Stb. 2008, 302 Implementatie derde witwasrichtlijn: cliëntenonderzoek

Wet van 15-7-2008, Stb. 2008 302 en inwerkingtredingsbesluit van 15-7-2008, Stb. 2008, 304

Wet houdende wijziging van de Wet identificatie bij dienstverlening en de Wet melding ongebruikelijke transacties ter uitvoering van richtlijn nr. 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 26 oktober 2005 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme (PbEU L 309) en ter uitvoering van richtlijn nr. 2006/70 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 1 augustus 2006 tot vaststelling van uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de definitie van politiek prominente personen en wat betreft de technische criteria voor vereenvoudigde klantenonderzoeksprocedures en voor vrijstellingen op grond van occasionele of zeer beperkte financiële activiteiten (PbEU L 214).

De implementatie van de derde witwasrichtlijn betreft vooral een wijziging van de Wet identificatie bij dienstverlening (WID) door het opnemen van nieuwe regels met betrekking tot het cliëntenonderzoek. Instellingen krijgen de verplichting om de uiteindelijk belanghebbende van een transactie of zakelijke relatie te identificeren. Zij dienen tevens de structuur van de groep waartoe een cliënt behoort in kaart te brengen. Dit is bijvoorbeeld aan de orde indien de cliënt een rechtspersoon is die wordt bestuurd door een andere rechtspersoon.

De derde witwasrichtlijn introduceert de mogelijkheid tot differentiatie in het cliëntenonderzoek. Instellingen dienen in beginsel aan alle maatregelen zoals voorgeschreven in de richtlijn te voldoen, maar de intensiteit van de toepassing van het cliëntenonderzoek kan worden aangepast naar gelang het risico dat een bepaald type cliënt, relatie, product of transactie oplevert in verband met witwassen of financieren van terrorisme. Verscherpt cliëntenonderzoek moet plaatsvinden bij dienstverlening aan zogenoemde politiek prominente personen en in andere gevallen waarin er een verhoogd risico op witwassen of financieren van terrorisme bestaat. Bij dienstverlening die minder risico’s oplevert op dit vlak, kan onder voorwaarden worden volstaan met een vereenvoudigd regime van maatregelen. Deze aanpak wordt aangeduid als 'risicogeoriënteerde benadering’.

Dit betekent dat er in de praktijk meer aandacht zal worden geschonken aan het cliëntenonderzoek bij dienstverlening die grotere risico’s oplevert (zoals dienstverlening aan buitenlandse rechtspersonen en cliënten van trustkantoren) en minder bij dienstverlening aan cliënten of producten die een geringer risico met zich meebrengen (bijvoorbeeld een rekening-courant relatie met een particulier). De rol van de toezichthouder is cruciaal om tot een succesvolle toepassing van de risicogeoriënteerde benadering te komen. De toezichthouder kan per instelling beoordelen of het verrichte cliëntenonderzoek voldoet aan de maatstaf. Ook wat betreft verschillen in de inschatting van de risicogevoeligheid van bepaalde cliënten en producten is de rol van de toezichthouder belangrijk.

Inwerkingtreding 1-8-2008.

Kamerstukken:

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.