Stb. 2008, 578 Gesloten jeugdzorg

Wet van 20-12-2007, Stb. 2007, 578 en inwerkingtredingsbesluit van 20-12-2007, Stb. 2007, 579

Wet tot wijziging van de Wet op de jeugdzorg met betrekking tot jeugdzorg waarop aanspraak bestaat ingevolge de wet in gesloten setting.

Op basis van een in de Wet op de Jeugdzorg geregelde rechterlijke machtiging wordt gesloten jeugdzorg mogelijk buiten de justitiële jeugdinrichtingen in accommodaties die op basis van de Wet op de Jeugdzorg zijn aangewezen. Voor het ontwikkelen van dat aanbod is gekozen voor een zogenoemd ingroeimodel, dat al gestart is en dat loopt tot 1 januari 2010, mede in verband met capaciteitsuitbreiding in de jeugdzorg.

Door het ontbreken van wettelijke mogelijkheden binnen de jeugdzorg wordt een steeds groter wordende groep jeugdigen met zeer ernstige problemen thans, op basis van een door de kinderrechter gegeven machtiging uithuisplaatsing op civielrechtelijke titel, in een justitiële jeugdinrichting geplaatst. Daarbij ontstaat de door jongeren en ouders, maar ook groepsleiders ongewenste situatie dat jeugdigen op strafrechtelijk en civielrechtelijke titel bij elkaar worden geplaatst. Jeugdigen, waarbij op moment van plaatsing geen sprake is van een strafrechtelijke veroordeling die leidt tot plaatsing in een justitiële jeugdinrichting, horen niet onder een strafregime te vallen, maar horen thuis in een zorgvoorziening. Deze wijziging maakt behandeling en opvoeding in een gesloten accommodatie mogelijk, na het verkrijgen van een indicatie van het bureau jeugdzorg en een machtiging voor gesloten behandeling van de kinderrechter. Tevens wordt het mogelijk voor een gesloten jeugdzorgaanbieder om in een hulpverleningsplan vrijheidsbeperkende maatregelen op te nemen en deze in voorkomende gevallen toe te passen. Er zijn enkele amendementen aangenomen waaronder het volgende: een voorgesteld artikel 29k, tweede lid, maakte tenuitvoerlegging van een machtiging gesloten jeugdzorg mogelijk in een justitiële jeugdinrichting; het zogenaamde ventiel. Dit zou de onwenselijke situatie met zich meebrengen dat jeugdigen, anders dan op basis van straf, toch in een justitiële jeugdinrichting kunnen worden opgenomen.

Bij amendement is het ventiel beperkt tot jeugdigen die op basis van een veroordeling in een justitiële jeugdinrichting zijn opgenomen, en die na afloop van hun straf, als zij daarmee instemmen, hun verblijf aldaar voortzetten op basis van een machtiging gesloten jeugdzorg.

Die voortzetting kan slechts op basis van een rechterlijke beslissing en is in duur beperkt tot de resterende tijd van de behandeling of opleiding. Voor de voortzetting is de instemming van de jeugdige zelf vereist. Is de betrokken jeugdige nog geen zestien dan is bovendien de instemming van degene die met het gezag belast is nodig.

De bepaling maakt mogelijk dat de jeugdige een hulpverleningsprogramma of opleiding kan afronden. Het gaat nadrukkelijk om voortzetting van een op basis van straf gestart verblijf. Plaatsing in een justitiële jeugdinrichting van een jeugdige met een machtiging gesloten jeugdzorg zonder een daaraan direct voorafgaande verblijf op basis van straf is niet mogelijk.

Inwerkingtreding 1-1-2008.

Kamerstukken:

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.