Stb. 2007, 329 Besluit openbare biedingen

Besluit van 12-9-2007, Stb. 2007, 329

Besluit tot implementatie van richtlijn nr. 2004/25/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 21 april 2004 betreffende het openbaar overnamebod (PbEU L 142) en houdende modernisering van de regels met betrekking tot het openbaar overnamebod.

Het Besluit openbare biedingen Wft (Bob) bevat de regels die gelden voor een openbaar biedingsproces op aandelen in een beursgenoteerde onderneming en vindt zijn grondslag in de Wet ter implementatie van de overnamerichtlijn. Praktisch gezien vervangt het Bob de thans in het Besluit toezicht effectenverkeer 1995 (Bte 1995) opgenomen biedingsregels. Deze biedingsregels waren afkomstig uit de SER Fusiecode 1975 en zijn in 1995 vrijwel ongewijzigd overgezet naar het Bte 1995. In 1995 is dan ook toegezegd dat de biedingsregels in een later stadium zouden worden gemoderniseerd. Deze modernisering van de biedingsregels heeft plaatsgevonden in het Bob. Tevens zijn in het Bob specifieke regels die de overnamerichtlijn voorschrijft voor het biedingsproces geïmplementeerd. Om inzicht te verkrijgen in de wensen van de markt met betrekking tot het biedingsproces, heeft in 2006 uitgebreide marktconsultatie plaatsgevonden.

De belangrijkste regels zijn:

  • Vijandig bod. Een vijandige bieder zal eerder aan toezicht door de Autoriteit Financiële Markten worden onderworpen, omdat het biedingsproces voor hem aanvangt wanneer hij een prijs en de naam van de doelvennootschap op enige wijze openbaar maakt.
  • Concurrerend bod. Er zijn regels geïntroduceerd voor de situatie dat meerdere bieders willen bieden op dezelfde doelvennootschap (concurrerende biedingen), die ervoor zorgen dat alle bieders gelijke kansen hebben en dat geen voordeel kan worden behaald door tactisch opereren.
  • Positie werknemers. In het biedingsproces, zoals neergelegd in het Bob, wordt meer aandacht gegeven aan de positie van werknemers. Het belangrijkste daarbij is dat de bieder in het biedingsbericht moet opnemen wat zijn voornemens zijn ten aanzien van het in dienst houden van werknemers, of daarbij bijvoorbeeld een sociaal plan is opgesteld en wat zijn voornemens zijn met betrekking tot de locatie van de arbeidsplaatsen. De bieder dient dit biedingsbericht vervolgens aan werknemers te verstrekken. Overigens tast het Bob andere wettelijke regels ter bescherming van werknemers op geen enkele wijze aan. Zo blijft gelden dat op grond van artikel 25 van de Wet op de Ondernemingsraden het bestuur van de doelvennootschap, indien deze een ondernemingsraad heeft, advies moet vragen aan de ondernemingsraad op een tijdstip dat dit advies nog wezenlijke invloed kan hebben op de besluitvorming. Voor de bieder geldt dezelfde verplichting, wanneer het een onderneming betreft in de zin van de bedoelde wet.
  • Vergoedingen bestuurders. In het biedingsbericht dient bekend te worden gemaakt welke vergoedingen worden verstrekt aan bestuurders en commissarissen, en welke adviseurs zijn ingehuurd door de bieder.

Inwerkingtreding op een bij kb te bepalen tijdstip.

Inwerkingtredingsbesluit van 16-10-2007, Stb. 2007, 390 en 391

Inwerkingtreding

De wet van 24 mei 2007 tot uitvoering van richtlijn nr. 2004/25/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 21 april 2004 betreffende het openbaar overnamebod (Stb. 2007, 202) alsmede het besluit openbare biedingen Wft. (Stb. 2007, 329) zijn in werking getreden op 28 oktober 2007.

De nieuwe overnamewet introduceert het zogenoemde ‘verplichte bod’. Als iemand overwegende zeggenschap in een beursgenoteerde vennootschap verkrijgt, moet verplicht een openbaar bod worden uitgebracht op alle aandelen. Van overwegende zeggenschap is sprake indien iemand, alleen of in onderling overleg met anderen, 30% van het stemrecht in een algemene vergadering van aandeelhouders kan uitoefenen.

De reden voor introductie van deze verplichting is de Europese overnamerichtlijn. Het verplichte bod biedt bescherming aan minderheidsaandeelhouders. Als gevolg van het verplichte bod kan zich niet meer de situatie voordoen dat een grootaandeelhouder zeggenschap kan uitoefenen in een vennootschap, zonder dat aan minderheidsaandeelhouders de mogelijkheid wordt gegeven om ‘uit’ de vennootschap te stappen.

De verplichting om een bod uit te brengen, zal overigens alleen gelden voor aandeelhouders die na de inwerkingtreding van de nieuwe wet overwegende zeggenschap verkrijgen. De verplichting is niet van toepassing op nu reeds bestaande grootaandeelhouders.

Op de verplichting om een openbaar bod uit te brengen, bestaan in de nieuwe wet enkele uitzonderingen, bijvoorbeeld voor een beschermingsstichting die 30% van het stemrecht verwerft als reactie op een door iemand anders aangekondigd (vijandelijk geacht) bod.

De wet laat de mogelijkheden voor bestuurders van Nederlandse vennootschappen om zich te beschermen tegen vijandige overnames intact. De Nederlandse wet implementeert de Europese overnamerichtlijn zodanig dat alle in die richtlijn opgenomen opties voor vennootschappen om zich te beschermen, ook aan Nederlandse vennootschappen worden geboden.

De nieuwe wet is onlosmakelijk verbonden met de materiële biedingsregels die in het Besluit openbare biedingen (Bob) zijn opgenomen; zie daarvoor de toelichting in NJB 2007/36/p. 2344.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.