het Europees Comité voor Sociale Rechten (ECSR), het onafhankelijke deskundigencomité dat toeziet op de naleving van het Europees Sociaal Handvest (ESH), heeft in haar beoordeling van de situatie in Nederland, aangegeven dat Nederland op dit moment niet voldoet aan artikel 17 ESH dat verplichtingen inzake de bescherming van kinderen bevat. Het ECSR wijst erop dat artikel 17 van het ESH een wettelijk verbod vereist op alle vormen van geweld tegen kinderen, zoals op school, in andere instellingen, thuis en elders. Tot slot is er de aanbeveling van de Parlementaire Assemblée van de Raad van Europa zoals deze op 23 april 2004 is aanvaard. De regeling verbiedt, naast de toepassing van geestelijk geweld of vernederende behandeling, de fysieke bestraffing van kinderen ('corporal punishment’). Hieronder valt iedere vorm van geweld die wordt gebruikt als opvoedingsmiddel. In de praktijk blijkt het begrip 'geweld’ niettemin verschillend te worden geïnterpreteerd. Er zijn ouders die geweldgebruik kwalificeren als een verantwoord correctiemechanisme. Ieder opzettelijk een ander pijn laten ondervinden is volgends deze regeling echter een vorm van geweldsuitoefening. Geweldsuitoefening levert in beginsel ook in strafrechtelijke zin mishandeling op. De meest eenvoudige vorm van mishandeling is het opzettelijk een ander pijn laten ondervinden. Hieruit kan geconcludeerd worden dat iedere vorm van fysieke bestraffing die opzettelijk wordt gegeven en bij het kind pijn veroorzaakt, in beginsel onder de norm te scharen is. De reflexwerking van de voorgestelde aanpassing van het civiele recht brengt mee dat de ruimte om geweldsuitoefening jegens kinderen in het strafrecht niet als mishandeling aan te merken, verkleind wordt. Tegelijk kan evenwel niet worden gesteld dat elke tik die de bedoeling tot corrigeren heeft, geweld oplevert, aldus de toelichting. Een tik op de vingers die voorkomt dat een snoeppot geplunderd wordt, is geen geweld. Ook het stevig beetpakken van een kind om te voorkomen dat het iets gevaarlijks doet, valt niet onder het toepassen van geweld, omdat dan niet het bestraffen maar het voorkomen overheerst. Wel kan gesteld worden dat ieder opzettelijk een ander pijn laten ondervinden een vorm van geweldsuitoefening in de zin van dit wetsvoorstel is. Iedere vorm van fysiek bestraffen van een kind na een incident valt om die reden onder de norm en is derhalve niet verenigbaar met het gebod. Hieruit volgt ook dat voor een ouderlijk tuchtigingsrecht als zodanig geen ruimte meer is. Tuchtigen wordt gekoppeld aan begrippen als 'kastijden’ en 'het door lichamelijke straf trachten te verbeteren’. Bij bestraffingen waar in deze context aan wordt gedacht, bestraffingen waar ook 'rietjes’en andere hulpstukken een element van kunnen vormen, is het pijnelement per definitie zo manifest dat het onder de norm valt.

Inwerkingtreding 25-4-2007.

Kamerstukken:

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.