s 2004, 210 Elektronische handel

Wet van 13-5-2004, Stb. 2004, 210

Wet tot aanpassing van het Burgerlijk Wetboek, het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, het Wetboek van Strafrecht en de Wet op de economische delicten ter uitvoering van richtlijn nr. 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 8 juni 2000 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij, met name de elektronische handel, in de interne markt (PbEG L 178) (Aanpassingswet richtlijn inzake elektronische handel).

De wet implementeert de richtlijn zoveel mogelijk technologie-onafhankelijk. De richtlijn ziet op het wegnemen en voorkomen van nationale beletselen voor de diensten van de informatiemaatschappij, met name de elektronische handel, en beoogt door harmonisatie voor de 'diensten van de informatiemaatschappij' een effectieve ruimte zonder binnengrenzen te creëren ten behoeve van een goede werking van de interne markt. De regels betreffen, globaal aangeduid, het on-line verrichten van diensten, en zijn gebaseerd op de bevoegdheid van de lidstaat waarin de dienstverlener is gevestigd (het vestigingsplaatsbeginsel). De autoriteiten van die lidstaat moeten toezicht op de desbetreffende on-line-diensten uitoefenen en zo nodig maatregelen nemen. Richtlijn en wet richten zich vooral op de rechtszekerheid en de bescherming van het vertrouwen van de consumenten. De aansprakelijkheid van de aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij wordt beperkt als het gaat om de technische, automatische en passieve doorgifte van informatie. Voor de handhaving voorziet de wet onder meer in de totstandkoming van een privaatrechtelijke rechtspersoon die waakt over de transparantie van diensten van de informatiemaatschappij, in strafbaarstelling via de Wet op de economische delicten en in een vervolgingsuitsluitingsgrond ter bescherming van tussenpersonen die maatregelen nemen om een eind te maken aan illegale activiteiten via het internet.

De wet bevat bepalingen die de vrijheid van dienstverlening langs elektronische weg moeten bevorderen. Het is de bedoeling dat een onbelemmerde toegang tot de interne markt bewerkstelligd wordt voor de verlening van diensten van de informatiemaatschappij, uitgaande van toezicht en controle door uitsluitend het land van vestiging van de dienstverlener. Informatieplichten worden opgelegd aan de dienstverlener. Naast een algemene informatieplicht voor eenieder die diensten van de informatiemaatschappij verricht bevat de wet tevens bijzondere informatieplichten voor degenen die in het kader van hun dienstverlening commerciële communicatie versturen en voor diegenen die in het kader van hun dienstverlening beogen overeenkomsten langs elektronische weg tot stand te laten komen. Bedrijven kunnen er van uitgaan dat hetgeen beantwoordt aan de regelgeving in hun land van vestiging in beginsel voldoende is voor toegang tot de gehele Europese markt voor de verlening van diensten van de informatiemaatschappij.

Richtlijn en wet bevatten voorts bepalingen die de vrijheid van dienstverlening langs elektronische weg bevorderen. Zo wordt bijvoorbeeld verzekerd dat het verrichten van diensten van de informatiemaatschappij niet afhankelijk mag worden gesteld van een voorafgaande vergunning of soortgelijk vereiste, dat het gebruik van commerciële communicatie langs elektronische weg door gereglementeerde beroepen onder bepaalde voorwaarden moet worden toegestaan, dat vrijwel alle belemmeringen voor het sluiten van overeenkomsten langs elektronische weg worden opgeheven, dat duidelijkheid wordt geschapen inzake de veelbesproken aansprakelijkheid van dienstverleners die optreden als tussenpersoon, dat geen algemene verplichting op deze tussenpersonen mag worden gelegd om toe te zien op de doorgegeven informatie, dat gedragscodes en buitengerechtelijke geschillenregeling betreffende diensten van de informatiemaatschappij worden bevorderd en dat lidstaten op een doeltreffende wijze samenwerken op het gebied van de informatieverstrekking inzake de dienstverlening in de informatie maatschappij.

Inwerkingtreding op een nader te bepalen tijdstip.

Stb. 2004, 285

Inwerkingtreding

De Wet van 13 mei 2004 (Stb. 2004, 210) tot aanpassing van het Burgerlijk Wetboek, het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, het Wetboek van Strafrecht en de Wet op de economische delicten ter uitvoering van richtlijn nr. 2003/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 8 juni 2000 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij, met name de elektronische handel, in de interne markt (PbEG L 178) is op 30 juni 2004 in werking getreden.

Kamerstukken:

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.