Stb. 2007, 354 Erkenning en tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties

Wet van 27-9-2007, Stb. 2007, 354

Wet 2007 tot implementatie van het kaderbesluit nr. 2005/214/JBZ van de Raad van de Europese Unie van 24 februari 2005 inzake de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning van geldelijke sancties (PbEG L 76).

Een in Nederland opgelegde geldelijke sanctie kan binnenkort in een andere EU-lidstaat worden geïnd indien de veroordeelde daar woont of over vermogen beschikt.

Dit kaderbesluit is het derde dat uitvoering geeft aan het beginsel van wederzijdse erkenning van strafrechtelijke beslissingen binnen de EU. Eerder zijn tot stand gekomen kaderbesluiten over het Europees aanhoudingsbevel en overleveringsprocedures en over beslissingen tot bevriezing van voorwerpen of bewijsstukken. De wet is zo opgezet dat het een kader biedt waarin kaderbesluiten omtrent wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging van einduitspraken geïmplementeerd kunnen worden.

Het kaderbesluit heeft betrekking op vijf soorten geldelijke sancties: de geldboete; schadevergoeding aan een slachtoffer; betaling aan een fonds ten behoeve van slachtoffers (deze betaling geldt niet in Nederland, omdat deze verplichting alleen als bijzondere voorwaarde kan worden opgelegd); betaling van proceskosten; bepaalde bestuurlijke boetes, waaronder Mulder-beschikkingen en de toekomstige OM-strafbeschikkingen.

De wet geeft het Centraal Justitieel Incassobureau een centrale rol bij de tenuitvoerlegging. Verzoeken van andere lidstaten worden gericht aan CJIB. Lukt het niet het geld te innen, dan kan bij de rechter vervangende hechtenis worden gevraagd. In Nederland opgelegde geldelijke sancties worden altijd door het CJIB geïnd. Verblijft de veroordeelde in een andere lidstaat, dan kan het CJIB zich wenden tot de aangewezen autoriteit aldaar.

Inwerkingtreding op een bij kb te bepalen tijdstip.

Inwerkingtredingsbesluit van 31-10-2007, Stb. 2007, 432

Inwerkingtreding

De wet van 27 september 2007 (Stb. 2007, 354) tot implementatie van het kaderbesluit nr. 2005/214/JBZ van de Raad van de Europese Unie van 24 februari 2005 inzake de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op geldelijke sancties (PhEG L 76) (Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties) zal in werking treden op 1 december 2007.

Een in Nederland opgelegde geldelijke sanctie kan in een andere EU-lidstaat worden geïnd indien de veroordeelde daar woont of over vermogen beschikt.

Het kaderbesluit heeft betrekking op vijf soorten geldelijke sancties: de geldboete; schadevergoeding aan een slachtoffer; betaling aan een fonds ten behoeve van slachtoffers (deze betaling geldt niet in Nederland, omdat deze verplichting alleen als bijzondere voorwaarde kan worden opgelegd); betaling van proceskosten; bepaalde bestuurlijke boetes, waaronder Mulder-beschikkingen en de toekomstige OM-strafbeschikkingen.

De wet geeft het Centraal Justitieel Incassobureau een centrale rol bij de tenuitvoerlegging. Verzoeken van andere lidstaten worden gericht aan CJIB. Lukt het niet het geld te innen, dan kan bij de rechter vervangende hechtenis worden gevraagd. In Nederland opgelegde geldelijke sancties worden altijd door het CJIB geïnd. Verblijft de veroordeelde in een andere lidstaat, dan kan het CJIB zich wenden tot de aangewezen autoriteit aldaar.

Besluit van 30-10-2007, Stb. 2007, 433

Uitvoeringsbesluit

Besluit met regels ter uitvoering van de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties.

De centrale rol van het Centraal Justitieel Incassobureau wordt in dit besluit vastgelegd tevens is er een model van het certificaat in het besluit opgenomen. Het kaderbesluit bepaalt dat het vereiste van dubbele strafbaarheid voor een aantal nader op een lijst aangeduide delicten en delictsvormen (o.a. terrorisme, mensenhandel) niet mag worden ingeroepen.

Inwerkingtreding 1-12-2007.

Kamerstukken:

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.