Stb. 2006, 524 Besluit technische hulpmiddelen strafvordering

Besluit van 20-10-2006, Stb. 2006, 524

Besluit tot vaststelling van het Besluit technische hulpmiddelen strafvordering.

Een gegevensdrager waarmee in het kader van de bijzondere opsporingsbevoegdheden gegevens worden geregistreerd, moet altijd datum en tijd vastleggen. Deze en andere regels omtrent de inzet van technische hulpmiddelen bij de uitoefening van bijzondere opsporingsbevoegdheden zijn vervat in het nieuwe Besluit technische hulpmiddelen strafvordering. Het besluit is een uitvoering van artikel 126ee Sv. Gelet op de aard en de omvang van de wijzigingen ten opzichte van het besluit uit Stb. 1999, 547, is gekozen om dit oude besluit te vervangen. Bij de totstandkoming van de wet bijzondere opsporingsbevoegdheden is een aantal knelpunten bij de uitoefening van bijzondere opsporingsbevoegdheden naar voren gekomen: langdurige certificeringprocedure, te strenge technische eisen aan apparatuur, beperkingen bij het afluisteren en hoge administratieve lasten. Het besluit moet een slagvaardiger opsporing mogelijk maken. Nieuw in het besluit zijn regels omtrent het opnemen van telecommunicatie zonder medewerking van de aanbieder. Dit is een gevolg van het Cybercrime Verdrag. Doel van het besluit is om te verzekeren dat gegevens die in het kader van de bijzondere opsporingsbevoegdheden met een technisch hulpmiddel worden vastgelegd, betrouwbaar zijn, voor derden toetsbaar en niet manipuleerbaar.

Inwerkingtreding 1-1-2007.

Besluit van 27-3-2007, Stb. 2007, 121

Inwerkingtreding

Het besluit tot wijziging van het Besluit technische hulpmiddelen strafvordering in verband met de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten in werking treedt.

De Wet op de bijzondere opsporingsdiensten wijzigt de artikelen 141 en 142 van het Wetboek van Strafvordering. De bevoegdheid van de opsporingsambtenaren in dienst van de bijzondere opsporingsdiensten is niet langer geregeld in artikel 142, eerste lid, onderdeel c. Aan artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering is een nieuw onderdeel d toegevoegd dat de ambtenaren van de bijzondere opsporingsdiensten belast met de opsporing van strafbare feiten. Artikel 3 van het besluit is zodanig aangepast dat de ambtenaren van de bijzondere opsporingsdiensten na inwerkingtreding van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten bevoegd blijven tot de plaatsing, verwijdering en inzet van een technisch hulpmiddel voor observatie, zoals thans ook het geval is.

Deze louter technische wijziging treedt gelijktijdig met de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten in werking.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.