Stb. 2008, 270 Nederlanderschap

Stb. 2008, 270

Wet tot wijziging van de Rijkswet op het Nederlanderschap ter invoering van een verklaring van verbondenheid, en tot aanpassing van de regeling van de verkrijging van het Nederlanderschap na erkenning.

Allereerst wordt in deze wet de verplichting ingevoerd om bij de optieverklaring en het verzoek om naturalisatie een verklaring van verbondenheid af te leggen als onderdeel van de verkrijging van het Nederlanderschap.

In de tweede plaats wordt de regeling van verkrijging van het Nederlanderschap bij postnatale erkenning door een Nederlander gewijzigd.

Op 1 april 2003 is de wijziging van de Rijkswet op het Nederlanderschap in werking getreden. Onderdeel van deze wetswijziging is de regeling dat een minderjarige vreemdeling die na zijn geboorte door een Nederlander is erkend of door wettiging het kind van een Nederlander geworden is, niet meer daardoor van rechtswege het Nederlanderschap verkrijgt. De wetswijziging beoogde te bestrijden dat erkenningen van minderjarigen door een Nederlander, die noch biologisch noch sociaal de vader van het kind was, tot van rechtswege verkrijging van het Nederlanderschap zouden leiden. Deze schijnerkenningen hadden in die gevallen doorgaans enkel tot doel een onbeperkt verblijfsrecht te verschaffen aan veelal reeds oudere vrouwelijke minderjarigen. Na de inwerkingtreding van deze wetswijziging is gebleken dat deze nuancering behoeft. In bepaalde situaties waarin duidelijk geen sprake is van een schijnhandeling zijn betrokkenen geconfronteerd met een gecompliceerde vreemdelingenrechtelijke problematiek. Om deze redenen wordt de Rijkswet op het Nederlanderschap aangepast, waarin rekening gehouden wordt met de gerechtvaardigde verlangens van Nederlanders die biologische vaders zijn, of verondersteld kunnen worden dat te zijn, met de volkenrechtelijke plicht staatloosheid in het bijzonder van kinderen te voorkomen en met het belang van de bestrijding van nationaliteitsrechtelijke gevolgen van erkenningen die het karakter van schijnerkenning hebben.

Om die redenen wordt dan ook de regeling van verkrijging van het Nederlanderschap wegens erkenning door een Nederlander, opgenomen in artikel 4 van de Rijkswet op het Nederlanderschap, zoals die luidde voor 1 april 2003, heringevoerd in de gevallen waarin het betreft erkenningen die plaatsvinden kort na geboorte van het kind, althans in de eerste levensjaren van het kind.

Bovendien kan die verkrijgingsregeling worden heringevoerd ongeacht de leeftijd van de minderjarige indien de Nederlander die het kind erkent, aantoont de biologische vader van het kind te zijn.

Inwerkingtreding op een bij kb te bepalen tijdstip.

Kamerstukken:

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.