Stb. 2019, 190 Implementatie prospectusverordening

Wet van 15-05-2019, Stb. 2019, 190

Wet tot wijziging van de Wet op het financieel toezicht en enkele andere wetten in verband met de implementatie van Verordening (EU) nr. 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van Richtlijn 2003/71/EG (PbEU 2017, L 168) (Wet implementatie prospectusverordening)

De prospectusverordening vervangt Richtlijn 2003/71/EG van 4 november 2003 betreffende het prospectus dat gepubliceerd moet worden wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel worden toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/34/EG (PbEG 2003, L 345) (de prospectusrichtlijn 2003). 

Omdat de regels over het prospectus zijn opgenomen in een rechtstreeks werkende verordening, moeten de nationale bepalingen die uitvoering geven aan de prospectusrichtlijn 2003 vervallen. Deze bepalingen stonden in hoofdstuk 5.1 van de Wet op het financieel toezicht (Wft). Deze wet stelt daarom hoofdstuk 5.1 van de Wft opnieuw vast.

De artikelen uit dit hoofdstuk kennen, op drie artikelen na, hun tegenhanger in de prospectusverordening en worden daarom niet gehandhaafd in het nieuwe hoofdstuk 5.1 Wft. Deze drie artikelen (de artikelen 5:1, 5:2 en 5:4) betreffen de implementatie van de artikelen 3, tweede lid, onderdelen a en b en 11, eerste en tweede lid, tweede volzin, van de prospectusverordening. Zij dienen geïmplementeerd te worden omdat de artikelen zijn gericht tot de lidstaten. De genoemde artikelen stonden reeds in de prospectusrichtlijn 2003 en waren in het oude hoofdstuk 5.1 geïmplementeerd en worden met een andere nummering opnieuw opgenomen in het nieuwe hoofdstuk 5.1.

Het nieuwe hoofdstuk 5.1 bevat vier artikelen. De artikelen 5:1 en 5:2 regelen de verantwoordelijkheid voor de in het prospectus opgenomen informatie. Deze verantwoordelijkheid ligt ten minste bij de uitgevende instelling of bij haar leidinggevend, toezichthoudend of besturend orgaan, de aanbieder, de aanvrager van een toelating tot de handel op een gereglementeerde markt of de garant. Artikel 5:4 bevat de grondslag om in de Vrijstellingsregeling Wft het nationaal regime dat geldt voor vrijgestelde en uitgezonderde aanbiedingen aan het publiek te regelen. Eén artikel (artikel 5:3) betreft geen implementatie dat direct voortvloeit uit de prospectusverordening, maar betreft implementatie van artikel 23, derde lid, van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen (zie voor nadere de toelichting bij artikel I, onderdeel L).

Verder wordt de Wft gewijzigd om de bevoegdheden die de AFM op grond van de prospectusverordening krijgt te regelen.


Inwerkingtreding

Inwerkingtredingsbesluit van 26-06-2019, Stb. 2019, 244

Besluit houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van (onder andere) de Wet implementatie prospectusverordening (Stb. 2019, 190)

De wet (en het besluit) treden in werking met ingang van 21-07-2019. 


Kamerstukken

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.