Stb. 2008, 397 Oneerlijke handelspraktijken

Wet van 25-9-2008, Stb. 2008, 397 en inwerkingtredingsbesluit van 6-10-2008, Stb. 2008, 398

Wet tot aanpassing van de Boeken 3 en 6 van het Burgerlijk Wetboek en andere wetten aan de richtlijn betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt.

In de wet staat wanneer sprake is van een oneerlijke handelspraktijk. Ook is een zwarte lijst opgenomen waarin gedragingen zijn opgenomen die onder alle omstandigheden oneerlijk of agressief zijn.

Als bijvoorbeeld een producent een vertrouwens-, kwaliteits- of ander soortgelijk label gebruikt zonder daarvoor de vereiste toestemming te hebben gekregen, is dat volgens de wet onder alle omstandigheden misleidend. Hetzelfde geldt voor de bewering dat een handelaar of een product door een openbare of particuliere instelling is aanbevolen, erkend of goedgekeurd terwijl dat niet het geval is. Ook wordt aangegeven in welke gevallen onder alle omstandigheden sprake is van agressieve praktijken. Dit gebeurt bijvoorbeeld als op bedrieglijke wijze de indruk wordt gewekt dat de consument al een prijs heeft gewonnen of zal winnen als er in feite geen sprake is van een prijs of een ander soortgelijk voordeel.

Indien sprake is van een overtreding van het verbod op oneerlijke praktijken kan de consument een (civielrechtelijke) procedure aanhangig maken bij de rechter. Daarnaast kunnen de Consumentenautoriteit en de AFM (als het gaat om overtredingen in de financiële sector) tegen overtredingen optreden via het bestuursrecht onder meer door het opleggen van een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete. Uitgangspunt blijft dat zij pas optreden als de marktpartijen zelf niet in staat zijn overtredingen effectief aan te pakken. Handelaren hebben (vanzelfsprekend) de mogelijkheid zich te verweren tegen optreden van de Consumentenautoriteit en de AFM. Mocht een overtreding tevens een strafbaar feit opleveren dan legt de Consumentenautoriteit dit voor aan het Openbaar Ministerie.

Totale harmonisatie

De richtlijn die nu geïmplementeerd is heeft het karakter van totale harmonisatie. Hierdoor mogen de lidstaten de consument niet een hoger niveau van consumentenbescherming toekennen dan in de richtlijn is bepaald. Hierdoor zal de wetgeving van de lidstaten na implementatie van de richtlijn op het door de richtlijngecoördineerde gebied, niet (meer) uiteenlopen. Het toepassingsgebied van de richtlijn is beperkt tot oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten voor, gedurende en na de totstandkoming van een commerciële transactie met betrekking tot een product. Oneerlijke handelspraktijken tussen ondernemingen vallen dus buiten het bereik van de richtlijn. Ook het verbintenissenrecht, in het bijzonder het recht inzake de geldigheid of de opstelling en rechtsgevolgen van contracten en de voorschriften inzake gezondheids- en veiligheidsaspecten van producten vallen buiten het toepassingsgebied. Allereerst bevat de regeling een algemene norm aan de hand waarvan beoordeeld wordt of een handelspraktijk oneerlijk is. Dit is het geval indien een handelaar handelt in strijd met de vereisten van professionele toewijding, waardoor het vermogen van de gemiddelde consument of indien hij zich richt op een specifieke groep of redelijkerwijs kan voorzien dat een bepaalde groep bijzonder gevoelig is voor de handelspraktijk of voor het onderliggende product, het gemiddelde lid van deze groep, om een geïnformeerd besluit te nemen merkbaar wordt beperkt en de gemiddelde consument een besluit over een overeenkomst neemt of kan nemen dat hij anders niet had genomen. Vervolgens wordt deze algemene norm voor oneerlijke handelspraktijken nader uitgewerkt in handelspraktijken die misleidend zijn en handelspraktijken die agressief zijn. De richtlijn geeft van zowel de misleidende als agressieve handelspraktijken een definitie of norm. Niet alleen misleidende handelingen vallen onder de norm ‘misleidende handelspraktijk’ maar ook misleidende omissies waaronder het niet geven van informatie aan de consument. In het bijzonder noemt de richtlijn de informatieverplichtingen die voortvloeien uit andere richtlijnen. Indien de vereiste informatie niet wordt gegeven, is er te allen tijde sprake van een oneerlijke handelspraktijk.

De richtlijn bevat in de bijlage een lijst met eenendertig concrete gedragingen die onder alle omstandigheden misleidend of agressief zijn en daarom aan te merken zijn als oneerlijke handelspraktijken.

Inwerkingtreding 15-10-2008

Kamerstukken:

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.